Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijzondere omstandigheden een wijziging noodzakelijk maken. Tot deze laatste behoort b. v. een plotselinge verandering der helling van de afzetting, welke soms zelfs dwingt tot een andere ontginningsmethode met een andere verdeeling over te gaan.

Ter bepaling der étagehoogte houde men rekening met de volgende algemeene opmerkingen:

le. Wordt zij te klein, zoo moeten de kostbare dwarsgalerijen te dikwijls herhaald worden.

2e. Is zij le groot, zoo worden de verbindingen tusschen lucht- en grondgalerij moeilijk te maken en te onderhouden en duurt de afbouw eener étage le lang, wat vooral bij kolen soms van invloed kan zijn, daar de koolpijlers door lang staan in druk kunnen raken en de kwaliteit kan verminderen. 5e. Hoe steiler de helling der afzetting, hoe grooter de étagehoogte kan genomen

worden, omdat dan de vlakke hoogte der étage kleiner wordt. 4e. Zijn meerdere afzettingen dicht bij elkaar gelegen die door dezelfde dwarsgalerijen bediend worden zoo kan de hoogte kleiner worden, aangezien de onkosten van meerdere dwarsgalerijen gedekt worden door meerder product.

5". Ditzelfde is hel geval als het mineraal veel waarde heeft.

6e. Als in kolenmijnen veel mijngas optreedt verdienen kleine élages de voorkeur, omdat anders de ventilatie bemoeilijkl of onvolkomen wordt.

§ 9. INVLOED VAN DE HELLING DER AFZETTING OP DE PLAATS VAN DEN PUT. Zelfs indien de put de laag heeft gesneden begint men de directe voorbouw toch bijna nooit van dit snijpunt uit, doch van andere punten der laag, van waar dan dwarsgalerijen naar den put loopen. Het doel daarvan is een verzwakking van den pul te voorkomen; men kan echter bij uiterst geringe laaghelling geen dwarsgalerijen maken en begint dan dus de voorbouw direct van den put uit. Heeft de put de laag gesneden, dan zal men bij den lateren afbouw natuurlijk ook in de buurt van dit snijpunt komen; men moet echter vermijden er te dicht bij te komen en laat altijd een blok mineraal er om heen onafgebouwd staan; men noemt dit een veiiif/heitlttpijler voor den put; de afmetingen er van worden door plaatselijke omstandigheden bepaald, maar liever wat te groot dan te klein genomen.

De helling der afzetting is dus van veel invloed op de plaats van den put. Is zij zeer sleil zoo zet men den put op korten afstand bij voorkeur in het liggende; dit laatste is aan te bevelen omdat het hangende tijdens en door

Sluiten