Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerecht ingeroepen (zie Arbitrage volkenrechtelijk). Op het Haagsche Vredescongres (zie aldaar) werd besloten een permanent Hof van Arbitrage op te richten, terwijl men naar een codificatie van het volkenrecht streeft. De International Law Association, het Instituut voor Internationaal Recht en de Haagsche Vredesconferentie hebben vooral in deze richring gewerkt. De grondslag voor een wetenschappelijke beoefening van het volkenrecht werd gelegd door het beroemde werk: „De jure belli ac pacis" van Hugo de Groot (1625).

Volkens, Georg, een Duitsch plantkundige en onderzoekingsreiziger, geboren den 13den Juli 1855 te Berlijn, studeerde aldaar en te Würzburg in de natuurwetenschappen, deed in 1884, in opdracht van de Academie van Wetenschappen te Berlijn, een reis door de Egyptisch Arabische woestijn en vestigde zich in 1887 te Berüjn als privaatdocent in de physiologie der planten. Van 1892—1894 bezocht hij met den geoloog Lent het Kilimandsjaro-gebied. In 1895 benoemd tot buitengewoon hoogleeraar aan de hoogeschool te Berlijn, verwisselde hij dit ambt in 1897 voor dat van custos aan de plaatkundige afdeeling van het ministerie van Koloniën aldaar. In 1899 deed hij verder, in opdracht van het ministerie van Buitenlandsclie Zaken, een reis naar de Marianen en de Carolinen. Van zijn hand verschenen: „Flora der agyptisch-arabischen Wüste" (Berlijn, 1887) cn „Der Kilimandsjaro" (Berlijn, 1897).

Volkmann, Alfred Wilhelm, een Duitsch physioloog, geboren te Leipzig den lsten Juli 1801, stu(WrrW> aldaar en vervolgens te Londen en te Parijs in

de natuur- en geneeskunde, vestigde zich in 1833 als privaatdocent aan de universiteit te Leipzig, werd er in 1834 buitengewoon hoogleeraar en in 1837 gewoon hoogleeraar in de physiologie te Dorpat. Vanhier vertrok hij in 1843 als hoogleeraar in de physiologie naar Halle, waar hij later ook hoogleeraar in de anatomie werd. Belangrijk zijn vooral zijn onderzoekingen omtrent den omloop van het bloed, over het zenuwstelsel, over het gezicht en over de prikkelbaarheid der spieren. Van zijn geschriften vermelden wij: „Anatomia animalium tabulis illustrata" (2 dln., 1831—1833), „Neue Beitrage zur Physiologie des Gesichtssinns" (1836), „Die Lehre von dem leiblichen Leben des Menschen" (1837), „Die Selbstandigkeit des sympathischen Nervensystems" (1842 met Bidder), „Hamodynamik" (1850), „De musculorum elasticitate" (1856) en „Physiologische Untersuchungen im Gebiete der Optik" (2 stukken, 1862—1864). Hij overleed te Halle den 218te» April 1877.

Volkmann, Richard von, een Duitsch heelkundige, een zoon van den voorgaande, geboren den 17den Augustus 1830 te Leipzig, studeerde te Halle, Gieszen en Berlijn, werd in 1857 privaat-docent te Halle en in 1867 hoogleeraar in de chirurgie en directeur van de chirurgische kliniek aldaar. In den FranschDuitschen oorlog was hij consulteerend arts-generaal van het 4de legercorps, later van het Maas- en het Zuiderleger. Hij heeft zich vooral verdienstelijk gemaakt, doordat hij de antiseptische behandeling van wonden in Duitschland met kracht bevorderde. In 1885 verleende de Duitsche keizer hem den erfelijken adel, in 1894 werd te Halle een gedenkteeken voor hem opgericht. Hij schreef: „Die Krankheiten der Bewegungsorgane" in (Pitha Bill-

roths „Handbucli der Chirurgie", 1865—1872), „Beitrage zur Chirurgie" (1875) en „Sarnmlung klinischer Vortrage" (sedert 1870). Onder het pseudoniem Richard Leander schreef hij: „Traumereien an französischen Kaminen" (1871,34ste druk, 1907), „Aus der Burschenzeit" (1876), „Gedichte" (3d<J druk, 1885), „Kleine Geschichten" (2dc druk, 1888) en „Alte und neue Troubadourlieder" (2de druk, 1890). Hij overleed den 28Bten November 1889 te Jena.

Volkmann, Robert, een Duitsch componist, geboren den 6den April 1815 te Lommatzsch in Saksen, ontving onderricht in het spelen op het orgel, de piano, de viool en de violoncel van zijn vader, bezocht daarna de kweekschool voor onderwijzers te Zwickau en vertrok in 1836 naar Leipzig, waar hij onder de leiding van Becker zich wijdde aan de muziek. Nadat hij sedert 1839 als muziekonderwijzer te Praag was werkzaam geweest, begaf hij zich in 1842 naar Pest, waar hij, met uitzondering van zijn verblijf te Weenen (1854-—1858), als leeraar en als componist werkzaam was. Vooral Schumann heeft veel invloed op hem gehad. Hij componeerde o. a. 2 symfonieën, 6 strijkkwartetten, eenige trio's voor piano, een begeleiding bij „Richard III', 3 serenades voor strijkorkest en een aantal missen, offertoriën, geestelijke en wereldlijke liederen voor koor en voor solostemmen enz. Hij overleed te Pest den 30aten October 1883.

Volkmann, Wilhelm Fndohn von, ridder een Duitsch psycholoog, geboren te Praag in 1821, studeerde aldaar in de rechten en in de wijsbegeerte, volgde de realistische richting van Eerhart, vestigde zich in 1846 als privaatdocent in de aesthetica en vervolgens in de wijsbegeerte aan de universiteit van zijn geboorteplaats, werd er in 1856 buitengewoon en in 1861 gewoon hoogleeraar en overleed den 13den Januari 1877. Hij schreef: ,,Die Lehre von den Elementen der Psychologie als Wissenschaft" (1850), „Grundrisz (later, „Lehrbuch") „der Psychologie vom Standpunkt des philosophischen Realismus" (1856,4d* druk, 2 dln., 1894—1895), „Grundzügeder Aristotelischen Psychologie" (1858) en „Die Lehre des Sokrates" (1861).

Volksbanken zijn credietinstellingen, welke tegen voldoenden waarborg en een matige rente voorschot verleenen aan de nijvere, van kapitaal verstoken volksklasse. Zie Crediet en Banken.

Volksbibliotheken. ZieOpenbarebibliotheken.

Volksboeken zijn in ruimeren zin alle geschriften, welke voor het volk bestemd en onder het volk verspreid, dienen om het volk te vermaken of te onderrichten. In meer beperkten zin geeft men den naam van volksboeken of volksromans aan een reeks van in proza geschreven boeken, die voor een deel reeds in de Middeleeuwen zijn ontstaan en tot in onzen tijd bij het volk in trek bleven. Zij werden meestal niet door boekhandelaars verkocht, maar op jaarmarkten en bij andere gelegenheden rondgevent. Gewoonlijk zijn het bewerkingen van oude ridderromans. In de 15de en 16de eeuw, n. L na de uitvinding van de boekdrukkunst werden deze ridderromans en ook een aantal nieuwe verhalen, die in handschrift slechts een kleinen kring van lezers hadden kunnen bereiken, opnieuw uitgegeven en wel in proza. Aanvankelijk werden deze boeken gedrukt op stevig papier met een goede letter en werden zij van goede houtsneden voorzien. Later

Sluiten