Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den winter door. Vogels en spinnen zijn de grootste vijanden der vliegen, en men zoekt ze door velerlei middelen uit de woonvertrekken te verwijderen, bijv. door vliegensteen of tot poeder gewreven schervenkobalt in een platte schaal met warm water, — door vliegenpapier of vloeipapier, gedrenkt met arseniczuur, alkali enz. Ook verlaten de vliegen die vertrekken, welke bestreken zijn met laurierolie, of waar droge kalebasbladeren verbrand worden.

Vliegen, Willem Hubert, een Nederlandsch socialist, geboren den 208ten November 1862 te Gulpen, werd van zijn vijfde jaar af bij een oom opgevoed en kwam op 11-jarigen leeftijd als letterzetter op een drukkerij te Gulpen, vertrok in 1882 naar Luik en in 1883 naar Amsterdam. Te Luik werd hij lid van een organisatie van typografen en te Amsterdam (1883) lid van den Sociaal-Democratischen Bond. In 1884 ging hij naar Maastricht, waar hij in 1885 de eerste vergadering voor algemeen kiesrecht organiseerde. Wegens zijn propaganda voor het socialisme ontslagen, vond hij na veel omzwervingen, o. a. in België, weer werk in Den Haag. Hij verlangde echter naar het zuiden des lands terug te keeren en trad in 1889 te Maastricht op als administrateur van het sociaal-democratisch begrafenisfonds. Hier werd onder zijn redactie in October 1890 „De Volkstribuun" opgericht; behalve redacteur, was hij tevens zetter van dit blad. Hij behoorde tot de onderteekenaars van het „Manifest der 12 Apostelen", dat aanleiding gaf tot de stichting der „Sociaal Democratische Arbeiders Partij" (Augustus 1894). In 1897 vertrok hij naar Rotterdam, als redacteur van „De Sociaaldemocraat", -waaruit later „Het Volk" ontstond. Van December 1899—Maart 1902 was hij te Parijs als letterzetter en correspondent van „Het Volk" werkzaam en keerde in 1902 naar ons land terug om zich met de redactie van de rubriek Buitenland in genoemd blad te belasten. Sedert 1905 is hij lid der collectieve redactie, belast met het staatkundig gedeelte. Hij werd lid van den gemeenteraad van Amsterdam, van de provinciale staten van Noord-Holland en in 1909 van de Tweede Kamer voor distrikt IX van Amsterdam. Van zijn geschriften noemen wij: behalve een aantal brochures en artikelen, inzonderheid over het pensioenvraagstuk en de staatsfinanciën, den roman „Annemie" (2 dln., Maastricht, 1894), „De dageraad der volksbevrijding" (2 dln., Amsterdam, 1905), een reeks van schetsen en tafereelen uit de sociaal-democratische beweging in Nederland, „Het Kapitalisme in Nederland" (Rotterdam, 1907), een sociaal-economische studie, en „Klanken van Strijd" (Amsterdam, 1908), artikelen en schetsen, bijeengebracht uit zijn geschriften ter herinnering aan zijn 25-jarige deelneming ,aan de sociaal-democratische beweging.

Vliegenbloemen zijn bloemen, welke zijn aangepast aan de overbrenging van het stuifmeel door vliegen. Haar afmetingen wijzen er op, dat zij sterk in het oog moeten vallen om de opmerkzaamheid van de stuifmeeloverbrengers tot zich te trekken. Zij hebben meestal onzuivere, getemperde kleuren. Evonymus europea bijv. is geelgroen, Ophyrs muscifera is purpurbruin, enz. Onder de geuren, welke als lokmiddelen voor insekten dienen, nemen aasgeuren de eerste plaats in. Vliegenbloemen, die, :• zooals Stapelia pedunculata en aste¬

nas, niet alleen door haar geur, maar ook door de kleur en de gesteldheid der oppervlakte van den bloemkelk aan rottend vleesch doen denken, pleegt men rechtstreeks aasbloemen te noemen. Om de bestuiving door insekten te bevorderen, is bij verschillende vliegenbloemen de bloemkelk verwijd tot een ketelvormige ruimte, waarvan de toegang door een insnoering of een scherpe bocht, zooals bij Arislolochia Bonplandi en Sipho, of door naar binnen gerichte haren zoodanig versperd is, dat de vliegen er wel gemakkelijk in kunnen binnen dringen, maar niet zoo gemakkelijk weer er uit kunnen. Zoodoende blijven deze gevangen, totdat de helmknoppen zich hebben geopend. Iets dergelijks komt voor bij de Pinguicula- en de Cypridium-soorten, waarbij de vliegen gedurende eenigen tijd in de zakvormige spoor van den bloemkelk worden opgehouden. Dikwijls zorgen naast vliegen ook kleine kevers en slakken voor het verbrengen van het stuifmeel. Hebben de slakken daarbij de overhand, dan spreekt men van slakkenbloemen. Daartoe behooren bijv. Rohdea japmica en verschillende aracaeën.

Vliegende Hollander is volgens de sage een Nederlandsch kapitein, Van Straaten, die tot straf voor zijn goddeloos leven gedoemd is rusteloos met zijn schip op zee om te dwalen, zonder ooit een haven te bereiken. De sage is waarschijnlijk niet vóór de 174e eeuw ontstaan, doch heeft misschien elementen uit Oud-Noorsche en OudGermaansche goden- en heldensagen in zich opgenomen. Oorspronkelijk wordt de streek om Kaap de Goede Hoop (Stormkaap) als het terrein van deze gebeurtenis aangewezen, later werd zij ook op Engelsche en Duitsche zeeën en eindelijk op alle zeeën overgebracht. In de Duitsche redactie van de sage heet de Vliegende Hollander Von Falkenberg, in de Engelsche Van der Decken. De ontmoeting met het spookschip van den Vliegenden Hollander, dat zich volkomen geruischloos beweegt, beteekent volgens het bijgeloof van de zeelieden, den ondergang van hun schip. De sage werd o. a. behandeld in een gedicht „Het vliegend schip" van Gouverneur en in de romans „The flying Dutchman" van Marryat en „Der fliegende Hollander" van Brachvogel. Reine gaf haar in zijn ,.Aus den Memoiren des Herrn von Schnabelewopski" een slot, waarbij de Vliegende Hollander door het offer van een vrouw wordt verlost. De beroemde opera van Uichard Wagner sluit zich bij de oplossing van Heine aan.

Ook het spookschip zelf wordt met den naam Vliegende Hollander aangeduid.

Vliegende Honden. Zie Vleermuizen.

Vliegende visch (Exocoetus). Zie Geepvisschen (Scombresocidae).

Vliegend Hert. Zie Hertkever.

Vliegenvangers (Museieapa) is de naam van een geslacht uit de orde van de muschvogels en de familie van de vliegenvogels (Muscicapidae). Zij hebben een langwerpigen romp, een korten hals, een breeden kop, een dikken, korten aan de basis platten en aan het uiteinde saamgedrukten, ingekerfden snavel met een haakvormige punt, een middelmatig langen staart, tamelijk spitse vleugels en korte, zwakke pooten. De grauwe of grijze (Museieapa grisola L.) bij Haarlem, kersenpikkertje, in Gelderland plaatvink, in Groningen muggensnapper genoemd, is 14 cm. lang, 25 cm. breed, van boven donker grijs en van onder vuilwit met zwarte en grijze

Sluiten