Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. INSTORTINGSTYPE.

(PLAAT I).

§ 13. OP WELKE EIGENSCHAP HET TYPE BERUST. Bij dit type wordt het dekkende zoolang voorloopig ondersteund tot een zeker gedeelte van het mineraal uitgehouwen en de manschap in veiligheid is; daarna wordt de ondersteuning weggenomen en laat men het hangende aan zijn lot over, of doet het zelfs met opzet breken zoodat het de uitgehouwen ruimte opvult. Het is duidelijk dat men met deze werkwijze nooit zeker is dal de oppervlakte onaangetast blijft, omdat door het breken van het hangende de instorting zich tot aan den beganen grond kan voortplanten. Toch is dit gevaar niet zoo groot als het aanvankelijk lijkt, omdat alle gesteenten in vergruisden toestand een grooler

volume innemen dan als vaste rots (zie ^ 29).

In het algemeen kan men aannemen dat deze ruimtevermeerdering bij het vergruizen ol breken bedraagt: bij zand of grint 5/4, bij zacht gesteente, kolen

enz. s/2, bij zandsteen 5/3, bij vast gesteente, grauwacke, gneiss, graniet 2 a 9/4.

Het breken van liet hangende zal zich dus slechts zóólang voortzetten tot het verkleinde materiaal de uitgehouwen ruimte opvult; daarboven zal de massa hoogstens wat scheuren maar niet verder inzakken.

Beschadiging der oppervlakte zal dus o. a. te minder te vreezen zijn: l*hoe dunner de afzetting is; hoe dieper deze is gelegen; 5C boe geringer het aantal der onder elkaar voorkomende afzettingen is en V' hoe kleiner de gezamenlijke dikte van het nuttige mineraal tegeuover die van het ingesloten

gesteente is.

§ J J. VOOR- EN NADEELEN VAN HET TYPE. Oppervlakkig beschouwd is dit type dus het voordeeligsle: men verkrijgt al het nuttige mineraal (verschil met type C) en heeft geen extra-onkosten te maken om het dekkende blijvend te ondersteunen (verschil met type 6), en werkelijk wordt heden ten dage het grootste gedeelte der gebruikte steenkool door middel van deze

werkwijze verkregen.

Bij nader inzien echter blijkt ook een groot aantal nadeelen te bestaan,

die zelfs van dien aard zijn dat het type B hoe langer hoe meer veld wint. Deze zijn:

le. het gevaar waaraan de werklieden voortdurend zijn blootgesteld, en dat

op zich zelf een bron van groote uitgaven kan worden;

s2e. het feit dat men alleen in theorie al het mineraal kan verkrijgen, doch in werkelijkheid hetzij door te groote drukking, hetzij door

Sluiten