Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Taciti" (1879). Met B. Stark en L. v. Jan redigeerde hij van 1864—1866 „Eos, süddeutsche Zeitschrift für Philologie und Gymnasialwesen." Zijn laatste werk was „Grundlegung und Geschichte der klassischen Altertumswissenschaft" (in dl. 1 van Muller's „Handbuch der klassischen Altertumswissenschaft", 2de druk, 1892). Hij overleed den 3den November 1889 te Würzburg.

Urlus, Jacóbus, een Nederlandsch zanger, werd den 9den Januari 1867 te Hergenrath (bij Aken) uit Nederlandsche ouders geboren. Van zijn tweede tot zijn zeventiende jaar woonde hij te Tilburg, waar hij slechts zeer elementair onderwijs genoot en sedert zijn 12de jaar in een ijzerfabriek werkte. Op zijn zeventiende jaar kwam hij naar Utrecht, waar hij gedurende eenige jaren werkzaam was in de machinefabriek van de firma Louis Smulders, doch waar de muziekbeoefening, reeds in Tilburg begonnen, hem meer en meer in beslag nam. In den geginne trad hij voornamelijk als kerkzanger op, verleende echter spoedig ook medewerking aan concerten. Hij ontving zangonderricht van Kugo Nolthenius, en zijn buitengewoon fraaie tenorstem vond weldra in wijden kring waardeering, zoodat hij zich ten slotte geheel aan den zang wijdde en in 1894 heldentenor werd aan de Nederlandsche Opera te Amsterdam, terwijl hij tevens als concert- en oratoriumzanger bijzonderen roep genoot. Hij verliet Amsterdam voor Leipzig, waar hij als heldentenor verbonden werd aan de Groote Opera. Tot zijn creaties van buitengewone verdienste behooren de „Tristan" in Wagners „Tristan und Isolde" en de „Lohengrin." Zijn buigzaam, week tenorgeluid leent zich evenzeer voor lyrischen als voor dramatischen zang, en hij is de onovertroffen „Evangelist" in Baehs „Matthei Passion", welke partij hij jaarlijks te Amsterdam vertolkt.

Urnen (Latijn = aschkruiken) noemt men de bij vele volkeren van den oertijd en de Oudheid in gebruik zijnde vaten, waarin de asch van verbrande lijken wordt bewaard. Zij verschillen van vorm en zijn van verschillende stoffen vervaardigd, meestal van leem, ook wel van steen, zelden van metaal. Sommige urnen dienden alleen ter versiering van het graf. In Italië, vooral bij de Etruskers, waren ze vierhoekig. Ook bij de Kelten, Germanen en Slaven werd de asch der afgestorvenen in urnen bewaard. Men vindt er bij ons te lande en in Duitschland in grafheuvels, onder hunebedden enz. van zeer verschillende grootte en vorm. In lateren tijd verloren de urnen haar deteekenis en werden dan dikwijls op graf-gedenkteekenen, somtijds ook als bloote, architectonische versiering aan huizen aangebracht.

Urotropine(Formine, Hexamethyleentetramine), Nt (CH,) 6 + 6 H, O, vormt een'kristallijn poeder, dat gemakkelijk oplosbaar is in water en bij 10° C. sublimeert. Het lost piszuur op en vernietigt bij blaasaandoeningen de rottingsbacteriën. Daar het geen schadelijke nevenwerkingen uitoefent, wordt het bij ziekten der urinewegen, darmcatarrh enz. gebruikt. In kleine hoeveelheden (0,1—0,2%) kan het bij het conserveeren van melk, gehakt vleesch, worst enz. gebruikt worden.

Urquh&rt, David, een Engelsch staatsman, geboren in 1805 te Braelangwell (Schotland), studeerde te Oxford, begaf zich in 1827 met Lord Cochrane naar Griekenland en keerde in 1829 over

Konstantinopel naar Engeland terug. In zijn reisverhaal „Observations on European Turkey" trachtte hij aan te toonen, dat de Oostersche staatkunde van Rusland gevaarlijk was voor de belangen van Engeland. Na herhaalde reizen in den Levant trachtte hij in zijn werk: „Turkey and its resources" (1833), alsmede in verschillende vlugschriften duidelijk te maken, dat het behoud van het Turksche Rijk in het belang was van de Westersclie Mogendheden, in het bijzonder van Engeland. In 1835 werd hij tot gezantschapssecretaris te Konstantinopel benoemd, waar hij de geheime plannen van Rusland doorgrondde. Reeds in 1837 keerde hij naar Engeland terug; waar hij rusteloos agiteerde tegen het staatkundig beleid van Palmerston, wien hij Russische neigingen en veronachtzaming der Engelsche belangen verweet, o. a. in „Exposition of the affairs of Central Asia"(1840), „Exposition of the boundary differences between Great Britain and the United States" (1840) en in „La crise ou la France devant les quatre puissances" (1840). Van 1847 tot 1852 was hij lid van het Lagerhuis, waar hij zijne aanvallen tegen Palmerston voortzette. Gedurende de verwikkelingen, waartoe het Oostersche vraagstuk in 1853 aanleiding gaf, zette hij zoowel in vergaderingen als in geschrift zijn aanvallen op de Regeering voort, waarbij hij echter geen bijval vond, zoodat in 1854 zijn candidatuur voor het parlement niet slaagde. Na dien tijd nam hij weinig deel aan de openbare aangelegenheden. Behalve de reeds genoemde werken schreef hij: „Progress of Russia in the West, North and South" (1853), „Recent events in the East" (1854), „Turkish Bath" (nieuwe druk, 1865) en „The Lebanen, a history and a diary" (1860). Hij overleed den 1 ö'len Mei 1877 te Napels.

Urquiza, don Justo José de, president der Argentijn sche Confederatie, geboren in 1800 in de provincie Entre Rios, werd in 1842 gouverneur van Entre Rios. De tirannie van Rosas moede, plaatste hij zich in 1851 tegenover dezen, vereenigde zijn troepen met die van den keizer van Brazilië, bevrijdde Montevideo en versloeg den 3derfFebruari 1852 bij Monte-Caseros Rosas, die daarop het land verliet. Urquiza werd nu benoemd tot voorloopig dictator der Argentijnsche Confederatie, maar Buenos-Ayres maakte zich van zijn gezag los. Den 20stcn November 1853 door het congres van Santa-Fé benoemd tot president der Confederatie, trachtte hij, evenwel zonder succes, de welvaart van het land te vermeerderen. Zijn pogingen stuitten af op de tegenwerking van BuenosAyres. In den oorlog, welke daarop volgde, overwon hij generaal Mitre te Cepoda. In 1860 ging het presidentschap der Vereenigde Confederatie over op Derqui. Als opperbevelhebber werd hij den 17deB September 1861 door Mitre, die weder in opstand gekomen was, bij Pavon verslagen, waarna hij onder de Vereenigde Republiek, waarvan Mitre (1802) en Sarmiento (1868) achtereenvolgens president waren, weder gouverneur van Entre-Rios was. Hij werd den 12den April 1870 in zijn kasteel te San-José bij een oproer door zijn adjudant Juan Pablo Lopez vermoord.

Ursern, een schier boomloos, 1,5—3 km. breed en ongeveer 18 km. lang hoogdal (1440—1600 m. boven den zeespiegel) in het Zwitsersche kanton Uri, waardoor de weg over den St. Gotthard

Sluiten