Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdens het uitvoeren der eerste reeds dikwijls op letten welke punten het meest geschikt zijn om later als hoekpunten der laatste te fungeeren. Hiervan kan dan in het meetboek aanteekening worden gehouden. In de eerste plaats komen natuurlijk in aanmerking kruispunten van galerijen en diergelijke, die dan ook voor meerdere slagen kunnen dienen.

Vóórdat lot een grootere rondmeting wordt overgegaan is het echter bepaald noodig dat de opnemer zich vertrouwt maakt met de algemeene inrichting der mijn, en dat in het bijzonder het door de meting intesluiten mijngedeelte in zijn geheel wordt beloopen, ten einde den gunstigsten weg voor de meting te kunnen beoordeelen. Daarbij worden dan tevens de voornaamste hoekpunteu uitgekozen, en aan het gesteente of de bekleeding kenbaar gemaakt.

§ 28É. AARD DER METING EN KEUZE DER INSTRUMENTEN. Gewoonlijk worden bij eiken slag lengte, richting en helling bepaald. Men zou dit met een enkel instrument b. v. een tranche-montagne ingericht lot afstandsmeter kunnen doen; om verschillende redenen wordt dit echter in de mijn zeer zelden gedaan.

Als regel wordt de lengte afzonderlijk gemeten met meetketting, meetband of meetlat (§ 282).

Voor de richting kan men nemen:

le. het azimuth der lijn (boussole) (§ 283);

2e. den hoek, welken hare horizontale projectie met die der voorafgaande

lijn insluit (theodoliet) (§ 287).

Met laatstgenoemd instrument kan men nauwkeuriger waarnemen dan met de boussole, waar de eigenlijke randverdeeling niet verder dan tot in halve graden is doorgevoerd, waarvan nog hoogstens !/e deelen met voldoende juistheid kunnen worden geschat. De bekende veranderlijkheid der declinatie is oorzaak dat nonius-aflezingen bijna nooit voorkomen en ook nutteloos zijn. Daarentegen zijn bij den theodoliet de waarnemingen alleen dan zeer nauwkeurig, indien met alle bronnen van fouten rekening wordt gehouden, waardoor men tot herhaalde aflezingen van denzelfden hoek genoodzaakt is (doorslaan van den kijker, repetitie- of reïteratiemethode, aflezen aan beide zijden der alhidade), terwijl ook de opstelling veel meer lijd vordert. Voor de détailmetingen wordt dan ook algemeen de boussole gebruikt, tenzij het aanwezig zijn eener ijzeren bekleeding dit onmogelijk maakt. Over den invloed der rails zie § 285. In ijzerertsmijnen is dit instrument uit den aard der zaak niet aanwendbaar.

Een voordeel van de boussole is nog dat een gemaakte fout op de einduitkomst minder invloed uitoefent dan bij den theodoliet: fig. 275 zal dit

Sluiten