Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ussing (eigenlijk Algreen—Ussmg), Tage, een Deensch staatsman, geboren den lldeK October 1797 bij Hilleröd (Seeland), studeerde te Kopenhagen in de rechten en werd in 1831 secretaris bij de Deensche kanselarij. In 1834 werd hij gekozen tot lid der Stenden, waar hij eerst de liberale, later de conservatieve begins.len verdedigde. In 1840 werd hij hoogleeraar te Kopenhagen, in 1844 burgemeester en in 1848 rijksadvocaat van het koninkrijk, terwijl hij van 1854—1866 deel uitmaakte van den Rijksraad. Zijn voornaamste werken zijn: „Laeren om Servituter" (1836), „Haandbog i den danske Criminalret" (4dc druk, 2 dln., 1859), en „Haandbog i den danske Arveret" (1855). Hij overleed den 25sten Juni 1872 te Kopenhagen.

Ussing, Louis, een Deensch taalgeleerde, geboren den ÏO"™ April 1820 te Kopenhagen, studeerde aldaar, vertoefde van 1844—1846 in Italië en Griekenland en werd in 1847 lector en in 1849 gewoon hoogleeraar in de klassieke taal- en letterkunde en in de oudheidkunde te Kopenhagen. Yan zijn hand verschenen o. a.: „Inscriptiones Graecae ineditae" (Kopenhagen, 1847), „Ciceronis orationes tres de lege agraria" (Kopenhagen, 1850), „T. Livii Historiarum Romanarum libri" (met Madvig, 4 dln., Kopenhagen, 1861—1866), „Theophrasti characteres et Philodemi de vitiis liber X cum commentario" (Kopenhagen, 1868), „Niels Laur. Höyens" (Kopenhagen, 1872), „Plauti comoediae (5 dln., Kopenhagen, 1875—1886), „Graeske og romersk Metrik" (1893), „Den graeske Sjlebygnings udvikling" (1894) en „Betragtninger over Vitruvii de architectura libri X" (1896). Hij overleed den 4den November 1905 te Kopenhagen.

Usterl, Johann Martin, een Zwitsersch dichter, geboren den 12den April 1763 te Zurich, werd koopman en deed groote reizen door Duitschland, België, Nederland en Frankrijk. Als schrijver muntte hij 't meest uit door verhalen in de volkstaal; het gedicht: „Der Vikari" wordt zeer geroemd. Daarentegen verheffen zich zijn Duitsche gedichten zelden boven het middelmatige. Zijn „Freut euch des Lebens" is algemeen bekend geworden. Hij overleed den 298ten Juli 1827 als raadsheer van Zurich te Rapperswil. Zijn nagelaten „Dichtungen in Versen und Proza" zijn door Hesz in 1831 in drie deelen (3de druk, 1877) uitgegeven. Ook als teekenaar had hij eenige verdienste. Zijn „Dichterischer und künstlerischer Nachlasz" gaf Escher in 1896 uit.

Usteri, Paulus, een Zwitsersch staatsman en schrijver, geboren te Zurich den 14den Februari 1768, studeerde te Göttingen in de geneeskunde, vestigde zich daarop in zijn geboortestad en werd er leeraar aan het Genees- en Heelkundig Instituut en directeur van den Botanischen Tuin. In 1797 werd hij lid van den Grooten Raad, terwijl hij bij de verandering der staatsregeling als afgevaardigde van het kanton Zurich zitting nam in den Senaat. In 1802 door zijn kanton afgevaardigd naar de Consulta te Parijs en werd lid der Commissie van Tien om te onderhandelen met Napoleon I. Gedurende den tijd der restauratie was hij de leider der liberale oppositie. Kort vóór zijn dood, in 1831, werd hij benoemd tot eersten burgemeester van Zurich. Onder den titel „Botanisches Magazin,"

later onder dien van „Annalen der Botanik" (1787—1800), gaf hij het eerste Duitsche tijdschrift over plantkunde uit. Daarnaast publiceerde hij een „Repertorium der medizinischen Literatur" (1790—1797), en redigeerde hij met Escher von der Linfh het dagblad „Der Schweizer Republikaner" (1798—1803), een belangrijke bron voor de geschiedenis van Zwitserland in die dagen. Sedert 1821 gaf hij de „Neue Zürcher Zeitung" uit, terwijl hij gedurende tientallen van jaren het grootste gedeelte der artikelen over Zwitsersche aangelegenheden in de „Allgemeine Zeitung" en in Posselts „Europaische Annalen" leverde. Bovendien schreef hij het „Handbuch des SchweizerLschen Staatsrechts" (2de druk, 2 dln., 1821). Hij overleed den 9den April 1831. Na zijn dood verschenen „Kleine gesammelte Schriften" (1832).

Ustica, een eiland in de Tyrrheensche Zee, 67 km. N. lijk van Palermo gelegen, behoort tot de provincie Palermo, heeft een vulkanischen boilem en merkwaardige grotten en is de vindplaats van fossiele schelpen. Het heeft een oppervlakte van 8.34 v. km., bereikt een hoogte van 239 m. en telt (1901) 1992 inwoners. Men verbouwt er graan, olijven, druiven en katoen. Het eiland, dat een stoombootverbinding heeft met Palermo, bezit een strafkolonie, voornamelijk voor Camorristi en Mafiosen.

Ustjub is de Turksche naam van Skoplje. Zie aldaar.

Usurpatie is de naam voor de wederrechtelijke toeëigening van een uniform, een diploma of onderscheiding, titel, waardigheid enz. In het bijzonder echter gebruikt men dezen term voor het bemachtigen van den troon door het verdringen van een vroegeren wettigen heerscher of de onderdrukking van de zelfstandigheid van een staat. Heeft de usurpator het bezit der staatsmacht verkregen, dan moeten na zijn val zijn regeeringsdaden door den teruggekeerden, rechtmatigen beheerscher worden erkend.

Usus fructus. Zie Vruchtgebruik.

Ut. Zie Solmisatie.

Ut ah, een staat der Noord-Amerikaansclie Unie, gelegen tusschen 37° en 42° N. Br. en 109° en 114° W. L. v. Gr., grenst in het N. aan Idaho en Wyoming, in het O. aan Colorado, in het Z. aan Arizona en in het W. aan Nevada en beslaat een oppervlakte van 220 060 v. km. Het Wahsatschgebergte verdeelt dezen staat in twee gedeelten, waarvan het kleinste W. lijke tot het Groote Bekken behoort, terwijl het O. lijke afwatert langs de zijrivieren der Colorado. De oppervlakte bestaat hoofdzakelijk uit dorre, woeste hoogvlakten, waaruit enkele bergketens verrijzen. Onder de talrijke meren is het Groote Zoutmeer het voornaamste. Daarin monden de Beren- en de Weversrivier uit, alsmede de Jordaan. Zij leenen zich voor kunstmatige bevloeiing, omdat het Beren- en Utahmeer, waardoor zij stroomen, als het ware natuurlijke stuwbekkens vormen. Naast deze is de Sevier, welke in het gelijknamige meer eindigt, de voornaamste rivier. Geen van deze rivieren is bevaarbaar, maar zij maken de kunstmatige bevloeiing mogelijk van het aangrenzende land, dat rijke oogsten oplevert. Het O. lijk bergland verheft zich in het Wahsatschgebergte steil uit de vlakte. Nog hooger is de O. waarts loopende Uintahketen (Mount Emmons.

Sluiten