Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den kabel geen hinder veroorzaakt, daar men het steeds in zijn macht heeft het gewicht wat verder te laten dalen of wat minder te laten rijzen.

Verder is het aanhaken of opbrengen der wagens, ook van tusschengelegen werkgalerijen uit, en van beide zijden, zeer gemakkelijk, terwijl de breedte van het remvlak tot een minimum beperkt wordt. Men treft de enkelwerkende remvlakken dan ook bij koolontginningeu bijna uitsluitend aan.

§ MMM. DUBBELWERKENDE REMVLAKKEN ZONDER DUBBEL SPOOR. Intusschen kan het in bijzondere omstandigheden raadzaam of noodzakelijk zijn dubbelwerkend vervoer in te richten, terwijl het maken vau breede remvlakken te kostbaar zou worden. Men kan dan

I. drie rails leggen en bij de ontmoetingsplaats een wissel maken; deze inrichting heeft het voordeel dat de kabels steeds in dezelfde richting blijven en evenwijdig met die der rails;

II. op de bovenste helft 3, op de onderste 2 rails leggen. Deze inrichting komt vrij veel voor; doch kan alleen bij betrekkelijk lange remvlakken worden aangewend, omdat de wagens op de onderste helft natuurlijk meer tegen een der rails worden aangedrukt en dus gevaar voor ontsporing zou ontstaan indien die drukking (bij korle remvlakken) te sterk werd.

§ MM2. BEDIENING DER REMVLAKKEN. SIGNAALINRICHTINGEN. De bediening van een remvlak geschiedt gewoonlijk door drie man n. 1. de remmer, één werkman boven- en één onderaan het remvlak, die het af- en aanhaken der wagens bezorgen. Bij druk vervoer en dubbelwerkende remvlakken neemt men zelfs wel aan elke zijde twee man, één voor het afhaken en één voor het aanhaken. Daartegenover staat dat men soms laatstgenoemde werkzaamheden door de wagenknechten laat verrichten, doch natuurlijk ten koste van de snelheid van vervoer.

Ten einde den remmer te doen weten of de wagen aangehaakt is, brengt men bij kleine afstanden langs het remvlak een ijzerdraad over rollen aan, waaraan van boven een hamer is bevestigd; door het trekken aan den draad slaat de hamer tegen een metalen plaat of een uitgehold stuk hout; voor grootere afstanden neemt men liever ijzeren stangen (§ 183). In den laatsten tijd en vooral bij uitgestrekte mijnen en lange remvlakken, maakt men voor dergelijke signaalinrichtingen ook wel gebruik van electricileit.

§ MMS. MINIMUM- EN MAXIMUM-HELLING DER REMVLAKKEN. REMSTOEL. SNELHEID DER WAGENS. De remvlakken zijn gebonden aan een

Sluiten