Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Werd het reservoir te klein genomen, zoo zou bij kleine reparatién, waarbij de pompmachine moet blijven stilstaan, het reservoir spoedig overloopen, het water in den put vallen, daér wellicht de werkzaamheden zeer bemoeilijken en later de machine veel werk verschaffen.

Intusschen behoeven de waterzakken ook niet veel grooter te zijn, daar zij anders een aanzienlijke ruimte innemen en op den duur aanleiding zouden geven tot veel onderhoud.

Onder in de mijn waar zich toch gewoonlijk het meeste water verzamelt en de zuigpomp (§ 221) is opgesteld maakt men om deze steeds toegankelijk te laten wel een bijzondere horizontale of hellende galerij, hetzij in de vaste rots, hetzij in de afzetting, zoodat aldaar zelfs een zeer groote hoeveelheid water kan geraken zonder hinder aan de pomp of put te veroorzaken (watergalerij).

Waar een galerij voor een gedeelte afgesloten is, b. v. door overlaten voor de ventilatie (§ 133), wordt het zich achter de afsluiting verzamelende water van tijd tot tijd, hetzij door werklieden met emmers, hetzij door hevels of pompen, aan de andere zijde gebracht. Waar de hoeveelheid te groot is en genoemde werkzaamheden dus veel onkosten zouden veroorzaken, maakt men ook wel zoo mogelijk een boorgat naar de onderliggende étage waardoor het water voortdurend kan afvloeien.

Het is van veel belang dat de bij de pompmachine geplaatste machinist ten allen tijde op de hoogte is van den stand van het water in den waterzak. Een zeer eenvoudig en weinig kostbaar hulpmiddel daartoe is het volgende. In den waterzak wordt een vrij wijde buis van eenige Meters lengte tusschen een paar balken loodrecht opgesteld; van onder is die buis open, van boven luchtdicht gesloten. Door een opening in het deksel is een !/s" buis gestoken en gesoldeerd, die door den geheelen put tot in de machinekamer loopt, daar omgebogen is en gestoken is door den eenen kurk van een tweehalzige (Woulff'sche) llesch, die gedeeltelijk met een roode vloeistof is gevuld. Door den anderen kurk steekt een lange open glazen buis tol bijna op den bodem. Stijgt nu het water in de wijde buis in den waterzak, dan drukt dit de lucht door de nauwe buis naar boven en de roode vloeistof stijgt in de glazen buis. Deze laatste kan men van een verdeeling voorzien en dus precies de waterhoogte nagaan.

§ 2É7. WATERAFVOER DOOR STOLLEN. Het is gemakkelijk in te zien dat de opvoer van dit water naar de oppervlakte geen direct nut voor de ontginning geeft, d. w. z. dat de kostprijs van het product daarmede nooit verminderd maar steeds en soms niet onbelangrijk verhoogd wordt.

Sluiten