Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heringae opera exegetica et liermeneutica" (1843), „Libri symbolici Ecclesiae Reformatae Neerlandicae" (1847), „Het Nieuwe Testament met ophelderende en toepasselijke aanmerkingen" (1847) en „Theologiae Christianae dogmaticae Ecclesiae Reformatae Neerlandicae compendium" (2 dln., 1852). Hij overleed den 27sten Augustus 1862.

Vinkeles, Reinier, een Hollandsch graveur en teekenaar van portretten, bijbelsche tafereelen en genrestukken, werd geboren te Amsterdam in 1741 en overleed aldaar in 1816. Hij was een leerling van Jan Punt en van Le Bas te Parijs. In 1762 was hij secretaris van de Academie te Amsterdam. Door Keizerin Catharina werd hij naar St. Petersburg geroepen, doch kwam in 1771 weer naar Amsterdam terug. Hij heeft ongeveer 3000 prenten gegraveerd, waarvan vele naar eigen teekening.

Vinkennet, Achtervinkennet, Enternet of Boevennet noemde men vroeger het traliewerk van hout of touwwerk, dat langs en over de verschansing en ook voor den boegspriet werd gespannen om den vijand het enteren of overvallen te beletten. Tegenwoordig noemt men vinkennet of kluivernet een net van lijn of lichte tros, dat dient om te verhinderen, dat de kluiver door het water sleept, als hij wordt neergehaald, en verder tot veiligheid van de personen, die in zee op het kluifhout uitenteren.

Vinkeveen-en-Waverveen, een gemeente in de provincie Utrecht, ligt op de grens van de provincie Noord-Holland, heeft een oppervlakte van 3712 H.A. en telt (1910) 3978 inwoners. Zij wordt begrensd door de gemeenten Abkoude. Proostdij, Abkoude—Baambrugge, Loenersloot, Ru wiel, Wil nis, Mijdrecht, Nieuweramstel en Ouderamstel. Zij is samengesteld uit deelen van het graafschap Holland en van de heerlijkheid Utrecht. Tot 1841 vormde zij de Beide afzonderlijke gemeenten Vinkeveen en Waverveen, waarvan de laatste eerst in 1819 aan Utrecht was gekomen. De bodem bestaat uit laagveen en uit plassen, die voor een deel drooggemalen zijn. Langs de noordgrens vloeien de Amstel en de Waver. De bewoners houden zich meest bezig met veenderij en veeteelt. Tot de gemeente behooren de dorpen Vinkeveen en Waverveen, benevens een aantal buurten en gehuchten.

Het dorp Vinkeveen is gebouwd langs den ringdijk van de Ronde Venen. Men vindt er een gemeentehuis, een Hervormde kerk, een Roomsch Katholieke kerk en een Roomsch-Katholiek kloostergesticht.

Vinland (= Wijnland) noemden de Noormannen een gedeelte der O. kust van Noord-Amerika, volgens sommigen overeenkomende met het hedendaagsche Massachusetts en Rhodelsland. In 986 namelijk ontdekte Bjarne Herjulfson op een tocht ter opsporing van zijn vader, die met Erik den Boode naar Groenland getrokken was, onderscheidene malen land, zonder er echter aan wal te stappen. Maar in 1000 ondernam Leif, de zoon van Erik, met het schip van Bjarne en met een bemanning van 35 koppen een nieuwen tocht, om de genoemde landstreken nader te leeren kennen. Eerst vond hij een land, bedekt met naakte rotsen en ijsbergen en gaf daaraan den naam van Helluland (Steenland), daarna een ander, dat hij met den naam van Markland (Woudland) bestempelde en eindelijk een derde, waar een Duitscher uit de bemanning een plant, gelijkende op den wijn¬

stok. vond, zoodat Leif hieraan den naam gaf van Vinland. Leif en zijn makkers bouwden er woningen, waarin zij den winter doorbrachten en zeilden in het voorjaar weder naar Groenland. Vanhier en ook van uit IJsland en Skandinavië deed men na dien tijd gedurig tochten naar Vinland, dat wordt voorgesteld als een fraaie en boschrijke streek met een heerlijk klimaat, een overvloed van pelsdieren, ontelbare visschen in de stroomen en vele walvisschen op de kusten, terwijl de daarvoor gelegen eilanden door Skralingers (Eskimo's)-waren bewoond. Dit verkeer tusschen Groenland en Vinland duurde tot in de 12de eeuw. De eerste bisschop van Groenland, Erik genaamd, trok in 1121 derwaarts. Later kwam niet alleen aan de betrekkingen tusschen Vinland en Europa een einde, maar raakte zelfs de geheele ontdekking van dit gebied in vergetelheid. Zie Amerika, Ontdekkingsgeschiedenis.

Vinlobbig;. Zie Blad.

Vinnervig-, Zie Blad.

Vinogradski, Serge, een Russisch bacterioloog, geboren in 1856 te Kiew, ontving zijn opleiding aan het college te Kiew, studeerde daar sedert 1873 en vervolgens te Sint-Petersburg in de wis- en natuurkunde, promoveerde in 1880 en legde zich vervolgens op de plantkunde en de mikrobiologie toe, waarvoor hij de universiteiten te Straatsburg en Zurich bezocht. In 1890 werd hij benoemd tot lid vanhet keizerlijk geneeskundig instituut te Sint-Petersburg, tot directeur van de mikrobiologische afdeeling en redacteur van de door dit lichaam uitgegeven geschriften. In 1902 werd hij directeur van deze inrichting. In hetzelfde jaar werd hij door de academie van wetenschappen te Parijs tot correspondeerend lid benoemd. Van zijn voornaamste werken noemen wij: „Physiologische onderzoekingen over zwavelbacteriën"(1889), „Over het pleomorfisme van de bacteriën"(1898), „Onderzoekingen over nitrificeerende organismen"(1890—1891), „Bijdrage tot de morphologie van de nitrificeerende organismen" (1892), „Over de vorming en de oxydatie van nitrieten"(1891), „Over roest in het vlas"(1895), „De invloed van organische stoffen op het werken van nitrificeerende bacteriën" en „Over de assimilatie van de stikstofgassen van den dampkring door de bacteriën"(1893—1895).

Vinosine is de algemeene naam voor surrogaten van wijn, zooals rozijnen-, tamarinde-, kunstwijn enz.

Vinoy, Joseph, een Fransch generaal, geboren den 10den Augustus 1800 te Saint-Etienne-de-SaintGeoires (Isère), trad in 1823 in militairen dienst, vertoefde tot 1854 in Algerië, waar hij tot kolonel bevorderd werd, voerde in den Ivrimoorlog het bevel over een brigade, in Italië in 1859 over een divisie en in 1870 over het 13de legercorps. Op het einde van Augustus uitgezonden om Mac Mahon te Sedan te hulp te komen, kwam hij echter niet verder dan Mézières. Hij slaagde er echter in zijn troepen, ondanks de vervolging door de Pruisen, te redden. Na het ontslag van Trochu (den 20sten Januari 1871) werd hij belast met het bevel over alle Parijsche troepen. Bij het bedwingen der Commune, commandeerde hij een afdeeling van het leger te Versailles. In 1871 werd hij groot-kanselier van het Legioen van Eer en in 1877 senator. Hij schreef: „Campagne de 1870—■ 1861. Siège de Paris. Opérations du 13e corps et de la 3e armée"(1872), „L'armistice et la commune.

Sluiten