Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zegel van de Unie van Utrecht.

op te treden, liet hij de eerste stappen doen door zijn broeder, Jan van Nassau, stadhouder van Gelderland.

Het vormen van den nieuwen bond ging metgroote moeilijkheden gepaard. Op den Gelderschen landdag te Arnhem (1678) rezen allerlei bezwaren. Zutfen was er tegen, de bannerheeren eveneens, Friesland had geen gezanten gestuurd, Overijsel en Utrecht wederstreefden. Op raad van den Prins werd daarop een bijeenkomst te Gorinchem gehouden, waar Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland de unie voorloopig teekenden. Weldra echter scheidde zich Friesland weer af en Drente bleef zich verzetten. Toch werd besloten in Januari 1579 opnieuw samen te komen te Utrecht en den 23sten Januari werd hier de „Unie van Utrecht,"

ook wel „Nadere Unie" geheeten, definitief geteekend. Allereerst door Jan van Nassau, eenige vertegenwoordigers der ridderschap van Gelderland en Zutfen, door afgevaardigden van Holland, Zeeland, Utrechten gedeeltelijk van Groningen en Gelderland,

doch weldra traden laatstgenoemde gewesten geheel toe, alsmede Friesland en Overijsel, zoodat de Unie van Utrecht zeven leden telde. Deze vormden de Republiek der Vereenigde Nederlanden en beschouwden tot aan 1795 dat staatsstuk als den grondslag van hun bestaan. Ook eenige steden uit het Zuiden, zooals Antwerpen, Gent, Brugge en IJperen traden toe. Den 298,en Januari werd het verbond te Utrecht plechtig afgekondigd.

De inhoud der Unie was vervat in 26 artikelen. Art. 1 bepaalde, dat de leden van dit verbond ten eeuwigen dage zóó nauw vereenigd zouden blijven, alsof zij slechts één provincie waren, doch met behoud van alle bijzondere privilegiën, die onderling werden gewaarborgd. Art. 2 gewaagde van den bijstand, dien zij elkander bij eiken aanval zouden verieenen. Art. 5 en 6 bepaalde, dat tot bestrijding der uitgaven belastingen op eenparigen voet geheven zouden worden.

Volgens art. 9 zou er geen bestand of vrede gesloten, geen oorlog aanvaard, geen belasting opgelegd worden, dan met algemeene toestemming, terwijl in andere zaken de meerderheid besliste. Art. 10 verbood aan de afzonderlijke gewesten het aangaan van verbonden met vreemde mogendheden buiten voorkennis van de overige leden der Unie. Art. 11 bepaalde, dat nieuwe leden alleen met algemeene goedkeuring opgenomen mochten worden. Volgens art. 13 zouden ten aanzien van den godsdienst Holland en Zeeland zich mogen gedragen naar eigen goedvinden, de andere gewesten eveneens, op dien voet evenwel, dat, overeenkomstig de Pacificatie van Gent, niemand ter zake van den godsdienst werde achterhaald. Art. 16 voorzag in het geval, dat er twist mocht ontstaan tusschen de leden der Unie enz.

Het wapen der Unie vertoont op een rood schild

XV

een gouden steigerenden leeuw, die in den voorsten rechterpoot een zwaard houdt en met den linker een bundel van zeven pijlen omvat. De leeuw heeft een hoed op zijn kop, als teeken der vrijheid. Rondom het schild staat de spreuk: Concordia res parvae crescunt („Eendracht maakt macht"). Alle stadhouders, magistraatspersonen en hoofdofficieren moeten het handhaven der Unie bij eede beloven. De bepalingen der Unie van Utrecht hadden vele leemten en gebreken; zij verhinderden niet, dat het invloedrijke Holland zich vaak zelfstandig inliet met buitenlandsche aanlegenheden, over welke de generaliteit belisssen moest. Toch is dat staatsstuk een hechte grondslag geweest voor het gebouw van ons onafhankelijk volksbestaan.

Uniform (Latijn = eenvormig, gelijkvormig) noemt men de gelijkvormige kleeding van mili'tairen en zekere groepen van burgerlijke ambtenaren. Zij ontstond in de 17de eeuw met de oprichting der staande legers. Terwijl vroeger echter de uniformen van verschillende legers door bepaalde, karakteristieke grondkleuren van elkander onderscheiden waren, dragen thans alle legers te velde uniformen in een weinig in het oog loopende grondkleur. De gegradueerden worden door verschil in uniform of door onderscheidingsteekenen onderling en van de niet-gegradueerden onderscheiden. Op grond van ervaringen, opgedaan in latere oorlogen, neigt men er echter toe om voor alle militairen in oorlogstijd een geheel gelijkvormige uniform in te voeren, met nauwelijks in het oog loopende onderscheidingsteekenen voor de verschillende graden.

Unigenitus Dei Filius is de aanhef van een bul, in 1713 door paus Clemens IX uitgevaardigd, en waarin 101 stellingen uit de „Refiexions morales" van Quesnel als kettersch en gevaarlijk verworpen worden.

Union, Aktiengesellschajt für Bergbau, Eisenund Stahlindustrie, Dortmund, gewoonlijk Dortmunder Union genaamd, is de naam van een der grootste ijzergieterijen in Rijnland-Westfalen, welke den 2den Februari 1872, onder medewerking van de Diskontogesellschaft te Berlijn, met een aandeelenkapitaal van 33 millioen mark werd opgericht Daarbij werden de Heinrichshütte, de Aktienverein Neuschottland, de Dortmunder Hütte en de mijnbouwonderneming Glückauf met haar samengesmolten. Na verschillende veranderingen bedroeg het maatschappelijk kapitaal den 30Btcn Juni 1907 40 millioen mark, terwijl de bezittingen bestonden in 4 bedrijfsafdeelingen, voor steenkoolmijnbouw, voor ijzerertsmijnbouw, de Dortmunder Eisen und Stahlwerke en de Horster Eisen- und Stahlwerke. De gezamenlijke steenkoolproductie bedroeg in 1906—1907 863 650 ton, die van ijzerertsen 148 536 ton. De 5 hoogovens te Dortmund en de 2 te Horst produceerden samen 337 465 ton ruwijzer, terwijl 332 576 ton ijzer- en staalfabrikaten werden afgeleverd. De cokesproductie bedroeg 279 984 ton; de ruwstaalproductie te Dort-1 mund 363 513 ton. De brutowinst bedroeg in 1906—• 1907 6,5 millioen mark, de uitgekeerde dividenden resp. 5% en 3%. De vennootschap had in dat jaar gemiddeld 11 605 personen in haar dienst.

Union is in N. Amerika de naam van de „kleine" Union Jack (Union jlag)\ ook verstaat men er de nationale vlag van Groot-Brittannië onder.

24

Sluiten