Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten, gemmen, bronzen en terracotta beeldjes vervalscht, later echter ook geheele beeldhouwwerken, die tot dit doel eerst gedurende eenigen tijd ingegraven werden. Tot aan de 18de eeuw was Italië het brandpunt der vervalschers. Vandaar verbreidde zich dit bedrijf overal heen, terwijl het langzamerhand ook tot schilderstukken, handschriften, boeken, autografen enz. werd uitgebreid. Van de belangrijkste vervalschingen uit den jongsten tijd noemen wij die van de handschriften van den Griek Simonides en van de zoogenaamde tiara van Saiiaphernes (zie aldaar).

Een zeer uitgebreide vervalsching heeft plaats met voedingsmiddelen. Men voegt minderwaardige of waardelooze stoffen toe om het gewicht te vergrooten, verkoopt surrogaten onder den naam van het oorspronkelijk artikel, verbergt de minderwaardigheid van de waren door kleurmiddelen en andere toevoegsels enz. Ofschoon nu deze bedrieglijke praktijken in den lateren tijd zeer in omvang zijn toegenomen, zoo zelfs, dat er fabrieken bestaan, die uitsluitend vervalschingsmiddelen of toestellen om vervalschingen te plegen, vervaardigen, kwamen toch reeds eeuwen geleden vervalschingen van levens- en genotmiddelen veelvuldig genoeg voor, om den wetgever aanleiding tot ingrijpen te geven, zooals bijv. de plakkaten in ons land van Karei V, of de straffen van keizer Frederik 111 in Duitschland tegen het vervalschen van wijn, bewijzen alsook dat in de 16dc eeuw reeds een controle over den handel in kruiden ingevoerd werd. Ook in onzen tijd bezitten verschillende landen een meer of minder uitgebreid stel van strafbepalingen tégen vervalschingen. Een afdoende bestrijding schijnt echter eerst mogelijk, als daarnaast een codex wordt opgesteld van de samenstelling der artikelen, tegen de vervalsching waarvoor men wil waken.

Verveer, Salomon Leonardus, een Hollandsch schilder van strand- en stadsgezichten, werd geboren te 's Gravenhage den 30aten November 1813 en overleed aldaar den 5de° Januari 1876. Hij was een leerling van B. J. van Hove en de broeder en leermeester van Elchanon Verveer. In 1835 maakte hij «en kunstreis met J. Bosboom. Twee jaar later bezocht hij Normandië en Parijs. In zijn eerste periode volgde hij geheeldenromantischenschildertrant van zijn leermeester, in zijn latere werken streeft hij naar meer realiteit. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, het Museum Boymans te Rotterdam en het Gemeente-Museum te 's Gravenhage.

Verveer, Elchanon, een Hollandsch genreschilder, werd geboren te 's Gravenhage den 19aen April 1826 en overleed aldaar den 249,en Augustus 1900. In zijn jeugd beoefende hij de houtgraveerkunst, eerst in Den Haag, later te Brussel. Daarna legde hij zich op de schilderkunst toe. Hij leerde bij zijn broeder Salomon en bij H. F. C. ten Kale. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande, o. a. in het Museum Boymans te Rotterdam en in bet Gemeente-Museum te 's Gravenhage.

Vervelling-. Zie Huid.

Verven of Verfstoffen zijn alle gekleorde stoffen, welke aan andere stoffen, door deze er mede te bedekken of te vermengen, een of andere kleur kunnen geven. Zij komen deels geheel gereed in planten (zie Verfplanten) voor, deels bevatten de planten wekere stoffen, chromogenen (zie aldaar), welke door

scheikundige omzetting verfstoffen leveren. Ook worden verfstoffen kunstmatig uit verschillende organische en anorganische stoffen bereid. Bij de verfstoffen, welke in de techniek toepassing vinden, maakt men op grond van afkomst en bereiding, onderscheid tusschen minerale en organische verfstoffen. Tot de eerste rekent men zoowel de natuurlijk voorkomende of aardverfstoffen (ijzer-, koper- enz. verven), als de kunstmatige en de metaalverven (poedervormige metalen, brons enz.). De organische verfstoffen worden gedeeltelijk uit planten (zie Verfplanten), zeldzamer uit dieren, zooals cochenille (zie aldaar) bereid. Het veelvuldigst echter vinden zij hun oorsprong in het steenkolenteer (zie Teerverfstoffen).

Naar de wijze van haar toepassing, verdeeltmende verfstoffen eveneens in verschillende groepen. De schildersverven worden, al naar den aard van het bindmiddel, waarmede de verfstof vermengd is, onderscheiden in aquarel-, gom-, pastel-, olie- enz. verven. Bedekken deze het voorwerp, waarop zij zijn aangebracht, min of meer volledig, dan spreekt men van dek-, in het andere geval van lazuurverven. De laatste zijn in water en alkohol oplosbaar, de eerste niet. Het emailverven voor glas, glazuur en porselein verlangt bij hoogere temperaturen een eigenaardig gedrag ten aanzien van de onderlaag. In de ververij en katoendrukkerij vindon de verfstoffen op geheel bijzondere wijze toepassing. Slechts bij uitzondering worden zij eenvoudig met behulp van een bindmiddel op den vezel gebracht. Een uitzondering daarop maken echter de benzidineverfstoffen (zie Benzidine), welke katoen zonder bijtsmiddel waschecht verven. De basische verfstoffen daarentegen, zoutzure, zwavelzure of oxaalzure zouten van bepaalde organische basen, vereischen het voorafgaande bijtsen van den vezel (zie Ververij), terwijl de zure verfstoffen, grootendeels bestaande uit alkalizouten van sulfozuren der azoverbindingen of der basische verstoffen, zich in een zuur bad met wol en zijde rechtstreeks en zonder bijtsmiddel verbinden. Met behulp van metallieke bijtsmiddelen worden de zoogenaamde alizarineverfstoffen (zie Alizarine) op den vezel bevestigd.

Een verdere verdeeling der verfstoffen berust op haar duurzaamheid tegen inwerking van licht, lucht, water, zeep enz. Die, welke daardoor weinig of niet worden veranderd, noemt men echte, de andere onechte verfstoffen. Intusschen moet worden opgemerkt, dat het verschil eigenlijk slechts gradueel is. De echtheid hangt niet alleen van den aard der verfstof af, maar wordt ook bepaald door dien van den vezel. Ten opzichte van de bovengenoemde factoren spreekt men van licht- en weerecht, van wasch-, soda-, chloor- enz. echt. Voor de bepaling van deze verschillende soorten van echtheid bestaan onderscheidene methoden van onderzoek.

Vervenen. Zie Veen.

Ververij noemt men de kunst, om aan verschillende stoffen willekeurige kleuren te geven, welke of slechts aan de oppervlakte hechten, of het geheele materiaal doordringen. In het eerste geval kan men de verf, aangemengd met een bindmiddel (lijmoplossing, olie enz.) in gelijkmatige dunne lagen op de voorwerpen aanbrengen, waardoor zij zich na het drogen vasthecht. Of men brengt haar met een voorloopig bindmiddel daarop en bevestigt haar door inbranden. In het tweede geval moet men het

XV

36

Sluiten