Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid en een weligen groei. De flora komt over het algemeen met die van het aequatoriale gedeelte van Brazilië overeen. Groot is het aantal houtsoorten. De dierenwereld vertoont, naast tropisch-Amerikaansche elementen, ook verschillende vormen uit de gematigde luchtstreken. Vooral de vogelwereld is rijk vertegenwoordigd, evenals het aantal insecten.

De bevolking is in de laatste jaren snel toegenomen; volgens A. v. Eumboldt bedroeg zij in 1810 slechts 800 000 en was zij in 182B, na den vrijheidsoorlog, tot 660 000 gedaald; in 1854 was zij tot 17a millioen geklommen, in 1905 bedroeg zij 2 602 492 inwoners. Voor 1910 wordt zij op 2 661 569 opgegeven, verdeeld als volgt:

Bondsdistrikt 214 800

Aragua 153 726

Bermudez 370 468

Bolivar 57 923

Carabobo 226 089

Falcon 176 264

Guarico 80 726

Lara 277 625

Merida 127 584

Miranda 146 961

Tachira 152101

Trujillo 190 460

Zamora 222 096

Zulia 180 722

Territoriën 91024

Hiervan vormen Mulatten en Zambos 93 %, Indianen 4 %, Europeanen 2 % en Creolen 1 %. Volgens de wet bestaat er leerplicht, meer dan 3/4 van de bevolking zijn echter analfabeten. Te Caracas vindt men een universiteit, ook twee andere onderwijsinrichtingen, n.1. te Merida en te Maracaïbo, dragen dezen naam; verder bezit Venezuela een polytechnische school en 5 kweekscholen voor onderwijzers. Het Roomsch-Katholicisme is de staatsgodsdienst, alle andere godsdiensten worden echter geduld. Caracas is de zetel van een aartsbisschop, Barquisimeto, Calabozo, Guyana en Merida van een bisschop. In 1873 werd het burgerlijke huwelijk en een register van den burgerlijken stand ingevoerd.

Men kan het land verdeelen in een landbouw-, een weide- en een woudstreek. Het voornaamste voedingsmiddel der bevolking is maïs, dat hier in een jaar 4 oogsten geeft. Koffie en cacao zijn verder de produkten van welks opbrengst de welvaart van de bevolking afhangt. Er zijn ongeveer 33 000 koffieplantages en 5000 cacaoplantages. In 1907—1908 bedroeg de koffieoogst 44 836 ton, in 1907 werd er 17 000 ton cacao uitgevoerd. De jaarhjksche suiker¬

productie bedraagt ongeveer 3000 ton. Verder wordt

er tabak en katoen verbouwd; voor den verbouw van rijst geven sommige staten premiën. In den laatsten tijd zijn er concessies voor het kweeken van vezelplanten verleend. Op de llano's wordt uitsluitend

veeteelt uitgeoefend. De veestapel wordt op ruim 6

milüoen stuks geschat. De bosschen zijn rijk aan kostbare houtsoorten en aan caoutchouc. Verder verzamelt men er tonkaboonen, sassaparilla, copaïvabalsem en kinabast. In de rivieren en in de zee is veel visch voorhanden. Het land is rijk aan delfstoffen; het levert: goud, koper, zilver, ijzer, zout, asfalt en steenkool. In 1906 bedroeg de steenkoolproductie 14 000 ton, in 1908 werden er nieuwe steenkoollagen ontdekt. De zoutmijnen geven een jaarlijksche opbrengst van ongeveer 1,7 millioen gulden. De nijver¬

heid neemt in den laatsten tijd toe, men vindt er o.a., tabaksfabrieken, terwijl er concessies voor textielfabrieken, papier-, lijnolie- en cementfabrieken zijn verleend.

De waarde van den buitenlandschen handel bedroeg in 1908 24 339 640 dollar, die van den invoer wordt op 9 778 810, van den uitvoer op 14 560 830 dollar aangegeven. De voornaamste uitvoerprodukten zijn: koffie, cacao, dividivi, caoutchouc, runderhuiden, geitenvellen, runderen en asfalt, die voornamelijk naar de Vereenigde Staten, Frankrijk, Engeland, Duitschland, Nederland, Cuba en Spanje verzonden werden. De handelsvloot bestond in 1909 uit 9 stoomschepen van 2046 ton netto inhoud en 18 zeilschepen van 2836 ton. In 1908 liepen 645 schepen van 937 680 ton de verschillende havens binnen. In 1908 waren er 786 km. spoorweg in gebruik, verdeeld over 12 lijnen met een grondkapitaal van 120 millioen gulden. De telegraaflijnen hadden in 1908 een lengte van 7654 km. In 1908 en 1909 werden 21 postkantoren, die hun werk gestaakt hadden, weder geopend, verder werden er 14 nieuwe opgericht, terwijl er 10 nieuwe telegraafkantoren werden geopend. Het metrieke stelsel van maten en gewichten is er volgens de wet in gebruik; meestal bedient men zich echter nog van oude eenheden. In 1887 sloot Venezuela zich bij de Latijnsche muntunie aan. De bolivar (= 1 frank) wordt verdeeld in 100 centimos. Volgens de wet van den 9den Juli 1891 heeft men zilveren geldstukken van 5, 2,1,'/, en 1/i bolivar en nikkelen munten van 12y2 en 5 centavos.

Volgens de grondwet van den 27Bten April 1904 worden de president, de Senaat (40 leden) en de Kamer van Aigevaardigden voor 6 jaren gekozen. De inkomsten en uitgaven bedroegen in het jaar 1905— 1906 55 millioen bolivares, de staatsschuld bedroeg 233 991 722 bolivares. Het staande leger bestaat uit 20 bataillons infanterie, ieder van 400 man, en 8 batterijen artillerie, ieder van 200 man. De vloot bestond in 1907 uit 3 kanonneerbooten, 1 transport¬

schip, 1 sleepboot en 1 torpedo. Het Venezuelaansche wapen is een gedeeld schild. Het eerste roode veld van de bovenhelft vertoont een korenschoof, het tweede gouden veld een wapentrofee, de benedenste blauwe helft een springend, zilveren paard. Het wapen wordt gedekt door 7 gouden sterren en 2 horens des overvloeds: een

band onder het wapen vertoont het devies: Independencia. Libertad. 5de Julio 1811.8de Marzo 1864. De vlag is horizontaal gestreept, in de middelste blauwe baan bevinden zich zes witte sterren kransvormig om een zevende, de bovenste baan is geel, de benedenste rood. In de oorlogsvlag bevindt zich in den bovenhoek bij den vlaggestok het wapen.

Geschiedenis. De kust werd in 1498 door Columbus ontdekt en in 1499 door Vespucci en Hojeda, naar een

Wapen van Venezuela.

Sluiten