Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j pHÊ—=jr~ é r \ J fr* —

ter wat voor schan - den maakt dat!

'? "J1 J Ëj 3 =^=: - J J ==

•' >//i« /i?«. 'k Ma - ken den Dit.

Aan één.

'k Ma

ken den

7 É||| i—-j=3 J J j=^=fl=£

Aan nooit éé - ne. 'k Ste - ke ze d'rin.

Twintig. 'k Neme mijn gevangen aan Lisa.

Aan negentiene. In justitie's handen.

„ achttiene. Haar endeklokje luidt.

„ zeventien. Haar reveilje is geluid.

5 „ zestien. Zij is voor al de Heeren aanschouwd.

» vijftien. Ze gaat daar moeten sterven, als waar' zij van

Veertien. Op het schavot. [roode fijn goud.

„ dertien. Mijn eersten voog'1 is half kapot.

„ twaalve. 'k Heb een roei in mijn handen genommen.

io „ eIve. 'k Heb ze 'ne keer ekwispeld.

„ tiene. 'k Heb ze tweemaal ekwispeld.

„ negen. E doodebonnet die daar hangt vóór haar oogen.

„ acht. 'k Zal ze laten dooden.

Zeven. 'k Slaan haar hoofd of.

15 Zesse. Hare beid' haar armen zijn of.

Vijve. Hare beid' haar voeten zijn of.

Vier. Haar hoofd die staat op e stake.

Brij. Haar lichaam legt op haar graf.

„ twee. Voor zuk een jongedochter wat voor schanden

20 >f één. 'k Maken den pit. [maakt dat!

,, nooit ééne. 'k Steke ze d'rin.

VAR.: 4. Haar reveiljes zijn uit.

21. Soms voegt men hier nog aan toe:

'k Stelle ze op mijn kanon:

'kSchiete ze dood voor Louis-Napoleon. Één, twee, drij: ze legt daar dood.

Sluiten