Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als'gezant der'Fransche kruisvaarders naar Venetië, om[er met de 'republiek een overeenkomst te treffen aangaande den overtocht naar Egypte, en nam deel aan de door den doge Dandolo bestuurde onderneming, welke in 1204 met de bestorming van Konstantinopel en den val van het Grieksche keizerrijk eindigde. Hij werd door den nieuwen keizer Balduïnus met uitgestrekte bezittingen aan den Hebrus beleend en tot maarschalk van Romanië benoemd. Hij overleed in 1213 en liet een geschiedenis van den Vierden Kruistocht (1198—1207) na in het OudFranscli onder den titel: „Histoire de la conquête de Constantinople", één van de beste geschiedkundige werken der Middeleeuwen, welke bewaard gebleven zijn.

Villehardouin, Geoffroy de, een neef van den voorgaande, erfde diens waardigheid, werd hertog van Achaia en stichtte aldaar een Frankische dynastie, die er de heerschappij behield tot in de 14de eeuw.

Villejean, Eugme Gabriel, een Fransch geneeskundige, pharmaceut en staatsman, geboren in 1860 te Ancy-le-Franc (Yonne), werd in 1873 tot intern pharmaceut benoemd aan de ziekenhuizen te Parijs, was daarna achtereenvolgens directeur van de apotheken van verschillende ziekenhuizen en promoveerde in 1886 in de medicijnen op een dissertatie „Recherches chimiques, physiologiques et pharmacologiques sur le chlorure de méthylène." Vervolgens werd hij buitengewoon hoogleeraar in de scheikunde en in de toxicologie. Tot zijn voornaamste werken behooren: „Sur les propriétés physiologiques du formène et de ses composés chlorés (1886), „Recherches expérimentales sur la solubilité des seis officinaux de quinine". „Des injections hypodermiques de quinme"(1887), „Analyses chimiques du pus d'abcès froids ou fluents"(1887), „Recherches expérimentales sur la toxicité du bismuth en injections sous-cutanées"(1888), „Sur la composition chimique des calculs biliaires"(1888), „Etudes sur les filtres employés par 1'Assistance publique"(1888), „Le Principe actif de la digitale"(1899) en „Sur la toxicité des nitrites alcalins"(1904). Hij werkte mede aan den „Dictionnaire de médecine et de chirurgie". In 1895 werd hij door het arrondissement Tonnerre tot afgevaardigde gekozen en werd als zoodanig voorzitter van de commissie voor de openbare gezondheid van de Tweede Kamer.

Villèle, Joseph, graaf de, een Fransch staatsman, geboren den 14den Augustus 1773 te Toulouse, nam dienst bij de marine en vertrok in 1791 naar West-Indië. waar hij door een huwelijk op het eiland Bourbon tot aanzienlijke waardigheden opklom. In 1803 naar Frankrijk teruggekeerd, woonde hij gedurende het keizerlijk bewind ambteloos in zijn geboorteplaats. Na de tweede Restauratie werd hij maire van Toulouse en lid van deberuclite Kamervan 1815. In 1816 trad hij er op als woordvoerder der ultraroyalisten, nam in December 1820 zitting in het ministerie Richelieu en belastte zich na den val van dit Kabinet in December 1821 in het nieuwe ultraministerie met de portefeuille van Financiën en den 4den September 1822 met het voorzitterschap. De inval in Spanje tot herstel van het absolutismus was hoofdzakelijk zijn werk. Ook bevorderde hij het toekennen van schadeloosstelling aan uitgewekenen, begunstigde de vestiging der Jezuïeten, was de voorsteller der rentereductie enz. Toen door de verkiezingen voor de Kamer van Afgevaardigden van 1827

de oppositie tegen het Kabinet versterkt werd, zag de koning zich genoodzaakt, hem te ontslaan. Tevens echter werd hij tot pair benoemd, waarop hij zich te Toulouse terugtrok. Hij overleed aldaar den 13den Maart 1854.

Villemain, Abel Franfois, een Fransch schrijver en taalgeleerde, geboren te Parijs den noen Juni 1790, werd op 20-jarigen ouderdom hoogleeraar in de welsprekendheid aan het lyceum Charlemagne aldaar, kort daarop aan de Ecole normale en maakte zich aldaar door zijn lofredenen op beroemde mannen, bijv. op Montaigne en Montesquieu, bekend. Onder Decazes werd hij directeur van den boekhandel en in 1819 staatsraad en voorzitter der commissie van petitiën. Zijn colleges, gegeven in de jaren 1827—1830 en welke druk bezocht werden, verschenen onder den titel van „Cours de littérature fram;aise"(2de druk, 6 dln., 1864). Ook als geschiedschrijver heeft hij zich naam gemaakt, vooral door zijn, naar de bronnen bewerkte „Histoire de Cromwell"(2 dln., 1819) en door „Lascaris, ou les Grecs du XIV siècle"(1825). Sedert Juli 1829 lid der Kamer van Afgevaardigden, behoorde hij er, tot aan zijn benoeming tot pair in 1832, tot de oppositie. Naast schitterende redevoeringen, o. a. tegen de Septemberwetten van 1835, noemen wij onder zijn parlementaire werkzaamheden het „Rapport sur 1'instruction secondaire"(1843). In het ministerie Soult was hij van 13 Maart 1839 tot 1 Maart 1840 minister van Openbaar Onderwijs. In October 1840 weder herbenoemd, was zijn voornaamste werk het tot stand brengen van de verbanning der Jezuïeten (1844). Nadat hij door de Februari-omwenteling van 1848 van het staatkundig tooneel verwijderd was, deed hij na de stichting van het tweede keizerrijk afstand van alle ambten en behield alleen zijn zetel in de academie, waarvan hij tot aan zijn dood als secrétaire perpêtuel optrad. Van zijn geschriften noemen wij: „Souvenirs contemporains d'histoire et de littérature"(2de druk, 2 dln., 1864), „Etudes do littérature ancienne et étrangère"(3de druk, 1865), „Tableau d'éloquence chrétienne au IV. siècle" (2de druk, 1870) en „Histoire de Grégoire VII"(2 dln., 1873). Hij overleed den 8aten Mei 1870 te Parijs.

Villemessant, Hippolyte Cartier de, een Fransch journalist, geboren den 22Bten April 1812 te Rouaan, begaf zich in 1839 naar Parijs, om zich aan de journalistiek te wijden en schreef onder den schuilnaam Louise de Saint-Loup het modefeuillston in de Girondijnsche „Presse". Tegelijkertijd verbond hij zich met de Legitimisten, wier belangen hij na 1848 in de „Chronique de Paris" enz. verdedigde. Sedert 1854 gaf hij den „Figaro" uit. Het blad verscheen eerst tweemaal in de week, sedert 1865 dagelijks en had zich weldra als pikant schandaalblad de gunst van het publiek onder het tweede keizerrijk, welks geest het zoo juist weerspiegelde, verworven. In de „Mémoires d'un journaliste"(6 dln., 1867— 1876) vertelt Villemessant zijn eigen lotgevallen. Hij overleed den llden April 1879 te Monte Carlo.

Villemin, Jean Antoine, een Fransch geneeskundige, geboren in 1827 te Prey in de Vogezen, verloor op dertienjarigen leeftijd zijn ouders en zou opgeleid worden voor onderwijzer. Toen hij echter in de loting viel, studeerde hij gedurende zijn diensttijd te Straatsburg in de medicijnen. In 1852 werd hij wegens zijn aanleg voor het teekenen tot plantkundig adsistent aan de geneeskundige faculteit in die

Sluiten