Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voel- en van pontveren. Het eerste zet, met een roeiboot, alleen voetgangers o\er; het pontveer bestaat uit een platboomd vaartuig en zet naast menschen ook vee, wagens enz. over. Pontveren, waarmede, met uitzondering van de locomotief, geheele treinen worden overgezet, noemt men trajecten.

Naar de wijze van voortbeweging, verdeelt men de veerponten in een 4tal soorten: Vrijvarende veren komen voornamelijk bij stilstaande wateren en breede rivieren voor. De boot wordt bewogen door boomen, roeispanen, zeilen of door stoom-1 machines (stoomponten). In het laatste geval is de veerpont of zelf een stoomboot, of zij wordt door een stoom-(sleep) boot gesleept. Het stroomveer, ook gierpont genaamd, vindt vooral toepassing in stroomend water van matige breedte. De veerboot hangt door den toom aan het giertouw, waarvan het boveneinde in de rivier geankerd is. Door den toom een gepasten stand te geven, brengt men de boot scheef op de stroomrichting, en de kracht van den stroom drijft haar zijwaarts, waarbij zij een cirkelboog om het ankerpunt beschrijft. Bij het kabel- of kettingveer is een kabel of ketting dwars over de rivier gespannen die aan de veerboot haar richting geeft. Een tweede kabel of ketting loopt op de boot over een trommel, welke met de hand of door een stoommachine wordt bewogen en waarboor de veerboot wordt voortbewogen. Geheel verschillend van de genoemde is het zwevende veer, dat niet drijvend, maar vrij zwevend over het water wordt gebracht. Hierbij wordt de veerboot met kabels opgehangen aan een wagen, welke over een opzettelijk voor dit doel gebouwde brug loopt en door middel van electriciteit wordt voortbewogen.

Veer is de naam van een toestel van veerkrachtig materiaal (staal, messing, hout, caoutchouc), die uit hoofde van zijn veerkracht in staat is stooten te breken (draag-, stoot- of bufferveeren), bewegingen te veroorzaken (drijfveeren in uurwerken), dnikkingen of spanningen uit te oefenen (druk- en spanveeren), geluid te geven enz. De veeren, vervaardigd van hard materiaal (staal en ook messing, worden naar haar \orm verdeeld in bladveeren en in spiraalveeren. De laatste vinden in drie verschillende vormen toepassing. Zij worden van rond draad gemaakt in den vorm van cylinders of kegels. De bladveeren hebben een buitengewoon groot aantal verschillende vormen (slotveeren, U-vormige veeren, wagenveeren enz.). Zij worden vervaardigd door ze uit staalplaat te snijden, van geplet staaldraad (corsetveeren), door smeden en buigen naar modellen en door walsen op excentrische walsen (waggonveeren).

Veer, Gerrit de, een Nederlandsch zeevaarder, woonde in 1596 en 1597 den tocht naar NovaZembla bij en gaf later de volgende werken in het licht: „Waerachtige beschryving van William Barendts drie Syllagiën" (1599) en „Verhael van de eerste schipvaert der Hollandsche en Zeeusche schepen door 't Waygat enz. Met drie schepen uyt Texel gezeylt in den jare 1594 enz." (1648).

Veer, Ellert de, ridder en heer van Calandsoog, was in 't laatst der 16de en in 't begin der 17de eeuw secretaris en pensionaris van Amsterdam, werd in 1610 gezant in Engeland ter vereffening der Cleef-Gulik-Bergsche erfenis, in 1611 lid van den Hoogen Raad en overleed in 1620. Hij schreef:

„De schrickelyken, gruwelycken blixem des bans, door den paus van Romen tegen den doorluchtigen Coninck van Navarre wtgestort" (1585), „Dat tweede deel van de Hollandsche en Seelandsche Chronycke enz, 1515—1564" (1595) en „Tsamensprekinghe van 't recht der Coninghen door Georgius Buchananus" (in dichtmaat, 1610)..

Veer, Abraham de, gouverneur van Suriname, geboren te Curaijao, den 8»'011 Januari 1767, bekleedde aldaar onderscheiden betrekkingen en werd in 1801 ontvanger-generaal en lid van den Raad van Politie. In 1803 zag hij zich belast met het bestuur van het eiland, dat hij tegen de aanvallen der Engelschen versterkte. In 1805 droeg hij het bewind over aan Changion, werd weder ontvangergeneraal en vertrok, nadat Curaijao in 1807 door de Engelschen veroverd was, naar Nederland. Hier werd hij benoemd tot commandant-generaal van de kust van Guinea met den rang van generaal-majoor. Met vergunning van het gouvernement nam hij aan boord van het fregat „Gelderland" een aanzienlijke hoeveelheid koopwaren mede, doch het schip werd door de Engelschen genomen en naar Plymouth opgebracht, terwijl hij krijgsgevangen bleef tot 1809. Toen begaf hij zich naar Afrika waar hij met vele moeilijkheden en gevaren te kampen had, terwijl de hem toekomende gelden uit Nederland achterbleven. Niettemin bleef hij getrouw op zijn post en handhaafde aldaar de Nederlandsche vlag in weerwil van de inlijving van Nederland in het Fransche Keizerrijk. In 1816 gaf hij het bewind over aan Daendels en werd belast met het bestuur over de eilanden St. Eustatius, St. Martin en Saba. In 1822 werd hij gouverneur van Suriname, waar hij veel gedaan heeft ter beperking van den slavenhandel en ter bevordering van den bloei der kolonie. Hij was ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw. Hij overleed te Paramaribo den l9t€n Mei 1838.

Veer, Hendrik de, een Nederlandsch schrijver, geboren te Sommelsdijk den 23aten November 1829, studeerde te Utrecht in de godgeleerdheid, was achtereenvolgens predikant te Meerkerk, Wormerveer en Delft en werd in 1864 directeur van de hoogere burgerschool in laatstgenoemde stad. In 1871 verwisselde hij deze betrekking, met die van hoofdredacteur van het „Nieuws van den dag", waarin hij de meeste artikels leverde. Ook was hij eenigen tijd mederedacteur van „Los en vast" en tot aan zijn dood (den 10den December 1890) hoofdredacteur van het geïllustreerde tijdschrift „Eigen Haard". Hij was o. a. lid van het hoofdbestuur der Maatschappij tot nut van 't Algemeen. Zijn meest bekende werk is „Trouringh voor 't jonge Holland" (1868). Van zijn overige werken noemen wij: „Van gelijke beweging als gij" (onder het pseudoniem Vasalius Mobachus 2 dln., 1859), „Agatlia Welhoek. De kerk, de staat en het hart" (1860), „Frans Holster" (3 dln., 1871), „Overtroffen", „Half Bloed", „Moderne Schaduwbeelden" (drie premie-uitgaven van het „Nieuws van den Dag")' twee bundels „Kerstvertellingen" „De Mijnheers en hun polderland, door den bril van een Duitscher bekeken" (1887), en een aantal andere kleinere of grootere opstellen en bijdragen in tijdschriften. Hij was voorzitter van den Nederlandsche Journalistenkring. Hij overleed den lldeD December 1890.

Sluiten