Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rechtsbedeeling is gesplitst in die, welke de geheele Unie betreft, en in die der afzonderlijke staten. Aan het hoofd van de eerste bevindt zich de attorney-general, die, geholpen door 3 assistenten, den president als raadsman ter zijde staat. Over staatkundige misdrijven van ambtenaren oordeelt de Senaat. Het hooge Bondsgerechtshof (Supreme Court of the United States) bestaat uit een opperrechter (chief justice met een jaargeld van 13 000 dollars) en 8 bijzitters (assoeiate justices, ieder met een jaargeld van 12 600 dollars) en houdt jaarlijks te gelijk met het Congres zitting te Washington. De rechters worden door den president en den Senaat voor hun leven benoemd en kunnen alleen door het Congres aangeklaagd en afgezet worden. Dit geldt voor alle rechters van de rechtbanken van de Unie. De middelste instantie vormen de arrondissementsrechtbanken (circuit courts) voor 9 arrondissementen, waarheen zich tweemaal 's jaars een rechter van het hoogste gerechtshof begeeft. Daarop volgen de kantongerechten (district courts), bestaande uit een alleen rechtsprekenden rechter, door een staatsadvocaat en een maarschalk der Vereenigde Staten bijgestaan; zulke rechtbanken heeft men in eiken staat minstens een, in de grootere staten twee of drie. Ieder territorium heeft eveneens een eigen rechtbank, bestaande uit een opperrechter, 2 assoeiate justices, een staatsadvocaat en een maarschalk ven de Vereenigde Staten. Eindelijk bestaat er nog een Hof van bezwaren (court of claims), dat over vorderingen of bezwaren tegen de regeering beslist, uit 5 rechters bestaat en te Washington zitting houdt. De rechtsbedeeling der afzonderlijke staten onderscheidt zich van die der Unie vooral daardoor, dat de rechters niet door de regeering voor hun leven zijn benoemd, maar door den door het volk gekozen gouverneur of rechtstreeks door het volk voor den tijd van 4 tot 12 jaar worden benoemd of gekozen. Hier hangt het bekleeden van een rechterlijk ambt derhalve af van de staatkundige partij. Dat hierdoor omkooperij en staatkundige huichelarij bevorderd worden, behoeft geen betoog.

Tot aan den Burgeroorlog werden er in de Vereenigde Staten geen directe belastingen geheven; de uitgaven werden bestreden uit de invoerrechten en uit den verkoop van land. Na dien tijd werd zulks echter geheel anders. Over het jaar 1907— 1908 waren de inkomsten en uitgaven (in dollars)

als volgt:

Inkomsten.

Invoerrechten 286 113 130

Accijnsen op spiritualiën 140 158 807

Accijnsen op tabak 49 862 754

Accijnsen op gegiste dranken 59 807 617

Verschillende Accijnsen 1881949

Posterijen 191 478 663

Verschillende inkomsten 63 301 862

Totaal 792 604 782

Uitgaven.

Wetgevende macht 13 788 886

Uitvoerende macht 828 653 581

Rechterlijke macht 8 232 516

Totaal 850 674 983

Bij het begin van den Burgeroorlog bedroeg de

staatsschuld slechts 80 millioen dollar, in 1866 was zij aangegroeid tot 2773 millioen, in 1909 bedroeg zij 2 648 602 845 dollar. Daartegenover stond een actief in de staatskas van 1 717 797 097 dollar, zoodat feitelijk de schuld slechts 930 805 748 dollar bedraagt.

Leger, vloot, wapen, vlag, munten enz. Volgens de wet van Juli 1908 telt het staande leger van de Vereenigde Staten, zonder de officieren, van 71161 tot 100 000 manschappen. De soldaten worden aangeworven. In 1909 bestond het leger uit 78 212 manschappen en 4337 officieren. Daarbij komt nog het hospitaalcorps (3500 manschappen), het personeel van de militaire academie (7 professoren en 533 cadetten) en de inlandsche tirailleurs van de Philippijnen (52 compagnieën, 198 officieren, 5731 manschappen). Sedert 1904 zijn de Vereenigde Staten in 9 militaire departementen verdeeld. Het staande leger bestaat uit: 30 regimenten infanterie, elk regiment gevormd uit 3 bataillons van 4 compagnieën, en het regiment van Porto Rico, bestaande uit 2 bataillons van 4 compagnieën, 15 regimenten cavallerie, elk van 3 escadrons, 6 regimenten veldartillerie, elk van 6 bataillons, 170 compagnieën kustartillerie, 3 bataillons genie, elk van 4 compagnieën, een signaalcorps met een afdeeling voor de luchtvaart, een hospitaalcorps, een detachement van het ordonnance-departement en een detachement van de militaire academie. Behalve het staande leger heeft men in de Vereenigde Staten nog de militie, die zich onder het bevel van de afzonderlijke staten bevindt. Hiertoe zijn alle voor den dienst geschikte burgers van 18—45 jaar verplicht. In 1909 bestond zij uit 110 995 manschappen, waarvan omstreeks 100 000 man infanterie. De waarde van de militie is niet groot. In den laatsten tijd tracht men door verschillende wetten daarin verbetering te brengen. De uitgaven voor het leger bedroegen in het jaar 1907—1908: 178 020 890 dollar De officieren worden opgeleid aan de militaire academie te Westpoint; vervolgens ontvangen zij in de post-schools een verdere algemeen-krijgskundige ontwikkeling, terwijl zij daarna in de special-service-schools in de bijzondere kennis van hun wapen worden onderricht. Te Washington bestaat een hoogere krijgsschool.

Daar de kustverdediging onvoldoende is, bestaan er plannen om een aantal havens te versterken. In 1909 werd voor de versterking van Manila 112 millioen dollar toegestaan, waardoor deze stad tot een oorlogshaven van den eersten rang zal worden verheven.

De vloot is in de laatste jaren door toedoen van president Roosevelt sterk uitgebreid. In 1909 bestond zij uit 137 schepen van 669 607 tonnen inhoud met 1315 kanonnen en 45 629 manschappen. Hiertoe behooren 25 linieschepen, 10 pantserkruisers, 5 kruisers, lBte klasse, 7 kruisers 2de klasse, 17 kruisers 3de klasse, 16 torpedovernielers, 1 linieschip 2de klasse, 10 moniteurs, 34 torpedo's en 12 onderzeesche booten. Verder kwam er voor den hulpdienst: 1 kruiser 3de klasse, 4 houten kruisers, 36 kannonneerbooten, 6 transportschepen, 7 schepen voor materiaal, 2 hospitaalschepen, 15 kolenschepen, 26 hulpbooten, 44 sleepbooten, 5 schoolschepen en 1 schip voor afzonderlijken dienst. In aanbouw waren nog 6 linieschepen van 115 650 ton, 6 ko-

Sluiten