Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien naam dikwijls evenzeer. Waar It. v. bij ontginning van stroomlinerts alleen de, gewoonlijk rijkere, koelitterreinen (§ 66) worden ontgonnen en het waschvuil in de vallei gestort wordt, moet dit als roofbouw worden aangemerkt omdat het tinerts in de vallei (de kollong-terreinen) daardoor bedekt wordt met een laag zand, gruis enz., die de latere ontginning dezer gedeelten steeds bemoeilijkt en dikwijls economisch onmogelijk kan maken Eveneens als de ontginning van boven aan den oorsprong der vallei begint in plaats van omgekeerd.

Een mijnontginning, waarbij de ondersteuning uit misplaatste zuinigheid onvoldoende wordt gemaakt zoodat door vóórtijdige instorting wellicht de geheele afzetting voor verdere exploitatie ongeschikt wordt is roofbouw, en het aantal voorbeelden kan nog veel vermeerderd worden.

Wat den oningewijde, door de aanvankelijk mindere uitgaven en de betrekkelijke eenvoudigheid, dikwijls als de beste methode voorkomt, moet niet zelden geheel worden afgekeurd, en het is de plicht van den Staat om ten strengste te doen waken tegen roofbouw, die tot schade ook voor het algemeen belang maar al te veel nog heden ten dage onder verschillende vermommingen wordt gedreven.

Een soortgelijke werkwijze wordt echter heden nog aangetroffen waar men zich op een goedkoope manier opvullingsmateriaal (§ 26) wil verschaffen, voor zoover dit niet of niet genoegzaam bij den eigenlijken afbouw verkregen wordt en bij de later te bespreken methoden van type B noodig is.

Het maken dezer onderaardsche steengroeven kan b. v. op de volgende wijze geschieden (fig. 9). Van uit de galerij A A langs het dak der afzetting gelegen drijft men twee dwarsgalerijen B B van voldoende lengte in het hangende, en vervolgens zoo breed als mogelijk is de galerijen CC, D DÜD. ... en E E. Bij b en worden de mondingen van B B door een buitengewoon sterke betimmering verzekerd. Men Iaat nu door dynamiet de pijlers PP.... springen en haalt door BB het ingestorte gesteente weg. Daar de overblijvende massa en ook het bovenliggende gesteente daardoor van lieverlede van hun ondersteuning beroofd worden, zullen zij eveneens instorten, en men gaat met het weghalen der massa voort zoolang men dit zonder gevaar voor een algeheete instorting der galerijen B doen kan, waarna men op een andere voldoend ver verwijderde plaats dezelfde bewerking op nieuw aanvangt.

A. AFZETTINGEN VAN GERINGE DIKTE.

1. Methode met lange pijlers (gewone pijlerbouw).

§ MS. VOORBOUW; HOOGTE VAN PIJLERS EN BREEDTE DER WERKGALERIJEN. De belangrijkheid dezer bij kolenontginning zeer veel voorkomende

Sluiten