Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het omgekeerde gebeuren van heigeen bedoeld wordt, de lucht zou namelijk den koristen weg kiezen om naar het punt van uitgang te geraken, terwijl de plaatsen die het verst van den put verwijderd zijn, inderdaad het meeste behoefte hebben aan luchtverversching, en daarheen het grootsle volume lucht moet geleid worden, omdat op dien langen weg de meeste lucht kan ontsnappen.

Men moet dus den luchtstroom dwingen niet alleen een bepaalde richting te nemen, maar in die richting slechts een zeker gedeelte van zijn volume af te geven. Dit verkrijgt men door middel van deuren (gewone- of regelingsdeuren) die van boven van een opening zijn voorzien welke door een schuif S geheel of gedeeltelijk kan worden gesloten op de wijze als fig. 169 aangeeft. De opening moet bovenaan gemaakt worden om aan het mijngas geen gelegenheid te geven zich achter de deur op te hoopen, hetgeen ontwijfelbaar zou gebeuren indien de opening lager geplaatst ware.

Verder moet de deur een eenigszins hellenden stand hebben, zoodat ztj door haar eigen gewicht dicht valt, — en zij moet tevens in tegengestelde richting van den luchtstroom openslaan zoodat deze neiging heeft de deur gesloten te houden.

Moet de lucht verhinderd worden een zekeren weg te volgen, zoo gebruikt men daar gewoonlijk geheel gesloten deuren, (blinde- of afsluitingsdeuren) waarvan er dan steeds twee achter elkaar zijn geplaatst zoodat er bij het passeeren altijd één dicht blijft. Het spreekt van zelf dat, waar deze deuren zich in een afvoergalerij bevinden, hun onderlinge afstand zoo groot moet zijn, dat daarin minstens een geheele trein van wagens kan worden opgenomen. Het is dus hier hetzelfde geval als bij de schutsluizen in kanalen, en het samenstel zou men luchlsluizen kunnen noemen. Niet zelden ook maakt men gebruik van zeilen van geteerd zeildoek, die op houten ramen gespannen zijn.

Waar de galerijen zrer breed zijn bezigt men liever dubbele dewen, die om een gemeenschappelijke middenpost kunnen draaien, en bij dubbel spoor ten gerieve van het vervoer naar tegenovergestelde zijden geopend worden.

Behoeft men bij een geheele luchtafsluiting bet verdere gedeelte der galerij nooit meer te gebruiken, zoo doet men beter dadelijk dat gedeelte dicht le metselen en goed met cement te bestrijken om luchtverlies door filtratie te voorkomen (luchldammen).

Het gebruik van deuren kan bij sterken druk van het hangende onraadzaam en zelfs onmogelijk zijn. Men maakt dan zoogenaamde overlaten, d. w. z. een serie goed sluitende planken pp. . boven elkaar (fig. 160) die in verlikale klampen k k kunnen glijden; alnaarmale meer lucht door de galerij moet strijken neemt men een of meer der bovenste planken weg. Het spreekt

Sluiten