Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand te brengen en de verwachte Britsche hulptroepen tegemoet te komen, trok het hoofdleger der Vendéers over de Loire, maar de gekoesterde verwachtingen bleven onvervuld. De inwoners van Bretagne betoonden weinig sympathie en de Engelschen bleven uit. Op den terugtocht behaalden de Vendéers wel is waar de overwinning bij Dol, maar verloren in de gevechten bij Le Mans 15 000 man. Een ander korps werd kort daarna bij Savenay vernietigd, en slechts een klein gedeelte onder Laroehejacquelein en Stofflet ontsnapte naar het vaderland. Nu vielen de troepen der Nationale Conventie in de Vendée, waar Charette zich nog staande hield, en zochten door een vreeselijken verdelgingsoorlog (de gevangenen werden over de kling gejaagd) het land ten onder te brengen. Toch zouden de „helsche kolonnes" van generaal Turreau bezwaarlijk haar doel bereikt hebben, zoo zij na den dood van Laroehejacquelein (4 Maart 1794) niet geholpen waren door de tweedracht der Koningsgezinden. In Mei werd Turreau teruggeroepen, en zijn opvolgers gingen met meer zachtheid te werk, den 2den December 1794 werden in een proclamatie den Vendéers vrede en vergiffenis aangeboden. Den 15den Februari 1795 sloot Charette te La Jaunaye een verdrag, waarmede den 20alen Mei ook Stofflet en andere aanvoerders instemden. Volgens dit verdrag zouden de Vendéers de Republiek erkennen en daarvoor vergiffenis, schadeloosstelling, vrijstelling van den krijgsdienst en vrijheid van godsdienst ontvangen. Van beide zijden echter werd dit verdrag slechts voor een wapenstilstand gehouden en meermalen geschonden. Toen in Juni 1795 een Britsche vloot een troep Fransche uitgewekenen te Quiberon aan land zette, verklaarde Charette opnieuw den oorlog aan de Republiek. De verdeeldheid van de aanvoerders der opstandelingen, de ongeschikte bewegingen der emigranten en de maatregelen van Hoche verhinderden echter den opstand. Charette en Stofflet werden in het voorjaar van 1796 gevangen genomen en doodgeschoten. Een volkomen onderwerpig der Vendée had echter eerst plaats in Januari en Februari 1800, nadat meer dan 150 000 menschen omgekomen waren. Gedurende de Honderd Dagen grepen de Vendéers wederom naar de wapens, maar werden door generaal Larnarque geslagen. Na de Juli-om wen teling kwam een gedeelte van den adel in opstand ten gunste der Bourbons en in April 1832 begaf de hertogin van Berri zich derwaarts, om kracht bij te zetten aan die beweging. Er barstte dan ook hier en daar een oproer uit, doch het werd door de waakzaamheid der regeering en door de gevangenneming der hertogin spoedig gedempt.

Vendémiaire (Wijnoogstmaand), de eerste maand van den Revolutionnairen kalender in Frankrijk, duurde van den 22sten, 23sten of 24sten September tot den 21Bten, 22sten of 23sten October. Op den 15den Vendémiaire van het jaar IV (5 October 1795) kwamen de Parijsche secties tegen de Conventie in opstand.

Vendetta (Ital.) beteekent wraak. Het woord wordt inzonderheid gebruikt in de beteekenis van bloedwraak (zie aldaar).

Vendöme, een arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Loir-et-Cher, aan de Loir, aan den Orléansspoorweg en aan den spoor¬

weg van Blois naar Pont-de-Braye, bezit ruïnes van een oud hertogelijk slot, de voormalige abdijkerk La Trinité, ruïnes van andere kerken, een oude poort, overblijfselen van vestingmuren, standbeelden van Ronsart en Rochambeau, een gerechtshof, een lyceum, een bibliotheek, een museum en een Kamer van Landbouw. Het aantal inwoners bedraagt (1906) 8482, van de gemeente 9804. Zij houden zich bezig met de bereiding van kaas, met de vervaardiging van handschoenen, hydraulische persen, papier- enz. De omstreken vormden vroeger het hertogdom Vendömois (zie Vendóme). Den 15den December 1870 en den den 6den Januari 1871 hadden er gevechten tusschen de Duitschers en de Franschen plaats.

Vendöme, een oud Fransch graafschap, ontleende zijn naam aan de evenzoo genoemde stad en werd door Frans I tengunste van Karei van Bourbon tot een pairiehertogdom verheven. Nadat KareVs kleinzoon, Hendrik IV, den troon van Frankrijk beklommen had, schonk hij het aan den oudsten zoon van hem en Gabrielle tTEstrées, Deze Cêsar, hertog van Vendóme, geboren in Juni 1594 op het slot Coucy, werd in 1595 gewettigd en was reeds op vierjarigen leeftijd verloofd met de erfdochter van den hertog de Mercoeur, die aan zijn toekomstigen schoonzoon het bestuur over Bretagne afstond. Gedurende de minderjarigheid van zijn halfbroeder Lodewijk XIII nam Vendöme deel aan de intriges van het Hof, zoodat hij meermalen in hechtenis geraakte, en toen hij in 1626 tegen Richelieu had samengespannen, werd hij eerst naar Vincennes gebracht en later naar Holland verbannen. Eenige jaren daania ontving hij verlof terug te keeren, maar hij moest in 1641, beschuldigd van een poging tot moord op Richelieu, de wijk nemen naar Engeland en kwam eerst na diens dood weder in Frankrijk. Na het overlijden van Lodewijk XIII kwam hij bij de regentes Anna van Oostenrijk zeer in de gunst. Bij het uitbreken van de onlusten der Fronde moest hij echter wederom Frankrijk verlaten, maar sloot in 1650 vrede met Mazarin en verkreeg het gouvernement Bourgondië en den titel van intendant-generaal van scheepvaart en handel. Hij ontnam in 1653 Bordeaux aan de Frondeurs en bracht als groot-admiraal van Frankrijk in 1655 aan de Spaansche vloot voor Barcelona de nederlaag toe. Hij overleed den 22sten October 1665. Zijn oudste zoon Louis, hertog van Vendöme, geboren in 1612, droeg gedurende het leven van zijn vader den naam van hertog van Mercoeur, nam deel aan de oorlogen onder Lodewijk XIII en werd in 1649 tot vicekoning van Catalonië benoemd. In 1751 trad hij in het huwelijk met Laura Mancini, een nicht van Mazarin, na wier dood (1657) hij den geestelijken stand omhelsde. In 1667 werd hij kardinaal en legaat a latere aan het Hof van Frankrijk. Hij overleed te Aix den 6dei' Augustus 1669.

Zijn oudste zoon en opvolger in de hertogelijke waardigheid, Louis Joseph, geboren den l8ten Juli 1654,was een beroemd veldheer van Lodewijk XIV in den Spaanschen Successie-oorlog. In 1672 volgde hij Lodevrijk naar Holland als bevelhebber der lijfwacht, nam deel aan de veldtochten onder Turenne, aan de belegering van Condé en Cambrai en werd in 1678 tot veldmaarschalk en in 1681 tot gouverneur van Provence benoemd. In 1688 werd hij luitenant-

Sluiten