Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen van vleescli voor transportdoeleinden. Men hangt het daartoe aan haken in kamers, waarin door ijsmachines en ventilatieinrichtingen een temperatuur van 2°—3° C. en een vochtigheidstoestand van 70°—'75% in stand wordt gehouden. Op deze wijze kan het 6 weken bewaard worden. Moet het gedurende langeren tijd geconserveerd worden, dan laat men het bij temperaturen van 10°—20° C. onder nul hard bevriezen, waarna het bij 5°—10° C. onder nul bewaard wordt en later met schepen, voorzien van ijsmachines, verzonden om na aankomst opnieuw in koelkamers te worden opgeborgen. Het bevroren vleesch bederft n. 1., weder aan gewone temperaturen blootgesteld, sneller dan versch vleesch.

Daar verder gisting en verrotting slechts plaats hebben bij aanwezigheid van water, bestaat een andere wijze van conserveeren in het drogen der levensmiddelen. Men past dit toe op vleesch, visch, vruchten, groenten enz. Heel dikwijls kunnen de aldus gedroogde levensmiddelen met voordeel samengeperst in den handel gebracht worden (Gecomprimeerde groenten). Daar volledig uitdrogen niet steeds noodzakelijk is, kan men hetzelfde doel dikwijls bereiken, door de stoffen te rooken (vleesch, visch) of door het water op te lossen in suiker (vruchten) of in zout (groenten, vleesch) en alkohol. Daar echter het zout ook aanleiding geeft tot het uittreden van voedingsstoffen, welke met den pekel verloren gaan, is deze wijze van conserveeren met zout niet zonder nadeelen. Zeer gunstig werkt op de houdbaarheid der voedingsmiddelen het afsluiten der lucht, waarop Appert's methode (zie aldaar) berust en wat ook met beugelflesschen wordt bereikt.

Intusschen hebben wij hierbij eigenlijk te doen met de vereeniging van de beide genoemde wijzen van conserveeren. Door het koken immers, dat aan het luchtdicht afsluiten voorafgaat, worden de bacteriën, voor zoover aanwezig, gedood, waarna het afsluiten der lucht den toevoer van nieuwe voorkomt (zie verder Steriliseeren). Het vernietigen dezer bacteriën tracht men eveneens te bereiken door het aanwenden van conservatieof antiseptische middelen, welke onder verschillende namen in den handel komen. Daar het intusschen van vele dezer stoffen nog geenszins vaststaat of langdurig gebruik geen schadelijke gevolgen heeft, doet men goed, door met aldus geconserveerde levensmiddelen op zijn hoede te wezen.

Verdy du Vernois, Julius von, een Pruisisch generaal, geboren te Freystadt in Silezië den 19den Juli 1832, bevond zich gedurende den Poolschen opstand in 1863—1865 bij den staf van den Russischen opperbevelhebber in Polen, maakte den oorlog van 1866 mede, was in 1870 afdeelingschef bij den Grooten Generalen Staf, werd in 1876 generaal-majoor, in 1879 directeur van de algemeene afdeeling bij het departement van Oorlog en in 1881 luitenant-generaal. Nadat hij in 1883 commandant van de lste divisie te Koningsbergen, in 1887 gouverneur van Straatsburg en in 1888 generaal der infanterie was geworden, was hij van 1889—1890 minister van Oorlog. Van zijn hand verschenen: „Die Teilname am Feldzug der zweiten Armee 1866" (anoniem, 1866), „Studiën über Truppenfiïhrung" (2 dln., 1873—1875), „Kriegs-

geschichtliche Studiën nach der applikatorischen Methode" (1876), „Beitrag zum Kriegsspiel" (2de druk, 1881), „Beitrag zu den Kavallerieübungsreisen" (1876), „Über praktische Felddienstaufgaben" (6de druk, 1890), „Studiën über den Krieg auf Grundlage des deutsch-französischen Krieges" (3 dln., 1891—1908), „lm groszen Hauptquartier 1870—1871. Persönliche Erinnerungen" (3de druk, 1895), „lm Hauptquartier der zweiten Armee 1866" (1900),,, lm Hauptquartier der russischen Armee in Polen 1863—1865" (1905) en „Der Zug nach Bronzell 1850" (1905). Hij overleed den 308ten September 1910 te Stockholm.

Veredelen van gewassen. Zie Enten.

Vereenig-de Provincies (United Provinces oj Agra and Oudh, vroeger en ook thans nog dikwijls Northwestern Provinces genoemd) is de naam van een provincie aan de N. grens van het Britsch-Indische keizerrijk, sedert 1877 met Oudh vereenigd. Zij wordt begrensd door Tibet, Nepal, Bengalen, Centraal-Indië, Radsjpoetana en Pendsjaab en beslaat een oppervlakte van 291653 v. km., waarbij nog de schatplichtige staten Rampoer en Garliwal met een oppervlakte van 13 232 v. km. en een bevolking van 802 097 zielen komen. Het N.lijk gedeelte der provincie wordt ingenomen door hooge en woeste ketens van den Himalaya, die hier in den Nanda Dewi een hoogte van 7810 m. bereikt. Ten Z. daarvan liggen de Siwalikheuvels, daarna volgt de vlakte, doorstroomd door de Dsjamna, den Ganges, de Ramganga en de Gogra, die alle hier ontspringen en talrijke bevloeiingskanalen voeden. In het O., op de grens met Nepal, ligt de moerassige en ongezonde Tarai. Het klimaat in de vlakte is ongezond; koorts, cholera en pokken komen veelvuldig voor. De bevolking telt, Oudh medegerekend, (1901) 47 691 782 zielen. Haar ontwikkeling is gering. In 1901 konden slechts 1 422 924 mannen en 55 941 vrouwen lezen en schrijven. Er bestaan 19 wetenschappelijke genootschappen van inlanders en er verschijnen 163 couranten. De landbouw had in 1902 35 905 391 acres in gebruik. Verbouwd werden: tarwe, verder gierst, rijst, katoen, indigo, suikerriet, papaver voor opiumbereiding (regeeringsmonopolie), oliezaden, thee in de bergstreken en tabak. De bosschen besloegen een oppervlakte van 9 076 775 acres. De veestapel (zonder Oudh) bestond uit: 15003 709 runderen, 4177137 schapen en geiten, 2 809 838 buffels, 325 669 paarden, 263 133 muilezels en ezels en 8687 kameelen. Het snijwerk, zoowel als de messing-, zilver- en lederartikelen, het aardewerk en het borduurwerk van het land zijn beroemd. De Europeanen vestigden verschillende grootbedrijven ter bereiding van indigo, katoenen en wollen stoffen en lakken; de regeering bezit een tweetal machinefabrieken. De handel, welke voornamelijk in handen der Banianen is, richt zich in hoofdzaak naar Calcutta, Tibet en Nepal. Zijn voornaamste middelpunten zijn: Khanpoer, Allahabad, Mirzapoer, Benares, Mirat, Mattrah en Agra. Hun gezamenlijke omzet wordt op meer dan 30 millioen pond sterling geschat. Behalve talrijke rivieren en kanalen heeft hij een goedvertakt spoorwegnet tot zijn beschikking. Het land, dat bestuurd wordt door een lieutenantgovernor, is (zonder Oudh) verdeeld in 9 divisies. De hoofdstad is Allahabad.

Sluiten