Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd het door Hendrik VIII rijksvrij verklaard. Tot aan den val van het Eedgenootschap in 1798 deelde het daarvan de wederwaardigheden. Door de Helvetiaansche grondwet werd het ingedeeld bij het kanton Vierwaldstatten; Obwalden onderwierp zich, maar Nidwalden werd na een wanhopigen strijd door de Franschen veroverd en verwoest (den 7aen—den 9den September 1798). De Mediatieactie van 1803 en het Bondsverdrag van 1815 herstelden Unterwalden weder in de rechten van een zelfstandig kanton. Beide deelen namen in 1832 deel aan den reactionnairen Sarner Bond en in 1845 aan den Sonderbund.

Unterweiszenburg' (Alsó Fehér), een Hongaarsch comitaat in Zevenburgen, wordt begrensd door de comitaten Torda-Aranvos, Kleinen Groot-Kokel, Hermannstadt en Hunyad en telt op een oppervlakte van 3 575 v. km. (1901) 212 352 Roemeensche en Magyaarsche inwoners, welke meerendeels R. Katholiek en Evangelisch zijn. Het bestaat bij de dalen van den Boven Maros en de Ompaly uit ruw bergland, waarin zeer merkwaardige trachietvormingen voorkomen. De gebergten zijn rijk aan metalen, vooral aan goud en zilver, die van ouds ontgonnen worden. De benedenloop der rivieren is vruchtbaar. De hoofdstad van het comitaat is Nagy-Enyed.

Upanishad of Oepanisjad. Zie Veda.

Upernivik is de naam van een Deensche kolonie op een eiland aan de westkust van Groenland, gelegen op 72° 48' N. Br. Deze kolonie, de noordelijkste van Denemarken, telt (1900) 83 inwoners. Het gelijknamige distrikt heeft 878 inwoners.

TJphues, Goswin Karl, een Duitsch schrijver over wijsbegeerte, geboren den 13den Maart 1841 te Brochterbeck bij Tecklenburg, oorspronkelijk een R. Katholiek godgeleerde, werd wegens zijn partijkiezen in de schoolkwestie in 1876 geschorst, waarop hij in 1877 leeraar aan het gymnasium van de kantonnale school te Aurau werd. In 1884 vestigde hij zich als privaatdocent in de wijsbegeerte aan de hoogescliool te Halle, waar hij in 1890 tot buitengewoon hoogleeraar werd benoemd. Hij hield zich voornamelijk bezig met onderzoekingen op het gebied der zielkunde. Van zijn hand verschenen: „Reform des menschlichen Erkennens" (Munster, 1874), „Kritik des Erkennens" (München, 1876), „Psychologie des Erkennens" (dln. 1, Leipzig, 1893), „Sokrates und Pestalozzi" (Berlijn, 1896), „Schule und Leben" (Berlijn, 1897), „Religiöse Vortrage" (Berlijn, 1903), „Vom Bewusztsein" (Osterwieck, 1904), „Vom Lernen" (Osterwieck, 1904), „Sokrates und Platon" (Osterwieck, 1904), „Kant und seine Vorganger. Was wir von ihnen lernen können" (Berlijn, 1906) enz.

Uphues, Joseph, een Duitsch beeldhouwer, geboren den 23aten Mei 1850 te Saffenberg (Westfalen), was tot 1878 als houtsnijder, vooral van heiligenbeeldjes, werkzaam, vertrok toen naar Berlijn, waar hij gedurende 3 jaren aan de kunstacademie studeerde en zich aansloot bij R. Begas, in wiens atelier hij later assistent werd. Als zoodanig werkte hij vooral mede aan de sarcophaag van keizer Frederik en aan de slotfontein. Reeds in zijn eerste werken toonde hij een strengere opvatting dan zijn leermeester, welke hij ook in zijn latere werken toepaste. Voor Duren maakte hij een ge-

