Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaande, geboren te Gent in 1536, studeerde te Parijs en legde zich toe op oude en nieuwe talen. Hij schreef: „Epigrammata, epitaphia, epithalaraia Graeca et Latina", „Epitaphia in mortem Henrici II, Galliae regis" (1560), „Epistolarum centuria" (1597), „Mythologica Aesopica metro elegiaco" (1607'), „Commentariolus seu libellus adsertatorius, quo principum duorum, Philippi II, Hisp. regis, et Mahometi III, Turcorum imperatoris vires, opes, provinciae etc. explicantur etc" en „Xenia seu ad illustrium aliquot Europae hominum nomina allusionum liber primus". Hij overleed den lsten Augustus 1600 te Keulen.

Utenhove, Anthonis, geboren uit een adellijk geslacht te Gent, was een ijverig voorstander der Hervorming, ontvluchtte zijn geboortestad, om zich aan de vervolging van Alva te onttrekken, bevond zich bij den Briel op de vloot der Watergeuzen, doch vertrok vandaar naar het leger van den prins van Oranje of voegde zich bij anderen, die met Blommaert Oudenaarden veroverden. Bij het terugtrekken van den prins werd deze plaats door Alva heroverd en Utenhove gevangen genomen en veroordeeld om levend te worden verbrand. Met een lange keten sloot men hem aan een paal en omringde hem met een vuur, totdat op het laatst een medelijdend Spanjaard den hellebaard gebruikte om een einde te maken aan die vreeselijke marteling.

Utenhove, Jacób Maurits Carel, baron van, geboren den 26sten Juni 1773, studeerde te Utrecht in de letteren en tevens in de sterrenkunde onder Hennert, welke hem belastte met de zorg voor de sterrenwacht. Met Vriespecker bepaalde hij o. a. de geografische breedte van Utrecht en deed belangrijke waarnemingen omtrent de eclipsen der satellieten van Jupiter. Hij was lid van het Koninklijk Nederlandsch Instituut en deelde aan dit lichaam, alsmede aan Arago te Parijs zijn waarnemingen mede over den gang van de barometer en thermometer te Utrecht. Verder maakte hij deel uit van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en van de Provinciale Staten van Utrecht en was hij hoogheemraad van het Collegie der Eems. Hij overleed den ls,en September 1837 op den huize Kermestein bij Lienaen in Gelderland. Zijn weduwe schonk zijn uitgebreide en kostbare boekerij aan de academische bibliotheek te Utrecht.

Uterus. Zie Baarmoeder.

Utica (thans Boe Sjater), een oud-Phoenicische stad, niet ver van Carthago en aan den mond van den Bagrada (thans Medsjerda) gelegen, vertoont noe eentee overblijfselen

van zijn voormalige grootheid in de ruïnen van een amphitheater, een haven en een waterleiding. Volgens Aristoieles werd het omstreeks 1100 v. Chr. gesticht, terwijl het naburige Carthago eerst 287 jaar daarna verrees. Toen alle steden van N. Afrika reeds aan Carthago onderworpen

waren, genoot utica nog altijd een zekere onafhankelijkheid. Toen het zich eindelijk had moeten onderwerpen, poogde het bij herhaling het juk af te schudden. Terwijl het

Munt van Utica.

in den Tweeden Punischen Oorlog Carthago ondersteunde, was het in den Derden Punischen Oorlog de eerste van alle steden, welke zich aan de Romeinen overgaf. Tot loon daarvoor werd het na den val van Carthago (146) tot hoofdstad verheven van het proconsulaat. Na dien tijd is Utica vermaard geworden als het tooneel van den dood van Cato den Jongere. In den Christelijken tijd was zij de zetel van een bisschop, doch Potentius, de laatste dier bisschoppen, nam in 683 de wijk naar Spanje, om zich te onttrekken aan de macht der Arabieren. In het „Martyrologium" heeft Utica grooten roem als geboorteplaats van de „Massa candida" of de „Witte schaar der 300 martelaren", wier nagedachtenis in de R. Katholieke Kerk met plechtigheid wordt gevierd.

Utica, de hoofdstad van het graafschap Oneida van den N. Amerikaanschen staat New-York, is, in een vruchtbare omgeving, gelegen op den Z. oever van de Mohawkrivier, waar deze het Eriekanaal opneemt. Het is een kruispunt van den New-York-Central-, den W. Shore-, den DelawareLackawanna- W.- en den Watertown- OgdenSpoorweg, bezit een rijkskrankzinnigengesticht, wol- en katoenspinnerijen, stijfsel-, orgel-, pianoen machinefabrieken, korenmolens enz. en een levendigen handel in kaas, boter, hop en huiden. De plaats, welke in 1784 gesticht werd, telt (1906) 65 099 inwoners.

Utilitarisme (Utiliiarianisme, nuttigheidsleer) noemt men dien vorm van eudaimonisme, welke, in tegenstelling met het egoïsme, de bevordering van het universeel geluk der gemeenschap („het grootst mogelijke geluk van het grootst mogelijk aantal" volgens Bentham) als hoogste zedelijk gebod vooropstelt en het zedelijk oordeel over een daad afhankelijk maakt van haar verhouding tot dit doel. De grondlegger van het utilitarisme is Baco. Uitgaande van de gedachte, dat de zedelijke geboden ook moeten kunnen worden opgesteld, wanneer men van de goddelijke sanctie, welke de godgeleerde ethica er aan ten grondslag legt, afziet, stelde hij als criterium het al dan niet bevorderen van het geluk der gemeenschap op. Alnaarmate men dit laatste nu opvat als de som van alle individueel geluk, of als iets hoogers tegenover het geluk van het afzonderlijke invidu plaatst, krijgt het utilitarisme een meer individualistisch karakter, zooals bij Bentham, Mill en Spencer, of een meer sociaal karakter, zooals bij Comte, Sidgwick en de Positivisten. De vraag naar de beweegredenen, welke het individu nopen om het gemeenschappelijk geluk te bevorderen, wordt verschillend beantwoord. Volgens sommigen is het ten slotte zijn eigen, welbegrepen eigenbelang, dat hem drijft. Anderen meenen, dat zich uit de egoïstische neigingen van den mensch, onder invloed van de opvoeding of volgens het beginsel van het behoud van het meest doelmatige, altruïstische neigingen kunnen ontwikkelen. In ieder geval heeft het utilitarisme het voordeel, dat het een voor het gezond verstand gemakkelijk te begrijpen ideaal van het zedelijk streven opstelt. Zijn zwakte ligt in de vaagheid van het begrip „universeel geluk der gemeenschap" en in de moeilijkheid, om de uitwerking van elke afzonderlijke handeling ten opzichte daarvan te beoordeelen.

Utingeradeel, een gemeente in de provin-

Sluiten