Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e. de weerstand, is afhankelijk van de gladheid der wanden; in een gemetselde of geheel betimmerde (bekleede) galerij of put zal hij minder zijn dan in een gewoon verzekerde (§ 142).

§ É3Z. DE DRIE HOOFDREGELS DER VENTILATIE, üe drie hoofdregels, welke voor de goede ventilatie eener mijn in acht te nemen zijn luiden aldus:

le. niet te geringe afmetingen der f/alerijen, ook niet die der eigenlijke lucht(afvoer)galerij, en vermijding van le sterke en plotselinge kronkelingen en vernauwingen en van scherpe hoeken van den luchtstroom.

Dit volgt voldoende uit het bovenstaande;

2e. een steeds opgaande richting van den luchtstroom, vooral in kolenmijnen, omdat het alleen daardoor mogelijk is het aanwezige mijngas voldoende te verdunnen en af te voeren en ophoopingen er van tegen te gaan.

Ook deze regel zal op grond der eigenschappen van het mijngas wel geen verklaring behoeven.

In zeer vlak liggende lagen zal de ventilatie dus in het algemeen moeilijker zijn dan in meer hellende.

Waar het bij sommige ontginningsmethoden niet anders mogelijk is, dan de gebruikte lucht in neerdalende richting te doen uittreden, (b. v. veelal bij den afbouw met diagonalen), moet dit steeds in een rechte lijn en onder een helling niet grooler dan 10° geschieden;

5e. een doelmatige verdeeling van den luchtstroom, in dier voege dat slechts een klein aantal werkplaatsen door denzelfden luchtstroom wordt bestreken, welke dan van daar onmiddellijk naar de luchtafvoergalerij wordt geleid.

Men zal het nut van een dergelijkeu maatregel gemakkelijk inzien, daar anders de verst verwijderde werkplaatsen zouden voorzien worden van een voor de ademhaling volkomen onbruikbare lucht, en deze laatste tevens door het in zich opnemen van gassen zeer gevaarlijk zou kunnen worden.

Men zou wellicht meenen dat, indien de lucht bij haar intrede in de mijn in b. v. vier deelen wordt gesplitst, die elk op zich zelf hun weg vervolgen en ten slotte door den ventilator worden uitgezogen, deze laatste ook een viermaal sterkere werking moet uitoefenen, dan wanneer slechts één galerij aanwezig ware, die dan even lang zuu moeten zijn als de vier andere galerijen gezamenlijk. Dit is echter volstrekt niet zoo; integendeel zal door dezel/de

Sluiten