Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbindt, alsmede een kanaal, dat van Gent naar Ter Neuzen loopt. De bodem bestaat overwegend uit vette klei en is uitmuntend bebouwd. Langs een gedeelte der kust vindt men een r vks van duinen, die bij een hoogte van 10—20 m. een breedte van 1 300-2 000 m. heeft. Het klimaat is onbestendig. Landbouw, veeteelt en nijverheid staan op een hoogen trap van bloei. De kanalen, het loofhout en de hagen, die akkers en weiden omsluiten, temperen eenigszins de eenvormigheid van het vlakke landschap. Men heeft er een uitmuntenden graanbouw. Er groeit voortreffelijk vlas, inzonderheid in de omstreken van Kortrijk en Meenen, alsmede hop en tabak. Welige weiden bevorderen de veeteelt; er wordt veel boter uitgevoerd. De schapenfokkerij is van weinig belang, maar men heeft er des te meer pluimvee. De kustbewoners leggen zich toe op de visscherij, vooral in de omstreken van Ostende, Nieuwpoort, Blankenberghe en Heyst, die daarenboven als badplaatsen druk bezocht worden, vooral Ostende, dat tevens een druk personenen brievenvervoer op Engeland heeft.Het gebrek aan hout wordt door turf vergoed. Tot de belangrijkste takken van nijverheid behooren garenspinnerij, linnenweverij en bleekerij, damastweverij, het vervaardigen van kant, van wollen en katoenen stoffen, bierbrouwerij, brandewijnstokerij, looierij, schoenmakerij, zeepziederij, zoutziederij en scheepsbouw. De handel is wegens de gunstige ligging van deze provincie aanzienlijker dan in Oost Vlaanderen ; hij bloeit vooral te Ostende. West-Vlaanderen is verdeeld in 8 distrikten (Brugge, Kortrijk, Diksmude, Veurne, Ostende, Rouselare, Thielt en IJpern) en heeft Brugge tot hoofdstad.

Vlaardingen, een gemeente in de provincie Zuid-Holland, 264 H. A. groot met (1910) 21 713 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Vlaardingen-Ambacht en Pernis. De Nieuwe-Maas vormt de grens met laatstgenoemde gemeente. De bodem bestaat uit klei. Het voornaamste middel van bestaan is de vischvangst, inzonderheid de haringvangst. Daarmee staat de aanwezigheid van een aantal takken van nijverheid, zooals scheepstimmerwerven, zeilmakerijen, touwslagerijen enz. in verband. Verder wordt er veel buitenlandsche handel gedreven in visch, fruit, kurk, teer, traan enz.

De stad Vlaardingen ligt aan den spoorweg van Rotterdam naar Hoek-van-Holland en is door een haven met de Nieuwe Maas verbonden. De voornaamste gebouwen zijn: het stadhuis, waar o. a. verschillende blazoenen van rederijkerskamers worden bewaard, de Hervormde kerk met een toren van 50 m. hoogte, de Gereformeerde kerk, de Roomsch-Katholieke kerk en de synagoge. De voormalige buitenplaats, het Hof, is in 1828 door de stad aangekocht en tot een wandelplaats gemaakt. Omstreeks 990 wordt Vlaardingen voor het eerst in een oorkonde vermeld. De vroegere vestingwerken waren reeds in den Spaanschen tijd geslecht. In 1046 werd de plaats door keizc Hendrik III veroverd, in het volgende jaar leden de keizerlijke vloot en het keizerlijk leger er een nederlaag.

Vlachos, Angelos, een Nieuw-Grieksch dichter en schrijver, geboren den 16den April 1838 te Athene, studeerde aldaar en later te Berlijn en Heidelberg in de rechten. Hij trad in 1859 in rijksdienst als attaché bij het ministerie van Buitenlandsche

Zaken, werd in 1863 chef de bureau bij het departement van Binnenlandsche Zaken, in 1865 chef van een afdeeling bij het ministerie van Eeredienst, in 1875 bij dat van Buitenlandsche Zaken, in 1880 onderstaatssecretaris bij dit laatste, was van 1887— 1891 gezant te Berlijn en werd in 1895 minister van Onderwijs te Athene. Van zijn geschriften vermelden wij: „Lierdichten" (1875), „Het vraagstuk om- • trent Homerus" (1865), „Blijspelen" (1870), „A qui 1'aura" (1874), „Nieuw-Grieksch-Fransch woordenboek (1871) „Spraakkunst der Nieuw-Grieksche taal" (1864), „Nieuw-Grieksche chrestomathie (1870) en kritische studiën over de Nieuw-Grieksche dichters P. Sutzo (1874), J. Karassutsa. G. Tertsetis (1875), G. Zalokosia (1877) en A. Sutzo (1878). Ook vertaalde hij vele werken uit het Duitsch.

Vlachtwed.de, een gemeente in de provincie Groningen, 15 456 H. A. groot met (1910) 8 318 inwoners, wordt begrensd door de Pruisische provincie Hannover, de Groningsche gemeenten Bellingwolde, Wedde en Onstwedde en de Drentsche gemeenten Odoorn en Emmen. De Ruiten-A stroomt er door. De bodem bestaat uit diluviaal zand en hoogveen, dat gedeeltelijk afgegraven is. Het voornaamste middel van bestaan is landbouw, verder wordt er veeteelt, veenderij en handel uitgeoefend. Tot de gemeente behooren de dorpen: Vlachtwedde, Bourtange, Sellingen, Ter-Apel en Ter-Apelerkan aal.

Het dorp Vlachtwedde aan de Ruiten- A heeft een schilderachtige ligging. Vroeger was het dorp gedurende eenigen tijd de zetel van het gerecht van Westerwolde.

Vladika (Slavisch = meester, eigenaar) beteekent in Servië en Bulgarije zooveel als bisschop. In Montenegro was het tot 1852 de titel van den vorst, die tot op dat oogenblik de geestelijke en de wereldlijke macht in zich vereenigde.

Vladislaw is de tegenwoordige Boheemsche spelling van den naam XVladislaiv. Zie aldaar.

Vlag (zie de plaat) is een meest rechthoekig gekleurd stuk doek van een lichte wollen of zijden stof, dat als een bepaald kenmerk of sein aan den scheepsmast wordt opgeheschen. De nationale vlag, gewoonlijk een derde meer lang dan breed, wijst de nationaliteit aan van een schip en waait van den gaffeltop van den achtersten mast of ook wel van een afzonderlijken vlaggestok boven het roer. Ook worden bij feestelijke gelegenheden de gebouwen met vlaggen versierd. Een vlag, die half over den stok hangt, Wordt geheschen als teeken van rouw. De nationale vlag is bij vele volkeren verschillend voor oorlogsschepen en koopvaardijschepen; ze zijn bijv. gelijk in België, Frankrijk, Nederland, Portugal, Turkije en de Vereenigde Staten. De handelsvlag is bijv. voor Duitschland zwart, wit en rood in horizontale banen, en de oorlogsvlag wit, door een zwart kruis (met den Rijksadelaar in het midden) verdeeld en slechts in een der vier velden zwart—wit—rood gestreept, met het IJzeren Kruis daarin geplaatst. Voor Engeland is de handelsvlag rood, met een blauw veld, door de kruisen van St. Georg, St. Andries en St. Patrick in acht deelen verdeeld (Union Jack); de oorlogsvlag is wit (voor transportschepen blauw), door een rood kruis verdeeld en met den Union Jack in een der velden. Voor Rusland is de handelsvlag wit—blauw—

Sluiten