Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en overleed te 's Gravenhage in 1698. Hij was een leerling van Ramhout Verstappen en van Fran^ois van Loo. Hij bezocht o. a. Italië. Omstreeks 1646 woonde hij reeds te Amsterdam, waar hij later Quellmus behulpzaam was bij het maken van het beeldhouwwerk voor het nieuwe stadhuis. In denzelfden tijd (1655) nam hij op zich het monument voor Tromp in de Oude kerk te Delft te maken. Van ongeveer 1659—1663 bevond hij zich te Leiden, waar hij o. a. het beeldhouwwerk voor de Waag en de Zijlpoort maakte en de grafmonumenten van Van Kerkhove in de Pieters- en van Pieter Adriaansz. van der Werff in de Hooglandsche Kerk. In 1664 werd hij lid van de Confrerie te 's Gravenhage. Hij had daar verscheidene leerlingen. Zijn beroemdste werken zijn het monument van De Ruyter in de Nieuwe Kerk te Amsterdam en dat van Tromp in Delft. Behalve op de reeds genoemde plaatsen bevinden zich hier te lande nog werken van zijn hand o. a. in de Oude Kerk te Amsterdam, in het Mauritshuis te 's Gravenhage en in de St. Jacobskerk aldaar, in de Abdijkerk te Middelburg, in de kerk te Midwolde, in de Laurentius-kerk te Rotterdam en in den Dom te Utrecht.

Verbuist, Johannes Josephus Herman, een Nederlandsch toonkunstenaar, geboren te 's Gravenhage den 19den Maart 1816, genoot zijn opleiding aan de Koninklijke muziekschool te 's Gravenhage, waar hij zich op de cpmpositie toelegde. Nadat zijn „O salutaris" en een ouverture door de Maatschappij van Toonkunst bekroond waren geworden en hij met succes in ons land als pianist was opgetreden, werd hem door den koning een beurs toegekend, wat hem instaat stelde te Keulen onder Klein contrapunt en fuga te studeeren. Vandaar ging hij naar Leipzig, waar hij werkte onder leiding van Mendelssolm en directeur werd van „Euterpe." In 1842 naar het vaderland teruggekeerd, benoemde Willem II hem tot directeur der Koninklijke Hofmuziek te 's Gravenhage. Toen bij den dood van Willem II deze functie kwam te vervallen, werd hij benoemd tot directeur van de Rotterdamsche afdeeling van Toonkunst. Verder leidde hij de concerten van „Dilieentia" te 's Gravenhage, van „Felix Meritis" te

Amsterdam en van „Caecilia" te Arnhem, terwijl hij in 1846 door de afdeeling Amsterdam der Maatschappij van Toonkunst tot haar directeur benoemd werd. Als componist schreef hij vooral kerkmuziek, missen en requiems, welke thans echter bij het officie niet meer mogen worden uitgevoerd. Daarnaast schreef hij verschillende andere werken, zooals: „Koning en Vaderland", „Zes vierstemmige liederen", „Zeven geestelijke liederen", „Floris V op het slot te Muiden", „Twaalf liederen", „Gezangen en Psalmen", „Zes liederen", „Kinderleven", „Vijf-en-twintig koren" en „Twaalf geestelijke liederen". Ook leverde hij cantates voor feestelijke gelegenheden, zooals bij de onthulling van het standbeeld van Rembrandt (1855), bij het eeuwfeest van Schiller (1859), bij de onthulling van het standbeeld van Tollens (1861), bij het Piusfeest (1871), bij het 25-jarig koningschap van Willem III, de welkomstcantate aan koningin Emma (1879) en de tentoonstellingscancate voor de opening van de Internationale Tentoonstelling te Amsterdam (1883). Hij overleed

den 15den Januari 1891 te 's Gravenhage. Bekend is, dat hij langen tijd uitvoeringen van werken van Wagner, Berlioz en andere moderne meesters wist te beletten.

Verificatie beteekent in 't algemeen onderzoek naar de waarheid of juistheid van eenig feit. Als rechtsterm komt zij voor in de faillissementswet. In elk faillissement komt een verificatie van schuldvorderingen voor, waarvan de strekking is vast te stellen, wie in de faillissements-executie zullen deelen. De verificatie geschiedt op een vergadering onder voorzitterschap van den rechter-conimissaris. Vóór 1896 werden in den regel twee verificatie-vergaderingen gehouden en konden daar de vorderingen ter tafel worden gebracht zonder voorafgaande indiening. Thans wordt er slechts één vergadering gehouden, doch daaraan gaat vooraf een termijn, binnen welken alle vorderingen moeten worden ingediend bij den curator. Vorderingen, die ter vergadering noch door den curator, noch door een der schuldeischers betwist worden, worden overgebracht op een in het proces-verbaal der vergadering op te nemen lijst van erkende schuldeischers. Het gevolg daarvan is niet alleen, dat men onherroepelijk gerechtigd wordt om in de opbrengst van den faillieten boedel te deelen, maar ook dat men na het faillissement een executorialen titel heeft tegen den schuldenaar voor het onvoldaan gebleven deel zijner vordering. Wordt de vordering betwist door een der andere schuldeischers of door den curator en kan de rechter-commissaris partijen niet vereenigen, dan verwijst hij ze naar de Arrondissements-Rechtbank,

die het geschil Deslist. inmiddels Kan de scnuideischer tot een door den rechter-commissaris te bepalen bedrag voorwaardelijk worden toegelaten. Voorwaardelijke toelating geschiedt ook, wanneer de curator, een vordering niet geheel vertrouwende, maar haar niet willende betwisten, beëediging vordert; door de eeds-afiegging wordt dan de voorwaardelijke toelating een definitieve. Ook de gefailleerde zelf kan een vordering betwisten, maar dan geschiedt geen verwijzing, maar alleen aanteekenüig in bet proces-verbaal. De schuldeisclier verkrijgt dan wel het recht te deelen in den faillieten boedel, maar heeft na het faillissement in het proces-verbaal der verificatie geen executorialen titel tegen den schuldenaar. Een schuldeischer die de verificatievergadering heeft laten voorbijgaan, maar later nog geverifieerd wenscht te worden, kan in geval van insolventie dit doel bereiken door verzet te doen tegen een der uitdeelingslijsten. Een schuldeischer, die zich in het faillissement niet beeft laten verifieeren, verliest zijn vorderingsrecht niet, maar deelt niet in de opbrengst van den faillieten boedel. Zie verder faillissement.

Veritas (Bureau Veritas) is de naam van een internationale vennootschap voor de classificatie van schepen, welke naast den Lloyd (zie aldaar) den eersten rang inneemt op dit gebied. Zij werd in 1828 opgericht en is gevestigd te Parijs en te Hamburg. Vooral onder den directeur Charles Bal breidde zich het bureau zijn werkzaamheden snel uit. De bouwvoorschriften voor zeil- en stoomschepen zijn scherp, en alleen wanneer een schip aan al deze voorschriften voldoet, kan het in een klasse geplaatst worden. Jaarlijks publiceert het bureau een register, waarin alle geclassificeerde en gecontroleerde schepen in alfabetische volgorde worden

Sluiten