Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vanderem, Fernand, een Fransch schrijver van Nederlandsche afkomst (eigenlijk Vanderheym), geboren den 25Bten Juni 1864 te Parijs, studeerde in de wijsbegeerte en de geschiedenis, werd medewerker aan de „Revue Bleue," waarin zijn opstellen over het wijsgeerig onderwijs op de scholen de aandacht trokken, en daarna aan het ,Journal" en aan andere bladen, waarbij hij zich als geestig feuilletonnistdeed kennen. Zijn eerste novelle „La patronne-' (1891) verscheen eerst in 1896, nadat reeds de fijngevoelig moderne, maatschappelijke roman „La Cendre" (1894) zijn roem had gevestigd, in boekvorm. Daarop volgden: „Charlie" (1895), „Le chemin de velours" (1896), „Les deux rives" (1897) en eindelijk de fijn humoristische novelle „La victime" (1907). Op het tooneel trad hij voor het eerst op met het zedenspel „Le calice" (1898), waarop volgden: „La pente douce" (1901), „Les Fresnois" (1907) en het geschiedkundig blijspel „La timbale" (met G. Lenótre, 1909).

Van der Haeghen, Ferdinand Frans Ernst, geboren te Gent den llaen October 1830, zoon van den eigenaar-uitgever der „Gazette van Gent", oudste dagblad van het land, waarvan het privilegie dagteekent van 1666. Reeds als student (1851) aan de universiteit zijner geboortestad toonde hij groote belangstelling voor het verleden zijner stad en voor oude boeken. Na zijn huwelijk Ondernam hij een paar reizen naar Italië, vestigde zich te Gent en sloot zich aan bij de „Vlaamsche Bibliophielen". Van 1858 tot 1869 verschenen 7 dln. van zijn „Recherches sur la vie et les travaux des imprimeurs gantois". In 1859 hielp hij Campbell, den helper van Holtrop, te 's Gravenhage, bij het beschrijven van Nederlandsche incunabels. In 1869 werd hij bibliothecaris der hoogeschool, ter vervanging van baron delSaint-Genois. Deze bibliotheek werd onder zijn bestuur opnieuw ingericht, verrijkt en uitgebreid. Van der Haeghen schonk er zijn belangrijke, bijzondere bibliotheek aan, een voorbeeld dat navolging vond en waardoor o. a. de verzamelingen Snellaert, Heremans en Gantrelk werden verkregen. Hij ook kocht de rijke pamflettenverzameling Meulman enz. Maar eerbied en dank verdient hij vooral voor zijn „Bibliotheca Belgica", de ook in het buitenland beroemde uitgave, gewijd aan de beschrijving van alle boeken door Belgen of Nederlanders geschreven of van werken in het buitenland uitgegeven en gewijd aan de Nederlanden, als ook aan de bibliografie van Nederlandsche drukkers in het buitenland gevestigd. Sinds 1880 wordt deze uitgave onafgebroken voortgezet met medewerking van R. Van den Berghe en Ch. I. J. Amold. Hij is lid der Koninklijke Vlaamsche Academie en der Académie royale de Belgique, der Maatschappij voor Nederlandsche Letterkunde te Leiden, van het Zeeuwsch genootschap der Wetenschappen, van het Historische Genootschap te Utrecht, sinds 1888 doctor honoris causa in de wijsbegeerte en letterkunde. Hij ijverde met bijval voor het behoud van oude monumenten in zijn schoone stad Gent, en was tevens een verlicht kenner en verdediger der moderne schilderkunst op het oogenblik, dat weinigen deze nog konden waardeeren. In 1911 trad van der Haeghen af om een welverdiende rust te genieten. Van zijn talrijke werken vermelden wij nog: „Van die beróerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelijk te Ghendt

1566—1568 door Marcus van Vaernewyck"(5 dln., 1872—81), „Jaarboeken van het souvereine gilde der kolveniers, busschieters en kanonniers gezegd hoofdgilde van Sint Antone te Gent" (3 dln., 1867).

Vanderklndere, Léon, een Belgisch geschiedschrijver, geboren den 22s,en Februari 1842 te Brussel, promoveerde in 1863 in de rechten, in 1865 in de wijsbegeerte en werd in 1873 benoemd tot hoogleeraar in de geschiedenis aan de hoogeschool te Brussel. In 1882 stichtte hij de Belgische Anthropologische Vereeniging. Van 1880—1884 envan 1892—1894 was hij lid der Kamer van Afgevaardigden, waar hij tot de linkerzijde behoorde, terwijl hij in 1900 benoemd werd tot burgemeester van Uccle. Naast verschillende, belangrijke verhandelingen, waaronder wij noemen „Les tributaires ou serfs d' église en Belgique au moyen-age'' (1897), schreef hij: „De la race et de sa part d' influence dans les diverses manifestations de 1' activité des peuples" (Brussel, 1868), „Recherches sur 1'ethnologie de la Belgique" (1772), „Le siècle des Artevelde" (1879), ,,L' université de Bruxelles 1834—1884" (1884), „Introduction a 1' histoire des institutions de la Belgique au moyen-age" (1890) en „La formation territoriale des principautés beiges au moyen-age" (2 dln., 1899—1902). Verder bezorgde hij een nieuwen druk van de kroniek van Gislebert van Mons (1904) en schreef hij de zeer verbreide schoolleerboeken: „Histoire de 1' antiquité (3de druk, 1903) en „Histoire contemporaine" (2de druk, 1897). Hij overleed den 9den November 1906 te Uccle bij Brussel.

Van der Smissen, Aljred, baron, een Belgisch krijgsman, geboren den lBten Februari 1823 te Brussel, werd in 1843 officier, streed in 1851 in Algerië en was van 1865—1867 stafofficier in het Belgische vreemdelingenlegioen van keizer Maximiliaan van Mexico. In 1879 benoemd tot luitenant-generaal en in 1882 tot commandant van Brussel, deed hij van zich spreken door het onderdrukken van het werkstakersoproer te Charleroi" (1886) en door zijn optreden ten gunste van de invoering van den algemeenen dienstplicht. Van zijn hand verschenen: „Organisation des forces nationales" (1879), „Le service personnel et la loi militaire" (1887) en „Souvenirs de Mexique" (1894). Hij overleed den 16den Juni 1895 te Brussel.

Van der Stappen, Pieter Karei. Zie Stappen.

Van der Straeten Edmond, een Belgisch muziekgeschiedkundige, werd den 3den December 1826 te Oudenaarde geboren. Hij studeerde te Gent in de wijsbegeerte en geschiedenis, en vestigde zich in 1857 te Brussel, waar hij tot conservator aan de Koninklijke Bibliotheek benoemd werd. Ook was hij mederedacteur van de „Echo du parlement beige." Hij overleed te Oudenaarde in 1895. Talrijk zijn de door hem uitgegeven geschriften op het gebied der muziekgeschiedenis, voornamelijk die van Vlaanderen en Nederland betreffende. Als de voornaamste noemen wij: „Recherches sur la musique a Audenarde avant le 19de siècle (1856), „Jacques de Gony" (1863), „La musique aux Pays Bas avant le 19de siècle" (5 dln., 1867—1885) „Le théatre villageois en Flandre. Histoire, littérature, musique, religion, politique, moeurs" (2 dln., 1874—1880), „Les ménestrels aux Pays-Bas, du 13de au 18dB siècle. Leurs gildes, leurs statuts, leurs écoles, leurs fonctions, leurs instruments, leur répertoire,

Sluiten