Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangepunte paaltjes r en u, waarvau de achterzijden rusten hetzij op de kappen (bij r) hetzij tegen de raainstijlen (bij u), terwijl de voorzijden een weinig verder staan dan de volgende kap, resp. raamstijl.

Deze paaltjes zijn geschaafd, gewoonlijk 4—6 cM. dik en 15—20 cM. breed; de lengte regelt zich naar de omstandigheden: laten zij zich gemakkelijk door de massa heenslaan dan worden zij wel tot 2 M. lang genomen, biedt het gesteente veel weerstand dan neemt men ze korter. De lengte der paaltjes en de afstand tusschen twee raainstijlen hangen echter ten nauwste samen en waar men dus niet wegens de groole drukking de ramen dicht bij elkaar behoeft te zetten neemt men de paaltjes zoo lang mogelijk en men kan ze versterken door ze een ijzeren schoen aan de voorzijde en een ijzeren ring aan de achterzijde te geven.

Een dakpaallje r rust met zijn voorkant niet direct op den achterkant van zijn voorganger omdat alle voorkanten van eenzelfde rij paaltjes rusten op een gemeenschappelijke plank d, ten einde bij het inslaan van de volgende rij een beweging der enkele reeds ingeslagen paaltjes te verhinderen. Onder de plank van de allervoorste dakpaaltjes wordt voorloopig een rij wiggen c geslagen.

Wij zullen nu nagaan wat er bij de voortzetting der werkzaamheden gebeurt. Achtereenvolgens worden de wiggen c uitgeslagen en in hun plaats een rij dakpaaltjes met een zwaren hamer een eind in het gesteente gedreven; zij rusten daarbij tegen de onderzijde van den achterstaanden kap. Daarna worden de 2 of 3 paar bovenste schutplanken n uitgehaald waarbij men gelijktijdig nieuwe wandpaaltjes u inslaat en het losse gesteente door de verkregen opening uithaalt; tevens worden door andere werklieden de dakpaaltjes verder ingedreven. Dit samenstel van werkzaamheden vormt wel het lastigste gedeelte; alles moet zeer vlug en toch zeer voorzichtig geschieden, zoodat men de in beweging geraakte massa geheel in zijn macht houdt. Is het mogelijk met het uithalen van gesteente en het inslaan der paaltjes te komen tot den afstand van twee raainstijlen, dan wordt op de behoorlijke plaats een kort raam vvw met middenstijl geplaatst, (fig. 98 c) waarvan de kap niet meer wordt uitgewisseld en tegen de rij dakpaalljes met plank d en wiggen c wordt bekleed; tevens wordt het verder glijden van het gesteente belet door eenige schutplanken achter de stijlen v. Kan men zoover niet komen dan moet eerst nog een hulpraain geplaatst worden, waarvan de kap dan natuurlijk wat hooger komt te liggen.

De nieuwe kap w wordt verder tegen den dorpel van het achterstaande raamwerk stevig geschoord (zie de stippellijneu in de fig. 98 c).

Sluiten