Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den mededeelt in zijn geschrift: „Zijner Majesteits l zeemacht voor Antwerpen, 1830—1832" (18E>3). \ Daarin verhaalt hij, dat op voorstel van Voigt zich > al de officieren van dat schip verbonden om, indien 1 ooit de eer der vlag bedreigd werd, het schip in de ] lucht te doen springen. Dit voorstel heeft later aanleiding gegeven tot de daad van Yan Speijk (zie al- 1 daar). Later vertrok Voigt als commandant van 1 „De Postillon" naar Oost-Indië, waar hij als kapi- < tein-luitenant en als commandant van de brik < „Meermin" den 4dt n Mei 1841 op de reede van Am- 1 boina overleed. Hij bezat de Militaire Willemsorde ; en de orde van den Nederlandschen Leeuw. Voigtland. Zie Vogtland.

Voigts-Rhetz, Konstantin Bernhard von, een Pruisisch generaal, geboren den 16dei1 Juli 1809 te i Seesen in het hertogdom Brunswijk, trad in 1826 als luitenant in dienst bij het 9de regiment infanterie, werd in 1841 als kapitein bij den generalen staf geplaatst en zag zich vooral met opmetingen belast. In 1848 werd hij majoor bij den generalen staf, in 1862 chef van dezen, in 1855 bij het ministerie van Oorlog geplaatst, in 1858 generaalmajoor, in 1849 van het algemeen departement bij het ministerie van Oorlog, en in 1863 luitenant-generaal en opperbevelhebber te Frankfort aan den Main. In 1866 werd hij chef van den generalen staf der eerste armée, vervolgens gouverneur-generaal van Hannover en commandant van het 10ae armeekorps. Hierover voerde hij bevel in 1870—1871 en behaalde daarmede in Frankrijk schitterende overwinningen. Na den oorlog keerde hij naar Hannover terug, kwam in 1873 op wachtgeld, en overleed te Wiesbaden den 13"™ April 1877. In 1889 werd het 798te regiment naar hem genoemd.

Volron, een plaats in het Fransche departement Isère, gelegen aan de Morge en den spoorweg Lyon—Middellandsche Zee, bezit een Gotische kerk (1864—1873), een ambachtsschool en een bibliotheek en telt (1906) 8994 (als gemeente 12 083) inwoners. Van de belangrijkste takken van nijverheid noemen wij: de vervaardiging van linnen, zijden artikelen, papier, stroohoeden, staalwaren, drijfriemen, likeur enz. Ten N. O. van de plaats bevindt zich op een hoogte (Vouise, 735 m.) een reusachtig standbeeld van de heilige Maagd.

Vois, Arie (Adriaen) de, een Hollandsch genre- en portretschilder, werd geboren te Utrecht tusschen 1631 en 1634 en overleed te Leiden in 1680. Hij was een leerling van Nicola£s Knupjer en Abraham van den Tempel. De werken van Gerard Dou en Frans van Mieris hadden grooten invloed op zijn schilwijze, maar hij schilderde eveneens arcadische landschappen met nymfen enz. in den trant van Poeleriburgh, benevens groote portretten. Inl653trad hij in het St. Lucasgild te Leiden, waar ter stede hij bijna zijn geheele leven werkzaam is geweest. Werken van zijn band bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum en de verzameling Six te Amsterdam en in het Mauritshuis te 's Gravenhage.

Voit, August von, een Duitsch bouwkundige, geboren te Wassertrudingen den 17den Februari 1801, studeerde aan de universiteit te Landshut, vervolgens aan de academie van schoone kunsten te München, begaf zich voor zijn verdere ontwikkeling naar Italië en naar Frankrijk en werd in 1841 professor aan gemelde academie en in 1847 opper-

bouwTaad. Hij bouwde o. a. het stadhuis te Annweiler, het gebouw voor het glasschilderen, de nieuwe Pinakotheek en het tentoonstellingspaleis voor Nijverheid te München en overleed aldaar den 12dpn December 1870.

Voit, Karl von, een Duitsch physioloog, een zoon van den voorgaande, geboren den 318ten October 1831 te Amberg in Beieren, studeerde te München en te Würzburg in de geneeskunde, sedert 1855 te Göttingen in de scheikunde en werd in 1856 assistent van Bischoff te München. Hier vestigde hij zich als privaatdocent en werd er in 1860 buitengewoon en in 1863 gewoon hoogleeraar in de physiologie en conservator van het physiologisch kabinet. Zijn waarnemingen hebben vooral betrekking op de stofwisseling in het lichaam. Bij de choleraepidemie van 1854 toonde hij de vermeerderde hoeveelheid pisstof in het weefsel, de spieren en de hersenen aan. Op aansporing van Bischoff herhaalde hij deze proeven over de afscheiding van pisstof bij de honden en schreef daarover de dissertatie: „Beitrage zum Kreislauf des Stickstoffs im tierischen Organismus" (1857). Andere onderzoekingen hebben betrekking op de eiwitontleding in het dierlijk lichaam, en de belangrijke uitkomsten daarvan deelden hij en Bischoff mede in „Die Gesetze der Ernahrung des Fleischfressers" (1860). Daardoor, alsmede door het boek: „Untersuchungen über den Einflusz des Koch: salses, des Kaffees und der Muskelbewegung auf den Stoffwechsel" (1860) werden de begrippen over het ■ verloop der voeding en over het stofverbruik bij den I arbeid geheel gewijzigd. Door zijn onderzoekingen 1 omtrent de ontleding van eiwit, de ademhaling en • de geheele stofwisseling werden de voorwaarden, waaronder eiwit onder verschillende omstandig-

- heden werd opgenomen en afgegeven, vastgesteld. ; Ook werden de ontledingsprodukten van koolhy; draten en vet bestudeerd. Een overzicht over de re-

- sultaten van zijn onderzoekingen geeft de feestrede:

- „Über die Theorien der Ernahrung der tierischen 1 Organismen" (1868). Uitgebreide proefnemingen ï over de voeding in openbare inrichtingen leidden

- tot een maatstaf, die voor de voeding van groote t menschenmassa's van veel belang is. Daarop heb" ben zijn geschriften: „Über die Kost in öffentlichen = Anstalten" (1876) en „Untersuchung der Kost in i einigen öffentlichen Anstalten" (1877) betrekking, n Verder schreef hij: „Über die Entwickelung der ,s Erkenntnis" (1879) en „Physiologie des allgemein nen Stoffwechsels und der Ernahrung" (1881). Se.s dert 1865 gaf hij met Buhl en Pettenkofer de „Zeitl- schrift für Biologie" in het licht. Hij overleed den e 31Bten Januari 1908 te München.

n Voiture, Vincent, een Fransch dichter en d schrijver, geboren te Amiens in 1598, studeerde te ,e Parijs en werd kamerheer bij den hertog Gaston t. (T Orléans, voor wien hij een reis naar Spanje onder,e nam. Later verwierf hij de gunst van Richelieu door ;e zijn brief over de verovering van Corbie (1636), die ï- voor zijn meesterwerk gehouden wordt. Twee jaar later vertrok hij met een zending naar Florence en e, werd na zijn terugkeer door den koning tot huishofri meester benoemd. Zijn gedichten zijn meest vroot, lijke chansons en rondeaus. Van meer belang zijn n zijn brieven, die aan het Fransche proza een ongoed wone lenigheid gaven. Hij overleed te Parijs den U 26sten Mei 1648. Zijn „Oeuvres" verschenen voor r- de eerte maal in 1650, later werden zij opnieuw uit-

Sluiten