Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zonlicht trilt op de golvetop en glanst Blond op de neergeplofte waterbaren.

Noch spanden zich krampachtig beide handen,

Noch stond hij daar, maar 't was, als dacht hij na, En hoor, daar klonk zijn woord, veel zachter nu:

»Bragi, brenger van 't bruisende lied,

Rust geeft mij 't ruisen van 't roerende woord,

Nu 't glipt met 'en glimlach van Godlike lippen!«

En luider tot de schaar daar om hem heen, Die angstig en verbaasd wel luistren moest

»Hoor nu, van Hem is 't heerlike woord,

Dat klinkt van mijn koude klankloze lippen.

Daar staat hij statig, z'n stem begeleidt

Het lied, ontlokt aan 't lichtende snaartuig.

Z'n zwartblauwe hoed, z'n sombere mantel

Doen 't lichtende lichaam, de lokken vol goudgloed

Te sterker afsteken: hij staat daar boven me.

Blank en blozend, blinkend en roze

Omglanzen hem, glitsend als goudrande wolken,

Gestalten, maar sterker straalt mij zijn beeld,

Luister, Hij laat zijn lied nu horen:

»Walhalla gaat heen, het hoge rijk

Sluiten