Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f worden, gewoonlijk met A {avancé) en R (retard), in Engelsche uurwerken met F (jast) en S (slow) aangegeven, en duiden daardoor de richting aan, waarin de wijzer moet worden verzet om het uurwerk sneller, resp. langzamer te doen loopen. Evenals bij den enkelvoudigen slinger is deze compensatie niet automatisch.

Naast temperatuurveranderingen oefenen ech-

FIG. 11.

Kompas.

ter ook luchtdrukveranderingen invloed uit op den slingertijd van een slinger. Zoo verlangzaamt een toeneming van den luchtdruk met 1 mm kwikzilverdruk den gang van een secondeslingeruurwerk met ongeveer 0,015 seconde per dag. Om den invloed van deze veranderingen tegen te gaan, heeft men den slinger in sommige gevallen, waarin groote nauwkeurigheid in de tijdsbepaling gewenscht is, van een luchtdrukcompensatie voorzien.

in den vorm, dien Iwbinson en Krüger er aan gegeven hebben, bestaat zij uit een kleinen hevelbarometer, bevestigd aan de slingerstang.Neemt de drukking der lucht toe, daan gaat het zwaartepunt van den slinger, door de verplaatsing van hetkwik

in den barometer een weinig omhoog. Daardoor wordt de slingertijd verkort en komt

een slingeruurwerk, waarvan de bouw afhangt van de nauwkeurigheid in de aanwijzingen, welke vereisclit is. Figuur 12 geeft een schema van zulk een installatie. Aan het schakelrad W van het normaaluurwerk is een pal z bevestigd. Iedere minuut gaat deze pal eenmaal door zijn laagsten stand en drukt dan de metalen veer f tegen een contactstift, welke op de metalen veer g gesoldeerd is. Daardoor wordt de stroomloop van de batterij B gesloten. De stroom loopt van B naar a en van daar over f en g naar b. Vanaf b loopt hij'nu langs den draad L naar het bijuurwerk I, van I langs L verder naar het bijuurwerk II enz,. Nadat hij het laatste bijuurwerk heeft doorloopen, wordt hij naar de aardplaat PI geleid, vanwaar hij door de aarde de andere aardplaat PI en de batterij B weder bereikt. Is de pal z door zijn laagsten stand heen, dan springt de veer f weer terug, en de stroom wordt onderbroken, om een minuut later weer gesloten te worden. De bijuurwerken kunnen op verschillende wijzen zijn ingericht. In de eerste plaats kan men, zooals reeds beschreven is, het arbeidsvermogen van den electrischen stroom gebruiken om de wijzers rechtstreeks te bewegen. Bij grootere bijuurwerken is dit arbeidsvermogen, tenzij men zijn toevlucht zou nemen tot groote stroomsterkten, daartoe niet voldoende. In het bijuurwerk is dan een drijfwerk met vallend gewicht aanwezig, dat met behulp van een electromagnetisch remwerktuig, gedreven door den elec-

Fig. 12.

Electrische uurwerken met gelijke tijdaanwijzing.

de compensatie tot stand. Riefler bereikt hetzelfde met behulp van een doosaneroïdebarometer. Een andere wijze, eveneens van Riefler afkomstig, bestaat hierin, dat men het geheele uurwerk in een luchtdichte, glazen klok opsluit, waarin de lucht met behulp van een luchtpomp wordt verdund tot op een bepaalden druk. De compensatie ten opzichte van schokken en wrijvingen wordt bereikt door het echappement, dat, in verschillende vormen, reeds besproken is.

Het uurwerk, zooals wij het tot nu toe besproken hebben, is slechts bruikbaar binnen een kring waarin zijn aanwijzingen zichtbaar zijn. Alle plaatsen, welke daarbuiten zijn gelegen, hebben aan de aanwijzingen van het uurwerk niets. De toepassing van de electriciteit heeft het echter nog mogelijk gemakt, om de aanwijzingen van één uurwerk (hoofd-, moeder-, of normaaluurwerk genaamd) op verschillende plaatsen tegelijk zichtbaar te maken. Als normaaluurwerk gebruikt men

trischen stroom, iedere minuut in werking gesteld en in zijn werking weder onderbroken wordt.

In de beide, hier genoemde installaties is de electrische stroom direct of indirect de drijver van alle bijuurwerken. Treedt er een storing op, dan staan alle tegelijk stil. Vandaar dat men haar feitelijk alleen kan gebruiken binnen kleine afstanden, waardoor men haar geheel kan overzien en c-ventueele storingen terstond kan wegnemen. Bij grootere afstanden van het normaaluurwerk gebruikt men den van dit uurwerk uitgaanden electrischen stroom niet meer als drijfkracht, maar als gangregelaar. Treedt daarbij een storing in, dan blijven niet alle bijuurwerken stilstaan, maar loopen zij, zij het dan ook met minder nauwkeurigheid, door, wat een groot voordeel is. Tot deze soort behooren in de eerste plaats de uurwerken met electrische wijzerstelling. De bijuurwerken zijn geheel zelfstandige uurwerken, waarvan de wijzers met regelmatige tusschenpoozen door den van het nor-

Sluiten