Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerpis, jicht, enz. Vichy wordt jaarlijks door meer dan 60 000 vreemdelingen bezocht. Ook worden groote hoeveelheden mineraalwater, pastilles, en zout verzonden.

Vicia. Zie Wikke.

Vicksburg-, de hoofdstad van het graafschap Warren in den Noord-Amerikaanschen staat Mississippi, halfweg tusschen Memphis en New-Orleans op den linker oever van de Mississippi, aan verschillende spoorwegen gelegen, heeft een aanzienlijken handel in katoen, veel scheepvaart, en fabrieken van katoenpittenolie, lijnkoeken en meubels. Zij telt (1900) 14 834 inwoners, van welken de helft tot den Negerstam behoort. Zij werd gedurende den burgeroorlog door de Zuidelijken zeer versterkt en in December 1862 door de Noordelijken onder Sherman tevergeefs berend, maar door Grant den 4den Juli 1863 na een belegering van 47 dagen tot de overgave gedwongen.

Vico, Giovanni Battista, een Italiaansch wijsgeer, geboren te Napels in 1668, studeerde in de rechten, de geschiedenis, de taalwetenschappen en de wijsbegeerte, verkreeg in 1697 het hoogleeraarsambt in de welsprekendheid aan de universiteit te Napels en zag zich in 1734 door koning Karei tot historiograaf van het koninkrijk benoemd. Hij overleed den 21sten Januari 1743. Zijn hoofdwerk is „Principii di ima scienza nuova d'intorno alla commune nature delle nazioni" (2 dln. 1725 en later), waarin hij de grondslagen legde voor de philosofie der geschiedenis. Verder schreef hij: „De rebus gestis Ant. Caraphae libri IV" (1716), „De antiquissima Italorum sapientia ex linguae latinae originibus eruenda" (1710 en later), en „De universi juris uno principio et fine uno" (1720). Voor de uitgave van de „Scienza nuevo" gaf hij een levensbeschrijving van zich zelf. Zijn gezamenlijke werken zijn uitgegeven door Ferrari (6 dln., 1835—1837) en door Pomodoro (8 dln., 1858—1869), een bloemlezing gaf Michelet (2 dln., 1835), zijn „Scriti inediti" Del Giudice (1862).

Vico, Francesco de, een Italiaansch sterrenkundige, geboren den 19den Mei 1805 te Macerata in de mark Ancona, trad in de Orde der Jezuïeten, werd in 1835 onder pater Dumouchell assistent aan de sterrenwacht van het Collegium Romanum te Rome, en later directeur aldaar tot aan het verdrijven der Jezuïeten in 1848. Hij stond op het punt, naar de Vereenigde staten te trekken, om er het bestuur van het observatorium te Georgetown te aanvaarden, toen hij den 15den November 1848 te Londen overleed. Vico heeft vooral veel naam verworven door de ontdekking van onderscheiden kometen, van welke een naar hem de Komeet van Vico is genoemd.

Vicomte (Engelsch viscount, Italiaansch visconte), letterlijk: plaatsvervanger van een graaf, is thans in Frankrijk en Engeland de titel van een edelman, die in rang tusschen baron en graaf staat. Deze titel, welke in Frankrijk voor het eerst in 819 voorkomt, is waarschijnlijk door de Normandiërs in Engeland ingevoerd. Dikwijls ook voert in Frankrijk de oudste zoon van een graaf of markies den titel vicomte.

Victor I, de Heilige, van 189—198 of 199 paus, was geboortig uit Afrika, nam deel aan den strijd over het Paaschfeest, hief de gemeenschap met de kerken van Klein-Azië op en deed het hoofd der Monarchianen Therdol in den ban. Hij werd heilig

verklaard; zijn gedenkdag valt op den 288'1511 Juli. x Victor II, van 1055—1557 paus, heette vroeger Gebhard, graaf van Hirschberg, was een bloedverwant en vriend van keizer Hendrk III en van Leo IX, en werd in 1044 bisschop van Eichstatt. Hij trachtte het verkoopen van kerkelijke waardigheden en van kerkelijke goederen, alsmede het losbandig leven van vele geestelijken tegen te gaan.

Victor III, van 1086—1087 paus, heette vroeger Desiderius en was een zoon van den prins van Beneventum. Hij werd geboren in 1027, werd in 1057 abt van Monte Cassino en in 1059 kardinaal presbyter. Gregorius VII wenschte hem tot opvolger; hij werd na diens dood tot paus gekozen, doch heeft Rome, dat in het bezit was van den tegenpaus Clemens III, niet betreden, daar hij den 16den September 1087 in het klooster Monte Cassino overleed.

Victor IV was de naam van 2 tegenpausen uit de 12de eeuw. De eene, vroeger kardinaal Gregorius Conti, werd in Maart 1138 tot paus gekozen, doch onderwierp zich den 29stel1 Mei 1138 aan Innocentius II. De andere, vroeger kardinaal Octavianus, woonde ondersteund door keizer Frederik I, van den 7den September 1159 tot aan zijn dood (20 April 1164) als tegenpaus van Alexander 111 te Lucca.

Victor, Sextus Aurelius, een Romeinsch geschiedschrijver, gaf in zijn in 360 n. Chr. geschreven „Caesares" een gedeelte van de keizergeschiedenis tot aan Ccmstantius. Een werk uit lateren tijd, getiteld, „Libellus de vita et moribus imperatorum" (gewoonlijk „Epitome" genaamd), dat tot aan den dood van Theodosius den Groote loopt, geeft zich uit voor een uittreksel uit Victor's werken, doch is meest naar andere bronnen bewerkt. Met deze werken vereenigde men meestal twee andere werken, waardoor men een overzicht van de geschiedenis van het Romeinsche rijk verkreeg, n.1. de „Origo gentis Romanae" (uitgegeven door Sepp, in 1885), een maakwerk uit de 6de eeuw zonder waarde, en het geschrift „De viribus illustribus", dat wel van belang is (uitgegeven door Brohm, 3de druk, 1860, Keil, 2de druk 1872 en Wijga, 1890). Al deze geschriften werden uitgegeven door Schröter (2 dln., 1829—1831).

Victor, (Claude Victor Perrin, genaamd), hertog van Belluno, pair en maarschalk van Frankrijk, geboren den 7den December 1764 te La Marche (Vogeezen), nam in 1781 dienst bij de Fransche artillerie en verwierf in 1793 voor Toulon den rang van brigade-generaal. Tot 1795 streed hij in Spanje, vervolgens in Italië, werd in 1797 divisie-generaal en maakte onder Bonaparte den veldtocht mede, waardoor de paus genoodzaakt werd, den Vrede van Tolentino te sluiten. Na den 18den Bramaire sloot hij zich bij den Eersten Consul aan en volgde dezen in 1800 wederom naar Italië, waar hij zich vooral bij Montebello en Marengo onderscheidde. In 1805 vertrok hij als gezant naar Kopenhagen. In den veldtocht van 1806 streed hij bij Jena, vervolgens bij Pultusk, maar viel op een reis in Januari 1807 in handen van het vrijkorps van Schill. Nadat hij kort daarna tegen Blücher was uitgewisseld, voerde hij eenigen tijd bevel voor Graudenz en verwierf bij Friedland den maarschalksstaf. Na den vrede van Tilsit benoemde Napoleon hem tot gouverneur van Berlijn, doch zond hem in 1808 naar

Sluiten