Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26. En de zonen van Zilpa, Lea's dienstmaagd, Gad en Aser. Deze zijn de zonen van Jacob, die geboren zijn in Padan Aram.

27. En Jacob kwam tot Izaak zijnen vader te Mamre, in de stad Arba, dat is Hebron, waarin Abraham heeft gewoond en Izaak.

28. En de dagen van Izaak waren honderd en tachtig jaren.

29. En Izaak gaf den geest en stierf, en werd verzameld tot zijne volken, oud en der dagen zat en zijne zonen Ezau en Jacob begroeven hem.

1. En God zeide tot Jacob. Mozes verhaalt ons, dat toen Jacob in de uiterste engte was gebracht, God hem ter rechtertijd en juist op het beslissende oogenblik nabij is geweest. Aldus bewijst hij in de geschiedenis van één persoon, dat God zijne Kerk, die Hij eenmaal beminde, nooit heeft verlaten, maar altoos voor hare behoudenis heeft gezorgd. Men houde echter de gang van zaken in het oog. Want niet terstond verscheen God aan zijnen knecht, want Hij liet hem eerst gekweld worden door droefheid en groote zorgen, en leerde Hem geduld oefenen, en stelde zijne hulp uit tot den uitersten nood. Jacobs toestand ten minste was destijds allertreurigst. Want alle romdomwonenden hadden als vijanden kunnen opstaan, zoodat hij door evenzoovele doodsgevaren werd bedreigd als hij buren had. Zoo onnoozel toch was hij niet, dat hij niet zag welke gevaren hem omringden. Maar de Heere liet het toe, dat de heilige man in dien maalstroom van zorgen werd heen en weer geslingerd, en dat hij zoozeer door kwellingen werd benauwd, totdat Hij hem wederopwekte en uit zijnen halfdooden toestand genas:v- Zoo dikwijls als wij deze en dergelijke plaatsen lezen, moet ons dus dit te binnen komen, dat Gods voorzienigheid, ook al schijnt ze het meest te sluimeren, nochthans waakt voor ons heil. Wel verhaalt Mozes niet, hoe langen tijd Jacob in zorg heeft gezeten, maar uit het verband kan men opmaken, dat hij ten hoogste beangst is geweest, toen de Heere hem daaruit herstelde. Voorts merke men op, dat het voornaamste medicijn, waardoor hij werd opgebeurd, gelegen was in het woord. Immers de. Heere sprak. Waarom toch verplaatste Hij hem niet ii s 16

Sluiten