Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inbeelden, öf zich bezig houden met het beschuldigen hunner vijanden, door klagen en morren hunne srnart slechts verzwaren en God nog meer vertoornen. Maar elk, die zich. heeft geoefend in het overdenken zijner zonden, stelt zich zoodra hij gekweld wordt, God als Rechter voor oogen, en vernedert zich voor Hem, en schikt zich in de hoop op vergiffenis totlijdzaamheid. Doch laten wij bedenken, dat Gods voorzienigheid niet recht wordt gekend, dan alleen verbonden met rechtvaardigheid Want al zijn dikwijls de menschen, wier hand ons kastijdt, onbillijk, toch volvoert Hij op onbegrijpelijke wijze door hen zijne oordeelen uit, waartegen men zich niet kan verzetten, noch morren. Want goddeloozen, al weten zij, dat zij door Gods hand worden geslagen, houden soms niet op met te klagen over Hem, gelijk Mozes ons uit Kains voorbeeld heeft geleerd. Ik verklaar deze klacht van Jacobs zonen echter niet uit opstand tegen God alsof hij een wreed tyran ware, maar uit de vrees die zij ge^ voelen voor de herhaalde straf, waaruit zij besluiten dat Hij niet weinig op hen vertoord was.

29. En zij kwamen iot Jacob, hunnen vader. De herhaling van het vroeger gebeurde is wel langdradig, maar niet overtollig. Mozes toch wilde te kennen geven, hoe zorgvuldig zij zich bij hunnen vader hebben verontschuldigd, dat Simeon in boeien was teruggehouden, en hoezeer zij hun best gedaan hebben, om verlof te krijgen, om te zijner bevrijding hunnen broeder Benjamin mee te voeren, want dit is van niet geringe beteekenis. Wij weten immers welk een scherp zwaard de honger is, en ofschoon de eenige manier om van gebrek bevrijd te blijven was, om voorraad uit Egypte te halen, zoo wil Jacob toch liever zelf met zijn huis gedood worden, dan Benjamin aan'de overige broeders tot gezelschap mede të geven. Wat beteekent het immers anders, om zoo nadrukkelijk te weigeren, wat zijne zonen door den nood gedrongen vroegen, dan dat hij hen verdacht ? Dit wordt zelfs nog duide^ lijker gezien uit zijne woorden, als hij aan hen zijne berooving verwijt. Want hoezeer het eenige schijn van waarheid had, wat zij gezegd hadden, dat hij door een wild dier was ver^ scheurd, toch bleef in het gekrenkte hart van den vromen aartsvader uit argwaan steeds een verborgene wonde, omdat hij meer dan genoeg hunne even wreede als vijandige haat tegen den enschuldigen knaap had leeren kennen. Voorts is het nuttig voor ons dit te weten-, want hieruit blijkt, hoe ellendig de, toestand

Sluiten