Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Britschc Kroon had aan de kolonisten aanvankelijk een zekere mate van staatkundige zelfstandigheid verleend, doch langzamerhand trachtte zij de nieuwe bezittingen aan haar onmiddellijke heerschappij te onderwerpen. Bij herhaling werden de vroeger uitgevaardigde vrijbrieven opgeheven en er koninklijke gouverneurs met onbeperkt gezag benoemd. Zelfs toen in het moederland door de omwenteling van 1688 de Parlementaire regeeringsvorm voor goed werd vastgesteld, poogde het Engelsche Kabinet in de Noord-Amerikaansche koloniën een despotiek bestuur te handhaven en duldde den stoffelijken vooruitgang slechts in zoover, als hij strookte met de belangen van Engelands handel en nijverheid. Alleen schepen mochten met de kolonies handel drijven, het verkeer van de staten onderling werd door lastige en hooge belastingen bemoeilijkt. Men wilde de koloniën noodzaken, alleen grondstoffen voort te brengen, zooals tabak, indigo, suiker, wol en broodvruchten, ten behoeve van de Engelsche nijverheid. Tegelijkertijd ondervond de uitbreiding van de Engelsche koloniën in Amerika zelf tegenstand. De Germaansch-Protestantsche koloniën, vermeerderd met Georgia, onder George II door generaal Oglethorpe aan de Savannahrivier gesticht, zag zich door een gordel van R. Katholieke volksplantingen van Franschen en Spanjaarden omgeven, die zich van den mond der St. Laurensrivier tot aan de groote meren van het binnenland en langs de Mississippi en de kust van Mexico tot aan Florida uitstrekte. Vooral de Franschen, die gedurende eenigen tijd de kolonisatie sterk bevorderden, trachtten de Engelsche bezittingen van het binnenland af te snijden. In 1690 ontstond de eerste groote botsing (Koning Willem I-oorlog) tusschen de Engelschen en Franschen om Acadië, dat eerstgenoemden trachtten in de palmen. Bij den Vrede van Rijswijk behielden de Franschen Acadië. Na den Koningin Anna-oorlog (1701—■ 1713) moesten zij wel is waar het land aan NieuwEngeland afstaan, doch dit laatste kon alleen het zuidelijk gedeelte in het bezit krijgen. Het noordelijk gedeelte bleef in handen der Fransche kolonisten ook na den Koning George-oorlog (1744—1748). Eerst in 1755 werden zij door een daad van geweld door de Engelsche regeering verdreven. Daarmede begon de tweede Koning George-oorlog (1755— 1763). De koloniën, door het vertrouwen, dat de Engelsche staatsman Willium Pitt in haar stelde, aan dezen verbonden, wedijverden in offervaardigheid met het Moederland en de vereenigde pogingen werden met een schitterende uitkomst bekroond. In 1758 werden Cape Breton en de Prins Edwardseilanden bezet en het fort Duquesne (Pittsburg) door Washington veroverd. Den 13den September 1759 behaalde generaal Wolfe op den Franschen bevelhebber Montcalm de overwinning, bij Quebec, welke vesting den 18den capituleerde en weldra viel ook Montreal in handen der Engelschen. Nadat verder de Engelsche vloot in 1762 roemrijke overwinningen op de Franschen en Spanjaarden behaald had in de West-Indische wateren, werden bij den Vrede van Parijs van den 10den Februari 1763 Canada en Florida aan Engeland afgestaan, zoodat in Noord-Amerika het Germaansch-Protestantsche ras een beslissende overwinning behaalde op het Romaansch-R. Katholieke.

Deze schitterende uitkomst was verkregen door de hulp der koloniën, en deze verwachtten nu voor haar diensten en opofferingen een volkomen autonomie voor haar staatkundig en maatschappelijk leven. De absolutistischgezinde koning George III en de staatslieden, die zich sedert den val van Pitt aan het hoofd der zaken bevonden, streefden er sedert den Vrede van Parijs echter naar, de koloniën aan het rechtstreeksch gezag van Engeland te onderwerpen. Zij beschouwden deze alleen als hulpbronnen om Engelands rijkdom en macht te vergrooten. Inmiddels was gedurende den langen, kostbaren oorlog de staatsschuld van Engeland nagenoeg verdubbeld. Men wilde nu de rente ten deele betalen uit de verhoogde lasten, die aan de koloniën werden opgelegd, daar, naar het heette, de oorlog ten deele in het belang der koloniën was gevoerd. Hoewel deze het recht van het Parlement op de hoogste wetgevende macht niet bestreden, verlangden zij toch, dat zonder toestemming van haar eigen vertegenwoordigers geen binnenlandsche belastingen zouden worden opgelegd. De verhooging der invoerrechten op onderscheiden handelsartikelen en een gestrenger toezicht op den suikerhandel verdroegen zij met geduld, hoewel de verklaring van den minister in het Parlement, dat de macht van de Kroon en van het Parlement over de koloniën onbeperkt was, krachtige tegenspraak vond in vergaderingen en geschriften, terwijl mannen als James Otis en John Adams wezen op de onschendbare rechten van den mensch volgens de leer van Bousseau. De zegelwet van den 22sten Maart 1765 en de Bill, welke aan de koloniën de verplichting oplegde, aan de koninklijke troepen huisvesting en verpleging te verschaffen, verwekten algemeen tegenstand. Te New-York vergaderden de gevolmachtigden van bijna alle staten, die de beide Parlementsbesluiten nietig verklaarden en zich op de menschenrechten beriepen. Hun besluiten werden in adressen aan den koning in het Parlement bekend gemaakt. De zegelwet kon den lsten November niet eens worden ingevoerd, omdat niemand de gehate betrekking van stempelaar durfde aanvaarden. Nu werd wel is waar den 3 8den Maart 1766 de zegelwet opgeheven, maar de wet der militaire verpleging bleef bestaan en een door het Parlement uitgevaardigde verklaring waarborgde aan het Parlement het hoogste gezag over alle zaken in Amerika en noemde tevens de besluiten der Amerikaansche congressen van nul en geener waarde. Hierdoor werd de verzoenende indruk van het eerste besluit uitgewischt en de staatrecliterlijke strijd over de verhouding van de koloniën tot het moederland bleef onverpoosd voortduren. De nieuwe belastingbill, door Townshend, kanselier der schatkist, in 1867 uitgevaardigd, waarin slechts voor weinige artikelen lage invoerrechten werden vastgesteld, gaf aanleiding tot talrijke protesten, terwijl de Amerikanen zich verbonden, geen gebruik te maken van Engelsche waren. In 1770 werd daarom ook de bill van Toumshend weder opgeheven en slechts een laag invoerrecht op de thee gehandhaafd. Het gerucht, dat de regeering de vrije grondwet van Massachusetts wilde opheffen, vermeerderde de opgewondenheid. Toen in December 1773 een Engelsch schip met thee, te Boston binnengeloopen, weigerde op bevel der ste-

Sluiten