Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verpoeder en basisch bismuthnitraat en het daarna te branden. Een zeer belangrijke toepassing vindt het verzilveren nog bij de vervaardiging van spiegels (zie aldaar).

Verzinken of het bekleeden van metalen met zink wordt bijna alleen op ijzer toegepast, om dit tegen roest te beveiligen. In tegenstelling met vertind ijzerblik, dat sneller roest dan ijzer zelf, roest verzinkt ijzerblik veel langzamer, doordat, zoolang er zink aanwezig is, dit alleen geoxydeerd wordt en het ijzer onaangetast blijft. Daar de verklaring van dit verschijnsel berust op de plaatsen, welke zink en ijzer in de electrische spanningsreeks innemen, heeft men verzinkt ijzer den naam van gegalvaniseerd ijzer gegeven. Het vindt voor allerlei doeleinden een zeer uitgebreide toepassing. Men smelt het zink in ijzeren, van binnen met vuurvast materiaal bekleede pannen. Draad wordt in ringen opgewonden of over walsendoor het gesmolten zink gebracht; platen worden door walsen voortbewogen. Kleinere voorwerpen werpt men in het bad en haalt ze na een minuut met een schuimlepel er uit. Men kan het verzinkte ijzer daarna vertinnen, om het nog meer tegen oxydatie te beschermen. Koper verzinkt men, door het bij 100° C. in een geconcentreerde oplossing van natronloog te dompelen en het dan met zink in aanraking te brengen.

Malouin deelde in 1742 mede, dat men door ijzer met zink inplaats van met tin te behandelen, een soort van witblik kon verkrijgen en Watson beschreef in 1786 het procédé, zooals het thans in hoofdzaak nog wordt uitgevoerd. Het was echter vooral Sorel te Parijs, die het verzinkte ijzer in groote hoeveelheden aanwendde.

Verzoekschrift, Zie Petitie en Request.

Verzoendag^ Hebreeuwsch Jomha-Kippoerim), de voornaamste van alle Israëlitische feestdagen, wordt den 10den Tisjü (October) in strenge sabbathsrust door ontzegging van alle spijs en drank (vasten) en van alle zingenot gevierd. Het feest dient tot verzoening van den berouwhebbenden Israëliet met God en wordt voorafgegaan door een voorbereiding door gebeden en goede werken, vooral gedurende de tien boetedagen, aanvangende met den eersten nieuwjaarsdag, welke aan den verzoendag voorafgaan. In vroeger dagen werd het feest anders gevierd dan in den tegenwoordigen tijd. Zoolang de offerdienst in zwang was, voegde de hoogepriester bij de dagelijksche offeranden nog het zondeoffer voor zich en de zijnen en zorgde voor de besprenkeling met bloed. Dan werd van twee bokken één, door het lot aangewezen, geslacht en met zijn bloed de Ark des verbonds besprenkeld, terwijl de andere (asasel), nadat de hoogepriester de handen op hem gelegd en zijn zonden en die des volks beleden had (vandaar de naam zondebok), naar de woestijn gebracht, in lateren tijd in een afgrond geworpen werd. Telkens na verloop van 49 jaar werd op den Verzoendag het jubeljaar met bazuingeschal in het geheele land verkondigd.

Verzoening: is het herstel der vriendschappelijke betrekking tusschen twee vijanden. In de dogmatiek beteekent zij de herstelling dier betrekking tusschen God en den mensch, nadat zij door de zonde verbroken was. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tusschen de verzoening van den jegens God vijandelijk gestemden mensch (reconcilmtio) en de verzoening van den door 's menschen zonde belee-

digden God (expiatio). Aan laatstgenoemde leer houdt zich het orthodoxe geloof, volgens hetwelk God, om den mensch onder voorwaarde des geloofg van de straf der zonde te bevrijden, die straf aan den Godmensch Christus heeft doen ondergaan, die door zijn plaatsbekleedend of bloedverzoenend lijden (voldoening, satisfactio vicaria) voor den mensch voldeed aan den eisch der goddelijke gerechtigheid, zoodat onze zonden hem, zijn verdiensten ons worden toegerekend (imputatio). Reeds bij Paulus vormt de leer der voldoening het middelpunt van zijn geheele stelsel. Zij werd echter eerst volkomen uitgewerkt door Anselmus bisschop van Canterbury, die de majesteit Gods voorstelde als gehoond door de zonde en daaruit afleidde, dat de Godmensch daarvoor voldoening moest geven. Immers de krachten van alle zondige menschen samen waren daartoe onvoldoende. Slechts de vrijwillige overgave van het zondelooze leven van den Godmensch scheen tegenover de som der zonden een voldoende ja, meer dan voldoende tegenwicht te vormen.

De Hervormers bleven vasthouden aan de leer van het plaatsbekleedend lijden van Christus en kwamen met kracht in verzet tegen een verzoening der Goddelijke gerechtigheid door zoogenaamde goede werken. De Luthersche godgeleerden der 17de eeuw legden bijna allen nadruk op de juridische zijde der verzoening, terwijl de Socinianen en Rationalisten meerde ethische zijde op den voorgrond stelden. De moderne orthodoxie wijst wel is waar de voorstelling van een verandering in de gezindheid van God af, maar houdt aan het denkbeeld der verzoening vast; de moderne godgeleerdheid daarentegen zoekt de verzoenende werking van Christus in zijn kracht om den mensch tot het geloof in Gods tegemoetkomende genade te brengen.

Verzweering:. Zie Zweer.

Ves&liua, Andreas, een Belgisch ontleedkundige, geboren den 318ten December 1514 te Brussel, studeerde te Leuven en te Parijs, wijdde zich vooral aan de ontleedkunde en gaf sedert 1540 lessen over ontleedkunde te BazeL Gedurende de oorlogen tusschen Karei V en Frans 1 vergezelde hij het keizerlijk leger als arts en wondheeler, was daarna achtereenvolgens hoogleeraar te Padua, Pisa, Bologna en Bazel en werd in 1543 eerste lijfarts van Karei V en later van Philiphis II. De Inquisitie veroordeelde hem als toovenaar ter dood, maar Pilips II schonk hem genade onder voorwaarde, dat hij een bedevaart naar Jeruzalem zou volbrengen. Hij gaf aan de studie der ontleedkunde een nieuwe richting, vooral door zijn werk „De humani corporis fabrica" (Bazel, 1543 en later, met houtsneden van Johann vanCalcar, een leerling van Tüian; laatste druk, Amsterdam, 1640). Boerhaave en Aïbinus bezorgden een uitgave zijner gezamenlijke werken (2 dln., Leiden, 1725). Hij overleed op de terugreis van Jeruzalem tengevolge van een schipbreuk den 15aen October 1564 op het eiland Zante. Te Brussel werd in 1847 een standbeeld voor hem opgericht.

Vesdre, een rechter zijrivier van de Ourthe, ontspringt op de Hohe Venn in Rijn-Pruisen,stroomt W. waarts door een diep dal en mondt, in het geheel 71 km. lang, ten Z. O. van Luik uit. Boven Limburg neemt zij van links de Gileppe op, een beek, waarvan het water verzameld wordt in een bassin, gebouwd van 1869—1878 (oppervlakte 80 H. A., inhoud 12 millioen kub. m.). Door een leiding van 9

Sluiten