Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Parlement te Frankfort, terwijl hij sedert 1858 deel uitmaakte van het Huis van Afgevaardigden, te Frankfort, en sedert 1867 van den Rijksdag van den Noord-Duitschen Bond. Hij was gematigd liberaad en poogde in den strijd om de legerhervorming te bemiddelen. Van zijn hand verschenen: „Die Patrimonial und Polizeigerichtsbarkeit auf dem Lande" (1847), „Ueber Reformen in der preuszischen Kriegsverfassung" (1860) en „Die Reorganisation des preuszischen Heerwesens" (1864). Hij overleed den 18den Mei 1869 te Berlijn.

Vinckers, Harko Ilpsema, een Nederlandsch schrijver, geboren te Groningen den 17den Januari 1818, was mede-redacteur der Prov. Groninger Courant en later redacteur der Nieuwe Winschoter Courant en vestigde zich in 1887 weder te Groningen. Behalve verschillende kinderboeken, zooals „Rijmen voor de Kinderkamer" (1860), „Vergeet-mijnietjes. Versjes voor kinderen" (1852), „De kennis en wat er op te zien is" (2 stukken 1860), „Wat men moet en wat men niet moet. Vertellingen voor de jeugd" (1860), „Weinig maar een uit goed hart" (1860), „Mijn tafelboek" (2 stukjes 1862), en „Ver¬

maas er u meel (iöbi), schreel hl] een tweetal blijspelen: „Een verkeerd a propos", (1865) en „De man met den blauwbonten rok of de bedrieger bedrogen", (1865). Verder leverde hij een vertaling van AnderseWs „Sprookje van mijn leven" en schreef hij een feestcantate naar aanieiding van de onthulling van het monument van graaf Adolf, te Heiligerlee.

vinclcers, Jan Beckenng, een .Nederlandsch taalkundige, een broeder van den voorgaande, geboren te Winschoten den 24aten October 1821, was eerst leeraar aan het gymnasium in zijn geboortestad en werd in 1854 leeraar aan de Latijnsche en hoogere burgerscholen te Kampen. Behalve een aantal bijdragen in tijdschriften leverde hij: „Eene orthographische elegie of dr. L. A. te Winkels e-spelling en uitspraak der Gothische ai, naar aanleiding van haar strijd tegen de gewestelijke uitspraak in zekere verschijnselen in een paar Ravennatische oorkonden uit de 6de en 7de eeuw, taal vergelijkend beschouwd" (1864), „Hachelijkheid van de spelling volgens de afleiding of objectiviteit van de resultaten der wetenschappelijke (?) afleiding op het standpunt, vertegenwoordigd door de redactie van 't Woordenboek der Nederlandsche taal" (1866), „Engelsche spraakkunst" (1875), „De onechtheid van het Oera-Linda-Bök, aangetoond uit de wartaal, waarin het geschreven is (1876) en een vertaling „William Dwight Whitney, taal en taalstudie, voorlezing over de gronden der wetenschappelijke taalbeoefening" (1875—1876). Hij was lid van de redactie van „Onze Volkstaal. Tijdschrift gewijd aan de studie der Nederlandsche tongvallen." In 1891 kreeg hij eervol ontslag als hoogleeraar wegens het bereiken van den 70-jarigen leeftijd. Hij overleed den 13d""> Januari 1892.

Vindeelig. Zie Blad.

Vindelicië, een hoogvlakte, begrensd door de Donau, de Alpen, de Inn en het Meer van Constanz, werd bewoond door de vier Keltische stammen der Licaten, Cotenaten, Consuaneten en der Rucinaten, welke den gemeenschappelijken naam van Vindelici droegen. Het werd in 15 v. Chr. door Tiberius onderworpen en bij Raetië gevoegd en eerst onder Diocletianus als Raetia secunda weder daarvan geschei¬

den. Hoofdplaats was Augusta Vindelicorum (Augsburg), dat reeds vroeg tot bloei kwam. Een aantal versterkte plaatsen beschermde de Donau van haar oorsprong tot Regina Castra (Regensburg). Verder O. lijk lagen nog Sorviodurum (Straubing) en Castra Batava (Passau). Na den val van Rome werd het land tusschen de Germaansche Baiwaren en de Alemannen verdeeld.

Vindex, Gajus Julius, een Galliër uit een vorstelijk geslacht in Aquitanië, kwam als stadhouder van Gallia Lugdunensis in 68 n. Chr. in opstand tegen Nero en riep Galba tot keizer uit. Hij werd echter door Verginius Rufus, den stadhouder van Opper-Germanië, verslagen en pleegde daarna zelfmoord.

Vindicatie, Zie Revindicatie.

Vinet, Alexandre, een Fransch Protestantsch godgeleerde, geboren den 17den Juni 1797 te Ouckv in Waadtland, studeerde te Lausanne, werd in 1817 hoogleeraar in de Fransche taal en letterkunde aan het gymnasium, in 1835 ook aan de universiteit te Base! en in 1838 hoogleeraar in de godgeleerdheid aan de academie te Lausanne. In 1840 ging hij over tot de Vrije Kerk, wier organisatie hij bevorderde, terwijl hij in 1845 zijn hoogleeraarsambt neder legde. Van zijn geschriften vermelden wij: „Mémoire en faveur de la liberté des cultes" (1826), „Discours sur quelques sujets religieux" (6de druk, 1862), „Nouveaux discours etc." (4dc druk, 1860), „Sur la séparation de 1'Eglise de 1'Etat" (1842), „Etudes évangeliques" (2de druk, 1861), „Nouvelles études" (2de druk, 1862), „Etudes sur Blaise Pascal" (4d0 druk, 1904), „Homilétique" (2de druk, 1873), „Etudes sur la littérature franijaise au XIX siècle" (2de druk, 3 dln., 1857). ..Histoire de la littérature

franijaise au XVIII siècle" (2de dmk, 2 dln., 1876), „Moralistes des XVI, et XVIIsiècles" (nieuwe druk, 1904), „Mélanges" (1869) en een bundel „Poésies" (1890). Hij overleed den 4dcI> Mei 1847 te Clarens.

Vineta ( Wineta — stad der Wenden), een koopstad der Wenden op het N. gedeelte van het eiland Wollin, ook wel Julin of Jumne genaamd, bereikte in de 10de en llde eeuw het hoogtepunt van haar bloei. Op den zoogenaamden Zilverberg lag de Wikingervesting Jomsburg. Haar verwoesting in 1098 heeft wellicht aanleiding gegeven tot het ontstaan der legende, als zou Vineta door een aardbeving of door een overstrooming verdwenen zijn. Haar ruïnes zouden od den bodem

der zee aan de kust van Usedom te zien zijn.

Vingerafdrukken zijn de afdrukken van de aan de vingertoppen zichtbare lijnen in de huid. Deze lijnen vormen figuren, welke individueel verschillend zijn, maar die bij denzelfden persoon gedurende tientallen van jaren dezelfde blijven. In China en in andere Oostersche landen gebruikt men sedert overoude tijden vingerafdrukken als onderteekening van passen, schuldbekentenissen en andere oorkonden (vingermerken). Reeds in het Oud-Chineesche wetboek van yoeng Hwoei uit de 7de eeuw v. Chr. werd, naar het schijnt, deze wijze van onderteekenen voorgeschreven en onder koning Asoka in Voor-Indië dienden voetafdrukken voor hetzelfde doel In den nieuweren tijd schijnt men ook in Britsch-Indië het eerst van vingerafdrukken gebruik te hebben gemaakt om de identiteit van misdadigers vast te stellen. Uit het materiaal, door WSHerschell verza-

Sluiten