Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lie, 21 è, 22 cm. lang. De bovendeelen zijn donker, muiskleurig bruin met onregelmatige, witte vlekken, de onderdeelen witachtig, terwijl de slagpennen en de staartveeren met geelachtig witte vlekken versierd zijn. Hier te lande is hij zeer algemeen in boomgaarden, oude boomen, op torens, zolders, in gewelven, op begraafplaatsen enz. In naaldhoutbosschen komt hij niet voor. Reeds vóór zonsondergang weerklinkt zijn stem. Als de schemering valt, gaat hij op jacht en in heldere nachten hoort men hem tot den morgen.

De ransuil, hoornuil, groote katuil of boschuil (Asio otus) broedt in alle provincies van Nederland. Dit dier bereikt een totale lengte van 34 è. 35 cm., waarvan 15 cm. op den staart komen. Het komt in geheel Europa, Noord- en Middel-Azië en NoordAfrika voor en voedt zich hoofdzakelijk met muizen. Het is van boven roestgeel met zwarte vlammen, aan de keel geelachtig wit, aan de onderzijde roestgeel met zwarte overlangsche strepen, de oorpluimen zijn zwart, de slag- en staartpennen bruin en geel geteekend. Het leeft gezellig, legt in nesten, die door andere vogels verlaten zijn 4 eieren en broedt in Mei en Juni. Dit dier heeft veel overeenkomst met de uhu of oehoe (Bubo bubo), die in ons land niet doch in Duitschland veel voorkomt. Deze is grooter (77 cm. lang) en iets donkerder gekleurd, heeft kortere vleugels en oor-pluimen en een langeren staart. Hij is woest en schuw, jaagt vooral op kleinere zoogdieren en laat vooral in voorjaarsnachten zijn somber geschreeuw hooren.

De velduil, ook wel katuil genaamd, is in het geheel 36 cm. lang. De bovendeelen zijn roestgeel met donkerbruine en witachtige vlekken, de onderdeelen licht roestgeel. De snavel is zwart, het oog lichtgeel. De meeste exemplaren hier te lande komen in September op den trek uit het N. en keeren in Maart naar het hooge N. terug. Soms blijven zij den zomer over. Hij broedt bij ons in de duinen, op weilanden, heidevelden enz., waar hij, zonder een eigenlijk nest te bouwen, 3 of 4 witte, nagenoeg bolvormige eieren legt. Bij ons voedt hij zich in hoofdzaak met muizen en is voor den landbouw zeer nuttig.

Uilenspiegel. Zie Tijl Uilenspiegel.

Uilkens, Jacobus Albertus, een Nederlandsch natuurkundige en godgeleerde, geboren te Wierum (provincie Groningen) den lsten Mei 1772, studeerde te Groningen en promoveerde in 1795 in de wis- en natuurkunde. Het volgend jaar werd hij bevorderd tot candidaat in de godgeleerdheid en in 1798 aanvaardde hij een beroep naar Eenrum. Nadat hij zestien jaar als predikant was werkzaam geweest, werd hij in 1815 benoemd tot hoogleeraar in de wis- en natuurkunde aan de hoogeschool te Groningen. Hij schreef: Korte schets der natuurkennis" (1799), „Kort natuurkundig schoolboek" (1804), „Beschrijving van de merkwaardigste voortbrengsels dernatuur"(1807), schoolboek over de natuurkundige historie" (1807), „Verhandelingen over de voordeelen van het onweder" (1808), „Technologisch handboek" (1809—1819), „Schoolboekje over technologie" (1810), Redevoeringen over de volmaaktheden van den Schepper" (1810—1815), „De katechismus der natuur van Martinet verkort en nagezien" (1812), „Verhandeling over het nut der insecten" (1812) en „Handboek voor vaderlandsche landhuishoudkun¬

de" (1822). Hij overleed den 30sten Mei 1825 te Groningen.

Uilvangen noemt men het onbedoelde wenden van een zeilschip, zonder dat de zeilen veranderd worden.

Uintha Mountains is de naam van een bergketen in den N. Amerikaanschen staat Utah. Zij bereiken in den Mount Emmons een hoogte van 4175 m. en worden in den prachtigen canon van Lodore door de Groene Rivier doorsneden.

Uist is de naam van twee tot de Hebriden behoorende eilanden, gelegen op de W. kust van Schotland (graafschap Inverness). N. Uist, gelegen ten N. van Benbecula, telt (1901) 2936 inwoners, Z. Uist 3541 inwoners, die grootendeels R. Katholiek zijn. Zij beoefenen de visch- en vogelvangst en de veeteelt; landbouw komt weinig voor. De eilanden hebben steile kusten, talrijke goede havens en kleine meren.

Uitenhage is de naam van een distrikt der Britsche Kaapkolonie. Het is N. lijk van Port Elizabeth gelegen en telt op een oppervlakte van 7700 v. km. (1904) 31 900 inwoners grootendeels blanken (12 485) en Kaffers. Door het distrikt stroomt de Sundayrivier, terwijl er de Winterhoekbergen, welke in den Cockscomb een hoogte van 1870 m. bereiken, in gelegen zijn. Het is in het N. vruchtbaar en goed bebouwd, in het Z. daarentegen dor en bedekt met doornstruiken. De hoofdstad, Uitenhage Twon, gelegen te midden van fraaie tuinen, heeft spoorwegwerkplaatsen en wolwasscherij en telt 5330 inwoners.

Uit- en invoer van een land noemt men het geheel der goederen, welke van daar naar elders en van elders derwaarts worden gebracht. Zie verder Handel.

Uiterste wil. Zie Testament.

Uiterwaarden noemt men de door aanslibbing gevormde kleigronden langs onze groote rivieren, gelegen tusschen de zomerkaden en de eigenlijke rivier (band) dijken. In sommige streken, zooals de Betuwe, worden zij als grasland gebruikt, meer naar het W., waar zij te nat zijn voor grasland, vindt men er wilgen op groeien en dragen zij den naam griendgronden.

Uitgebreidheid is een grondbegrip der meetkunde, dat samenhangt met het begrip dimensie (zie aldaar). In de natuurwetenschappen en in de metaphysica is uitgebreidheid de naam voor een der inhaerente eigenschappen van de materie (zie aldaar).

Uitgebroken noemt men in de wapenkunde

een nguur, wanneer alleen de omtrek aanwezig is, terwijl het inwendige do kleur van het metaal vertoont.

Uitgeest, een gemeente in de provincie Noord-Holland, 2237 H. A. groot met (1910) 2852 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Limmen,

Akersloot, Jisp, Wormer, wormerveer, Krommenie,Assendelft, Heemskerk en Kastrikum. De bodem bestaat voornamelijk uit laagveen, in het W. uit alluviaal zand, in het Z. uit klei. Verder behooren er een gedeelte van het Alkmaarder- of Langemeer en eenige andere wateren toe.. De voornaamste bezigheden zijn het kweeken

Uitgebroken.

Sluiten