Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besef oordeelt, dat het zonde is, dat een schoonvader met zijne schoondochter gemeenschap oefent. Zij die dit onderscheid van schandelijk en eervol, dat de natuur voorschrijft, trachten uit te wisschen, doen gelijk de Giganten, God openlijk, den oorlog aan.

27. Zie, tzueelifigen ivaren in haren buik. Ofschoon zoowel Juda voor zijne dwaling als Thamar voor haren slechten raadslag vergiffenis kreeg, zoo wilde God toch in het baren een wonderteeken geven, om hen te vernederen. Iets dergelijks was vroeger gebeurd met Jacob en Ezau, maar op eene andere manier, gelijk wij ook weten, dat teekenen nu eens ten goede, dan weer ten kwade strekken. Maar hier bestaat niet de minste twijfel of onder het baren brengen de tweelingen teekenen mede van de schande der ouders. Immers ook voor hen zelf was het nuttig, dat de herinnering aan hunne schande werd vernieuwd, en ook was het als een algemeen voorbeeld van belang, dat die wandaad met eeuwige schande werd geteekend. De woorden der vroedvrouw hebben eene dubbelzinnige beteekénis. Enkelen laten „breuke" slaan op de draden, die het kind bij het uitkomen verbreekt. Anderen vatten dit zuiverder' op, dat de vroedvrouw zich verwondert, hoe Phares de tusschenruimte verbreekt, en het eerst uitkomt, want zijn broeder was hem voor, en als een middenmuur voor hem geplaatst. Sommigen denken, dat dit eene verwensching is, alsof gezegd was : „Op u blijve de breuke". Doch zoover als ik kan oordeelen, wilde Mozes niets anders opmerken, dan dat bij het baren een wonderteeken is geopenbaard.

39ste HOOFDSTUK.

1. Jozef nu werd naar Egypte gevoerd, en Potifar, een overste van Pharao, de overste der trawanten, een Egyptisch man, kocht hem van de hand der Ismaëlieten, die hem daarheen hadden gebracht.

2. En de Heere was met Jozef en daardoor was hij een man voorspoedig handelende, en hij was in het huis van zijnen heer, den Egyptenaar.

3. En zijn heer zag, dat de Heere met hem was, en alles wat hij deed, maakte de Heere voorspoedig in zijne hand.

4. En Jozef vond genade in zijne oogen en diende hem,

Sluiten