Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schakelrad M grijpt. Het anker wordt door de slingeringen van den regulator, in casu den slinger P,in regelmatig heen en weergaande beweging gebracht en laat nu telkens aan de ééne zijde een tand van het schakelrad vrij, terwijl het, nadat dit zich over een bepaalden afstand heeft verplaatst, aan de andere zijde een tand grijpt. De slinger is in ons geval geheel vrij opgehangen; zijn beweging wordt door middel van de geleidingsstang T. op de as O van het anker M overgebracht.

Een drijfwerk met spiraalveer is afgebeeld in figuur 3. A is de drijfveer. Haar ééne uiteinde is

Fig. 3.

Schematische voorstelling van het raderwerk van een zakuurwerk.

bevestigd aan de zuil u1, haar andere aan de as B van het tandrad C. Wordt de veer opgewonden en daarna losgelaten, dan ontwindt zij zich. Daarbij worden de as B en het tandrad C medegedraaid, welke beweging op de wijze, als zooeven beschreven, geregeld wordt en overgebracht op de assen, waarop de wijzers bevestigd zijn.

Wordt eindelijk de electriciteit als drijfkracht gebruikt, dan kan dit op tweerlei wijze geschieden.

Fig. 4. Fig. 5.

Van voren. Terzijde.

Electrisch uurwerk met het gepolariseerde anker van Grau.

In de eerste plaats kan men haar gebruiken als drijvende kracht van den regulator (slinger), maar in de tweede plaats kan men haar rechtstreeks op de wijzers laten werken: De figuren 4 en 5 geven

van deze inrichting een voorstelling. E is een electromagneet met de poolschoenen 1 en k; a b is een krachtige hoefijzermagneet, tusschen de polen waarvan het anker op de messingen as d e is bevestigd. Dit anker bestaat uit twee gelijke deelen ( g i en f h) van week ijzer. Zij staan tegenover de polen van den magneet a b en worden door dezen gemagnetiseerd. Gaat nu een stroom door den electromagneet, zoodanig, dat zijn poolschoenen dezelfde polariteit krijgen als de deelen van het anker, dan wordt dit afgestooten en 90° gedraaid; loopt in de volgende minuut een stroom in tegenstelde richting door den electromagneet, dan wordt het anker opnieuw 90° gedraaid enz. Deze draaiing wordt overgebracht op den minuut- en den uurwijzer.

Het echappement, dat de onregelmatige beweging, veroorzaakt door het drijfwerk, op de regelmatige beweging van den regulator koppelt, komt in verschillende vormen voor. Het oudst is het spilechappement, dat, in vereeniging met een horizontalen slinger (balans genaamd), in de eerste groote torenuurwerken werd toegepast (fig. 6). De balans w slingert nu in een horizontaal vlak

Fig. 6.

om een loodrechte as, waarop, ten opzichte van elkander loodrecht, de beide vleugels p en q zijn bevestigd. Deze vleugels grijpen beurtelings in de tanden van het schakelrad k en laten, wanneer de balans terugslingert, een tand doorgaan. De slingertijd van de balans, en daarmede de gang van het uurwerk, wordt geregeld door verstelling der gewichten van w. Het belangrijkste en meest gebruikte echappement is het ankerechappement (fig. 2). Het werd in 1680 door Clément aangegeven en door Graham (1673—1751) belangrijk verbeterd. Het bestaat uit een anker N, dat verbonden is met den regulator (hier den slinger P) en dat in de tanden van het schakelrad M grijpt. Door de heen en weer gaande beweging van het anker wordt telkens aan de ééne zijde een tand van het kroonrad vrij-

Sluiten