Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de Elisabethstraat. Utrecht is omringd door fraaie singels en plantsoenen, zooals de Catharijnesingel, het Moreelse Park, het Park Nieuweroord, de Tolsteegsingel, het Servaasbolwerk, de Maliebaan, het Hoogelandpark, de Emmalaan, het Wilhelminapark en het Lucasbolwerk. Tot de voornaamste pleinen in de stad behooren: het Vreeburg, de Mariaplaats, het Munsterkerkhof, de Neudc, het Janskerkhof, de Ganzenmarkt, het Oranjepark en het Stationsplein. Over de grachten liggen een aantal bruggen, vanwaar men soms een fraai gezicht op verschillende stadsgedeelten heeft.

De voornaamste kerk van Utrecht is de Domkerk. Volgens de overlevering werd zij in 700 gesticht, in 1015 door bisschop Adelbold herbouwd en in 1023 gewijd. Met den bouw van de tegenwoordige kerk werd in 1254 begonnen, in 1514 werd de voltooiing gestaakt, in 1674 werd het schip door een storm verwoest. In do 19de eeuw werden verschillende gedeelten gerestaureerd door Iiromm, Kamperdijk en Nieuwenhuis. Zelfs in haar onvoltooiden vorm maakt het gebouw een grootschen indruk. Het inwendige is daarmee in overeenstemming. Men vindt er o. a. graftomben van George van Egmond, Schenk van Toutenburg, Willem Jozef van Gent, Amalia van Solms en Hendrik en Stephanie van Nellesteyn. Verder bezit zij een

irddi, Qocn erg geschonden Christusbeeld en een beeld van de slapende Romeinsche grafbewakers. In een kapel treft men overblijfselen van een grafteeken van Jan van Arkel aan. De kerk heeft een mooi orgel. Tusschen de Domkerk en den Domtoren beviijdt zich het in 1883 onthulde standbeeld van

Jan van Nassau, vervaardigd door Stracké. De Domtoren, eigendom van het Rijk Utrecht, werd van 1321—1382 door Jan van den Doem gebouwd. De hoogte bedraagt 116 m. Hij bevat eenige oude klokken, waaronder de beroemde Sint Salvatorklok, die door 8 mannen in beweging gebracht moet worden, en een carillon. De Buurkerk dagteekent in haar tegenwoordigen vorm uit de 14de of 15de eeuw, evenals de Jacobikerk, waarin men het graf van den predikant Duifhuis vindt.. Beide kerken worden reeds veel eerder vermeld. Tot de Protestantsche kerken behooren verder: de Janskerk met een praalgraf van Dirk van Wassenaar, de Nicolaikerk met een gedenkteeken voor Jacobus Bellamy, de Geertekerk, de Bethlehemskerk, de Pieterskerk, een Luthersche, een Remonstrantsche, een Doopsgezinde, een Apostolische, een Christelijk Gereformeerde en 3 Gereformeerde kerken. De Roomsche kerkgebouwen zijn: de kerken van St. Augustinus, St. Catharijne, St. Dominions, de oude en de nieuwe S. Martinuskerk, de kerk van St. Willebrordus, van Onze Lieve \ rouwe, St. Monica, St. Jozef en St. Anthonius. De Oud-Bisschoppelijke Cleresie heeft de Mariakerk, de St. Gertrudiskerk en de St. Jacobuskerk in gebruik. Ook bezit Utrecht een synagoge.

Het stadhuis van Utrecht werd in 1830 uit twee oude gebouwen, n.L de Hasenberch, die reeds in 1343 tot schepenhuis werd ingericht, en de Lichtenberch gebouwd. De universiteit grenst gedeeltelijk aan de Domkerk, waarmee zij door den Kloostergang, een Gotisch bouwwerk uit de 1538 eeuw (gerestaureerd van 1880—1896), is verbonden. Zij bestaat uit een oud gedeelte n.1. het groot

auditorium, vroeger de kapittelzaal van de Domkerk, de Senaatskamer en den massieven toren, en uit een nieuw gedeelte. In de kapittelzaal, die tot aan den Spaanschen tijd als vergaderzaal van de Staten van Utrecht, diende, werd in 1579 de Unie van Utrecht geteekend, in 1634 werd zij aan de universiteit afgestaan, van 1877—1879 is zij door Cuypers gerestaureerd. Van het nieuwe gedeelte, dat in vrijen Hollandschen renaissancestijl opgetrokken is door Gugel en Nieuwenhuis, werd in 1895 de eerste steen gelegd. Het gebouw de Paushuize werd in 1517 gesticht door den lateren paus Adriaan VI, en dient thans gedeeltelijk als gouvernementsgebouw, ten deele als universiteitsbibliotheek. In den Franschen tijd behoorde het aan Lodewijk Napoleon, die het echter slechts kort bewoonde. Het door hem gebouwde nieuwe paleis dient sedert 1814 gedeeltelijk als zetel van het Hoog Militair Gerechtshof, terwijl een ander gedeelte thans tot archiefgebouwen van het rijk en van de gemeente Utrecht is ingericht. Het gerechtshof is gevestigd in het vroeger Hof van Utrecht, gesticht op de plaats, waar zich sedert 1050 de beroemde witte abdij van Sint Paulus bevond. Van de oude bouwwerken noemen wij nog: het Ambachts-Kinderhuis, thans een gewoon weeshuis, met de Fundatie van Renswoude, het Begijnhuis van Sint Agnes, vroeger een kerk, thans ingericht tot kazerne, het gereformeerd burgerweeshuis, vroeger het Sint Elisabethsgasthuis, in 1491 gesticht, het Huis Oudaan, sedert 1579 een oud mannen- en vrouwenhuis, het gebouw van de vroegere Statenkamer, thans museum voor natuurlijke historie, het gebouw van het pharmacologisch laboratorium, dat in 1567 als gasthuis voor pestzieken werd gesticht en de Ridder-Balije van Utrecht of Duitsche Huis. thans militair hosnitaaL Als de be¬

langrijkste moderne gebouwen vallen verder te noemen: het Directiegebouw en het hoofdbureau der Staatsspoorwegen, het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen met het museum „Kunstliefde", de Boterhal, de studentensocieteit, de cellulaire gevangenis, het academisch ziekenhuis, het Nederlandsche gasthuis voor ooglijders, het zoogenaamde Hoogeland, thans ingericht voor museum, de beurs en de fruithal. Utrecht bezit een aantal belangrijke inrichtingen, waarvan er terloops reeds eenige werden genoemd. Hiertoe behoort in de

eerste plaats: de rijksuniversiteit met talrijke instellingen, zooals de universiteitsbibliotheek, die in de laatste jaren grootendeels in een nieuw gebouw is ondergebracht, het anatomisch kabinet, de Hortus Botanicus, het mineralogisch en geologisch museum, het zoölogisch museum, verschillende laboratoria, het academisch ziekenhuis, het Nederlandsche gasthuis voor ooglijders, het krankzinnigengesticht, het astronomisch observatorium enz. Verder bezit Utrecht een rijksveeartsenijschool, 2 gymnasia, 2 hoogere burgerscholen met 5-jarigen cursus en een met 3-jarigen met daaraan verbonden handelsschool, een hoogere burgerschool voor meisjes, een ambachtsschool, 2 muziekscholen, een aantal vakscholen, de rijksmunt, waarvoor een nieuw gebouw sedert kort voltooid is, het Provinciaal Utrechtsch Genootschap, een leesmuseum, een schouwburg, een uitmuntend stedelijk orkest, een aantal museums, zooals het stedelijk museum van oudheden, het

Sluiten