Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ham heeft gesproken, opdat Izaak deze Godspraak niet van de vorige zou afscheiden. Want zoo dikwijls God aan de geloovigen een nieuw bewijs zijner genade gaf, ondersteunde Hij hun geloof wel met nieuwe steunpilaren, maar toch wilde Hij, dat het gegrond zou blijven op het eerste Verbond, waarin Hij hen had aangenomen. En deze manier van doen moeten wij in het oog houden, opdat wij Gods beloften, gelijk ze ten nauwste samenhangen, leeren verstaan. En dit is altoos het beginsel, dat ons voorkomt, dat God zoo welwillend ons genade belooft, omdat Hij ons uit genade heeft aangenomen.

Vrees niet. Omdat deze woorden elders uiteengezet zijn, zal ik thans korter zijn. Ten eerste moet worden opgemerkt, dat God de geloovigen aanspreekt met het doel, om hun gemoed gerust te stellen. Want als zijn woord is weggenomen, moeten zij noodzakelijk öf geheel van vrees ineenkrimpen, öf door onrust gekweld worden. En daaruit volgt, dat ons van geen anderen kant vrede kan toekomen, dan uit des Heeren mond, wanneer Hij zich betoont te zijn de Beschermer onzer zaligheid. Niet dat wij dan vrij zijn van alle vrees, maar omdat de rust des geloofs krachtig is, om de verwarringen te doen bedaren. Later toont de Heere zijne liefde metterdaad, als Hij belooft, Izaak te zullen zegenen.

25. En hij bouwde aldaar. Uit andere plaatsen weten wij genoegzaam zeker, dat Mozes hier spreekt van den plechtigen dienst van God. Want de inwendige aanroeping Gods heeft geen altaar noodig, en heeft geene bijzondere keuze van de plaats waar; ook is het zeker, dat de heiligen overal, waar zij ook leefden, God hebben gediend. Doch omdat de vroomheid bij de menschen een bewijs moet toonen, belijdt Izaak door een altaar op te richten en te wijden, dat hij den waren en eenigen God dient, en op die wijze scheidt hij zich af van de bedorvene heilige verrichtingen der Heidenen. Ook richt hij niet voor zich alleen, maar voor het geheele gezin een altaar op, om daarop met al de zijnen offeranden te brengen. Wijl nu het altaar werd opgericht voor uitwendige oefeningen des geloofs, beteekent het aanroepen van God evenveel alsof Mozes had gezegd, dat Izaak Gods Naam had verheerlijkt en van zijn geloof belijdenis had afgelegd. Ook heeft die zichtbare dienst van God nog ander nut, n. 1. dat de menschen met hunne bekende zwakheid zich aansporen tot de vreeze Gods, en zich daarin oefenen. Wijl

Sluiten