Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1637 kwam het weder aan Grauwbunderland, dat een streng bestuur invoerde. In 1797 zonden de Veltliners gezanten naar Napoleon, die het land bij de Cis-Alpijnsche republiek inlijfde. Sedert 1804 behoorde het als departement Adda tot het koninkrijk Italië, sedert 1814 als de delegatie Sondrio tot het Lombardijsch-Venetiaansch koninkrijk.

Veltman, Louis Jacques, geboren den 298ten December 1807 te Amsterdam, was van zijn 14de tot zijn 27»te jaar op een bankierskantoor aldaar werkzaam en trad eerst in 1847, dus bijna 30 jaren oud, als tooneelspeler op, daartoe gedreven door zijn liefde voor het tooneel. Hij debuteerde bij den Stadsschouwburg te Amsterdam onder directie van J. Ed. de Vries als „jeune premier" in het drama „Eduard van Schotland of de nacht eens vlugtelings." Tot 1871 bleef hij aan den Stadsschouwburg verbonden. Gedurende de verbouwing gaf het gezelschap Stumpff en Veltman voorstellingen in het Grand Théatre van Lier. In 1876 keerde hij tot den Stadsschouwburg terug en had van 1879—1882 daarvan met Moor en Van Ollefen de directie. Daarna ging hij voor goed naar het Théatre van Lier (tot 1894). Zonder opleiding begonnen, had hij de kunst van groote binnen- en buitenlandsche acteurs afgezien, zóó goed, dat hij een school heeft gevormd. Vooral als de „verraaier" was hij groot en de verhalen van zijn succes in deze rol zijn legio. Toch heeft hij niet altijd verradersrollen gespeeld en zelfs was hij daar, waar de traditioneele marqué heelemaal niet op zijn plaats zou zijn geweest, ook in salonstukken bijv., waar hij zich natuurlijk niet vertoonde in het costnum, waaraan hij gewend was, uitnemend door zijn groot beeldend vermogen, een sterk sprekende figuur, en daarbij op ende op gentleman. Bekende rollen van hem waren Jago in „Othello" Moor in „De Roovers", don Sallustus in „Ruy Bias", Karei de Groote in „De Dochter van Roelant", Tartuffe, Harpagon, Nathan de Wijze enz. In 1887 werd hij bij zijn veertig jarig jubileum gehuldigd met een gouden lauwerkrans, in 1894 met de orde van Oranje Nassau enz. In 1892 schilderde Jozef Israëls zijn portret voor het Rijksmuseum en den 298,en December 1894 gaf hij zijn afscheidsvoorstelling, na 47 jaren lang te hebben tooneelgespeld. Na geruimen tijd te hebben gesukkeld, overleed hij den 10den November 1907 en werd den 13den November met groote plechtigheid en onder algemeene belangstelling te Amsterdam begraven.

Velum (Latijn = sluier) is in de R. Katholieke Kerk de naam van een vierkanten, versierden zijden doek, waarmede de avondmaalsbeker tot aan het offertorium en na de communie gedurende de mis bedekt wordt. Verder verstaat men er een lange sjaal van witte zijde, ter breedte van een halven meter onder, welke de priester, bij het dragen van en het zegenen met het allerheiligste, om de schouders slaat.

Veluwe. Zie Gelderland.

Veluwezoom is de naam voor den Z. en Z. O. rand der Veluwe tusschen Wageningen en Brummen, bekend door zijn rijkdom aan natuurschoon, prachtige buitenverblijven en mooie bosschen, hetgeen, in verband met de schilderachtig langs den Rijn gelegen plaatsjes, 's zomers zeer vele

bezoekers aantrekt. Zie verder Gelderland.

Velvet is een fluweelen soort manchester (zie aldaar).

Velijn is de naam van een soort fijn en zacht perkament (zie aldaar); ook is het de naam van glad papier (zie aldaar).

Velzen, een gemeente in de provincie NoordHolland, 4208 H. A. groot met (1910) 18 638 inwoners, wordt begrensd door de Noordzee en door de gemeenten Wijk-aan-Zee c. a., Beverwijk, Assendelft, Spaarndam, Schoten en Bloemendaal. In het O. vindt men klei, in het W. duinen en duinzand. De voornaamste bezigheden zijn landbouw veeteelt, visscherii, scheepvaart, tuinbouw en nijverheid. Ook is er veel vreemdelingenverkeer. Tot de gemeente behooren de dorpen Velzen, Santpoort en Driehuizen de havenplaats IJmuiden en een aantal buurten. Verder zijn er een aantal buitenplaatsen en de bouwvallen van het kasteel Brederode.

Het dorp Velzen ligt aan den grooten weg van Haarlem naar Alkmaar, aan het Noordzee-Kanaal en aan de spoorliin Haarlem—Uitgeest. Er is een oude Hervormde kerk. De eerste kerk werd op last van Wïltebrord gesticht. De plaats is zeer oud. In een oorkonde van Karei Martel wordt zij als Felison vermeld.

Velzen, Gerard van, een Hollandscli ridder uit de 13de eeuw, is bekend geworden als de hoofdaanlegger van den moord op Floris V. Na het volvoeren van deze daad begaf hij zich met eenige medeplichtigen naar het slot Kronenburg aan de Vecht, dat door de aanhangers \an den graaf belegerd en ingenomen werd. Velzen werd daarop ter dood gebracht, op welke wijze is niet met zekerheid bekend. Hooft verwerkte deze gebeurtenis tot een treurspel. Hij volgde daarbij in hoofdzaak het verhaal, zooab ons dat in twee oude volksliederen is overgeleverd.

Velzen, Syo Kornelius Thoden van, een Nederlandsch godgeleerde, geboren den 26"ten November 1809 te Oudkerk in Friesland, studeerde en promoveerde te Groningen in de godgeleerdheid en werd in 1835 predikant te Metslawier, in 1838 te Wolvega, in 1842 te Nijmegen en in 1846 te Leouwarden. In 1883 werd hij emeritus. Hij overleed den 16aen December 1900. Van zijn geschriften vermelden wij: „Het leven en sterven van R. Passchier van Dijk" (1847), „Reisherinneringen uit Zuid-Duitschland" (1854), „Herinneringen aan de reis naar de wieg en bakermat der Hervorming" (1858, met zijn broeder), „Melanchton de hervormer, in eenige hoofdtrekken" (1860), „Christus en zijn heiligen. Levensbeelden voor de 366 dagen des jaars" (1861—1864), „Wegwijzer naar het Goberger waterbad" (1866), „Bladen uit het dagboek eener 14-daagsche reis naar Zwitserland" (1869), „Het Passionsspel te Oberammergau" (1871) „Begraven of Verbranden? Vergelijkende historische en kritische studie" (1876) „Tabitha sta opl of de vrouwelijke armenverzorging in de gemeente een eisch des Christendoms" (1888) en „Parallellen en pendanten van de oudste bijbelsche geschiedverhalen" (l8te stuk, 1892).

Velzen, Ulbo Wilhelm Thoden van, een broeder van den voorgaande, geboren te Oudkerk in Friesland den 10ae° April 1816, studeerde in de godgeleerdheid en werd predikant te Bergum. Van

Sluiten