Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lenschepen van 78 220 ton, 16 onderzeesche booten, 20 torpedovernielers van 14 630 ton en 1 sleepboot van 755 ton, terwijl het Congres nog den bouw van 2 linieschepen, 1 kanonneerboot, 4 onderzeesche booten en 2 kolenschepen toestond. De uitgaven voor de marine bedroegen in het jaai 1907—1908 118 780 239 dollar. Scheepstimmerwerven voor oorlogsschepen zijn er te Portsmouth Charlestown, Brooklyn, League Island, Washington en Newport News, herstelplaatsen te NewLondon, Norfolk, Pensacola en San Francisco. De voltooiing van het Panamakanaal zal voor de vloot van de Vereenigde Staten van veel belang zijn.

Het wapen der Unie is een zwarte adelaar met een bundel van 13 zilveren pijlen met gouden munten in den eenen klauw en een olijftak in den anderen, terwijl zijn borst een in twee velden verdeeld schild vormt, van welke het bovenste blauw en

het onderste zil¬

verkleurig en van loodrechte roode balken doorsneden

is. De adelaar heeft in zijn snavel

een band met het

opschrift: „E pluribus unum" en boven zijn kop 13 zilveren sterren, het aantal der eerste tot de Unie toegetreden staten. De vlag bestaatuit zeven roode en zes witte, horizontale,

met elkander afwisselende banen, en in den bovenhoek ziet men een klein vierkant met zooveel om een groote ster gegroepeerde sterretjes als de Unie tegenwoordig staten telt. De bondsstad is Washington in het distrikt Columbia.

De Amerikaansch e munt is de dollar, die verdeeld wordt in 100 cents. Deze munt heeft een waarde van 2,50 gld. in Nederlandsch geld. Er zijn gouden munten van 20, 10, 5, 3, 21/,,, en 1 dollar, een zilveren dollar, zilveren pasmunten van 1/„ l/lt 1/a dollar en 10 cents, munten uit 1/l koper en 1/i nikkel van 5 en 3 cents en een munt van 1 cent uit koper mco een weinig tin en zink. Verder zijn bondspapierengeld (zie Greenbacks), certificaten voor gedeponeerd goud en zilver, aanwijzingen op de schatkist en nationale banknoten in omloop.

De maten en gewichten van de Vereenigde Staten zijn uit Engeland afkomstig, doch wijken van de Britsche gedeeltelijk af. Sedert 1866 is ook het gebruik van het metriek stelsel geoorloofd.

Geschiedenis. Reeds omstreeks het jaar 1 000 n. Chr. is het gebied van de tegenwoordige Vereenigde staten door Noormannen uit Groenland bezocht, maar deze ontdekking is weder verloren gegaan. Nadat Columhis het vaste land opnieuw had ontdekt, heeft zich Giovanni Gabotlo, die in dienst van Engeland stond, in 1497 verdienstelijk gemaakt dooronderzoekingenin Noord-Amerika. Alleen in Florida werd beproefd koloniën te stichten, doch zonder blijvend resultaat. Eerst toen Engeland onder koningin Elisabeth zich tot een zeebekeerschende, koloniën stichtende mogendheid verhief, I

Wapen van 'de Vereenigde Staten.

werd de aandacht op deoostkust van Noord-Amerika gevestigd, vooral daar de Spanjaarden en Portugeezen reeds Zuid- en Middel-Amerika in bezit genomen hadden. In 1855 landde sir Walter Raleigh met eenige honderden kolonisten op het eiland Roanoke aan de kust van Noord-Carolina en gaf aan het land naar zijn maagdelijke koningin den naam van Virginia. Toch hadden deze en latere pogingen om volksplantingen te stichten geen duurzame gevolgen. Eerst onder Jacobus I nam de kolonisatie toe; toen ontstonden te Londen en te Plymouth handelsvereenigingen om haar te bevorderen. Zij verkregen in 1606 vrijbrieven of schenkingsoorkonden van den koning. Aan de vereeniging te Londen werd Virginia, aan die te Plymouth Nieuw-Engeland toegewezen. De kolonisten drongen, niet zonder strijd met de Indianen, door in het binnenland, vestigden zich als landontginners en planters in verschillende streken en kwamen langzamerhand tot welvaart. De voorspoed der koloniën, alsmede de godsdiensten burgeroorlogen in Engeland gaven anleiding dat vele Engelschen in de Nieuwe Wereld een wijkplaats zochten. In 1621 kreeg Virginia een grondwet, die aan de kolonisten veel vrijheid liet. In 1634 stichtte Cecil Calvert, op grond van een vrijbrief, dien zijn vader van Karei 1 had ontvangen, met Katholieke landverhuizers aan de Chesapeakebaai een kolonie, die hij Marvland noemde. In 1620 was een kleine schaar Puriteinen, uit Engeland verdreven, bij Kaap Cod aan de kust van Massachusetts, waar de Plymouthvereeniging de kolonisatie verwaarloosd had, aan land gestapt en stichtte er Nieuw-Plymouth. Zij wisten zich niet alleen tegen de inboorlingen staande te houden, maar breidden hun gebied ook door verdragen met de Indianen uit. Van Massachusetts uit werden de koloniën Connecticut, Rhode Island, New Hampshire, Vermont en Maine gesticht en in 1643 tot de „Unie der Koloniën van Nieuw-Engeland" vereenigd, welke 50 jaar bestond. Toen bij den Vrede van Breda (1667) het in 1664 veroverde Nieuw Nederland met de hoofdstad Nieuw-Amsterdam aan de Ilndson (met het in 1655 door de Nederlanders bemachtigde Nieuw-Zweden op Long Island) onder den naam van New-York, verder New-Yersey en Delaware aan Engeland afgestaan werd en in 1681 door Penn de Kwakerskolonie Pennsylvanië gesticht was, ontstond er verband tusschen de zuidelijke koloniën en NieuwEngeland. Tegelijkertijd werd het Engelsch gebied naar de zuidzijde uitgebreid. Koning Karei II gaf in 1663 het land ten Z. van den 36sten breedtegraad tot aan de rivier San Matheo in leen aan acht edellieden, die voor de nieuwe kolonie Carolina door den beroemden wijsgeer Locke een feudale grondwet deden ontwerpen, die wel is waar onbruikbaar bleek, maar toch op dezen staat, een aristocratischen stempel drukte, waardoor hij zich van de Nieuw-Engeiand-staten onderscheiddde. Door het schenken van landerijen en voorrechten aan koningsgezinde leden door de Stuarts, door de uitbreiding der slavernij en het verleenen van een monopolie van den Negerhandel aan een bepaalde maatschappij werd dit verschil nog versterkt, terwijl ook het maatschappelijk leven door den aanleg van groote plantages een geheel anderen vorm kreeg dan in het noorden.

Sluiten