Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reed Hidde met z'n vracht de velden door: De kinders zwegen moe van 'n zware dag En de andren dachten stil hun eigen denken. Zo schokten, rommelden zij voort. Van ver Riep Hedzer hun al toe, en uit de dommel Schrikten de kinders op. Bij 't hek stond hij In 't maanlicht uit te kijken, half verbaasd,

Half boos, maar toch nieuwsgierig ook, hoe dit Zo lang geduurd had, heel de dag! Gauw sliepen De kleinen weer en de oude man had rust Hard nodig. Sijke hielp hem en verdiende 'En warme handdruk; juist de vriendlikheid En liefde in 't nieuw geloof was 't wat haar lokte. Toen sprak zij haar bezorgdheid uit en Hedzer Schudde z'n hoofd weemoedig, nu 't geloof Van de oude bleek geschokt; maar innig leed Hij, toen zijn Sijke sprak in dwepend woord Van 't hoog geloof dat Wodan overstraalde,

Toen hij haar voor zijn God verloren zag.

Maar 't was zijn Sijke en zwijgend hoorde hij Het rein geloof aan van haar reine ziel: Hij overwoog haar spreken en — sliep niet.

Ook Bernlef lag daar wakend in de nacht: Die jonge man z'n woorden woelden in hem En telkens hoorde hij 't geloof er in.

Sluiten