Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bovenstaande redeneering is niet in zijn geheel geldig voor landstreken zooals Transvaal en Ned.-Indië, waar een groot deel der eigenlijke mijnwerkers inlanders zijn. In zulke gevallen kan het aanbeveling verdienen tot rechte trapbouw overtegaan, daar het werken in de omgekeerde trappen, waarbij men op het opvulsel moet staan, natuurlijk vermoeiender is dan dat in de rechte trappen en de inlander gewoonlijk veel minder spierkracht en volhardingsvermogen bezit dan de europeaan. Wat men dus door de toepassing van een, uit een technisch oogpunt, betere methode aan werkelijke onkosten zou besparen, zou groote kans loopen door de geringere productie weer verloren te gaan.

In de goudhoudende conglomeraatlagen (bankets) van Zuid-Afrika volgt men dikwijls de gewoonte de beide methoden a en b te combineeren in dier voege, dat het onderste gedeelte van hel afbouwveld met omgekeerde- en het bovenste gedeelte met rechte trappen wordt bewerkt. Ergens tusscheu gronden luchtgalerij komen dan de beide trapsoorten bij elkaar en niet zelden wordt dan aldaar van tijd tot tijd een blok mineraal niet afgebouwd doch ter ondersteuning van het hangende gelaten. Soms zet men deze mineraalpijlers ook wel zigzagsgewijze, waar het dak minder goed is. Bij een helling van ongeveer 48° van de laag wordt evenveel met rechte- als met omgekeerde trappen afgebouwd; wordt de helling steiler dan hebben de rechte-, wordt zij vlakker dan hebben de omgekeerde trappen de overhand. In het laatste geval is het geen eigenlijke trapbouw meer.

B. AFZETTINGEN VAST AANZIENLIJKE DIKTE,

(PLAAT V).

§ êO. ALGEMEENE EIGENSCHAPPEN DER ONTGINNING. In den regel geven dergelijke afzettingen aanleiding tot een lastige en niet zelden gevaarlijke ontginning. Dit is reeds in vrij hooge mate bij ertsen het geval, waar de gangen nu en dan een dikte van 40 M. en meer bereiken, doch is in sterker mate van toepassing op koollagen van meer dan 6 a 8 M. zwaarte. Reeds indien een dikte van 4 M. wordt overschreden zal het dikwijls een punt van overweging uitmaken of de laag nog »in eens" kan worden ontgonnen, en ofschoon men deze werkwijze nog bij lagen van 6 M. dikte aantreft, kan men 8 M. als de uiterste praktische grens beschouwen, waarboven een der nader in de volgende paragrafen te beschrijven methoden moet worden aangewend.

De moeilijkheid der ontginning ligt echter in iets anders. Het is een

Sluiten