denkteeken voor keizer Wilhelm I (1889) en voor Bismarck (1890), voor deze stad, voor Mannheim (1902) en voor Berlijn (1905) een voor Moltke, voor Homburg von der Höhe (1890), voor Wiesbaden (1897), voor Ivronberg (1901) en voor Cliarlottenburg (1905) gedenkteekenen voor keizer Frederik, voor Koblenz een standbeeld van Johannes Muller (1899), voor Pvrmont een Lortzing- (1901) en voor Wiesbaden een Schillermonument. Het meest bekend maakte hij zich door zijn gedenkteeken voor Frederik den Groote in zijn jongelingsjaren in de Siegesallee te Berlijn, waarvoor hij ook het standbeeld van markgraaf Otto II vervaardigd heeft. Bovendien zijn van zijn hand een groot aantal portretbusten en grafmonumenten afkomstig.

Upingtonia. een vruchtbaar landschap in N. lijk Duitsch Z. W. Afrika, gelegen ten Z. van de Etosazoutpan, werd in 1885 door den Engelschen koopman Jordan van Kambonde ter kolonisatie afgestaan aan Boeren, die uit Humpata wegens ontevredenheid en oneenigheid met de regeering vertrokken waren. Het vormde korten tijd een zelfstandige Bóeren-republiek, maar zag zich na de vermoording van Jordan (Juni 1886) door binnenlandsche twisten genoodzaakt de bescherming van Duitschland in te roepen en werd bij Duitsch Z. W. Afrika ingelijfd. De hoofdstad is Grootfontein.

Upland, een landschap in Midden-Zweden, grenst in het O. aan de Oostzee en in het Z. aan het Maelarmeer. Het is vruchtbaar en boschrijk, in het binnenland, levert veel graan (in de streek om Fyris&n en bij het Maelermeer) en bezit reusachtige ijzersmelterijen (Dannemora enz.). De kust is rotsachtig en door kleine eilanden (scheeren) omzoomd. Het behoort administratief tot de lans Stockholm, Upsala en Westmanland.

Upmarck, Gustaf, een Zweedsch kunsthistoricus, geboren den 298ten Februari 1844 te Stockholm, werd in 1869 aangesteld als beambte aan het rijksmuseum aldaar en in 1880 benoemd tot directeur daarvan. Hij maakte zich zeer verdienstelijk door het bevorderen van den kunstzin in Zweden. Zijn belangrijkste geschriften zijn: „Jeremias Falck, drottning Christinas hofkopparstickstare" (Stockholm, 1884), „Fapetvafveriet i Sverige under de första Vasakonungarne" (1886), „Gripsholnis slott" (1887), „De grafiska konsterna (1889), „Handteekningar af aldre mastare i Nationalmuseum" (1889), „Svenska portratt efter kopparstick" (1890), „Svenska Riddarhuset" (1891), „Sk&nska herrg&rdar under Ren&ssanstiden"(1894), „Stockholms slott under Vasatiden" (1896) en „Die Architektur der Renaissance in Schweden 1530—1760" (Berlijn 1897—1900; Zweedsche vertaling, Stockholm, 1904). Hij overleed den 29Bten Mei 1900 te Stockholm. Na zijn dood verscheen een bloemlezing uit zijn werken (Stockholm, 1901).

Upolu (vroeger (Ojolava), op één na het grootste en het vruchtbaarste der Samoaeilanden, gelegen ten W. van Savaii, is 64 km. lang, gemiddeld 13 km. breed en telt op een oppervlakte van 868 v. km. (1902) 18 341 Polynesische inboorlingen, benevens (1903) 340 Blanken, 965 inboorlingen der Zuidzee-eilanden, 436 kleurlingen en enkele Chineezen. Door het eiland loopt een vulkanische bergketen. In het N. laat zij een breede, goedbevloeide vruchtbare vlakte over, waarop door Duit-

Sluiten