Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd. Hij was tevens officier en beeldde gaarne gevechten of tafereelen uit het soldatenleven ai Ook was hij lid van de Rederijkerskamer „de Violier" en maakte ettelijke komediestuk]es en gedichten. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o.a. in det Rijksmuseum te Amsterdam, in hrt Museum Boymans te Rotterdam en in het Museum te Utrecht.

Vraz, Slanko, eigenlijk Jakob Fras, een Kroatisch dichter, geboren den 30sten Juni 1810 te Zerovec in Beneden-Stiermarken, studeerde te Graz, schreef aanvankelijk in het Sloveenscli, maar behoorde vervolgens tot de aanhangers van het Kroatisch Illyrisme. Hij overleed te Agram den 24sten Mei 1851. Hij leverde een belangrijke verzameling van Sloveensche volksliederen, een bundel „Minnezangen", eenige andere geschriften en redigeerde van 1840 tot 1852 het tijdschrift „Kolo". Zijn gezamenlijke werken zijn van 1863—1877 met zijn briefwisseling in 5 deelen in het licht gegeven.

Vrede, het tegenovergestelde van oorlog of van twist en verdeeldheid in het algemeen, is de toestand van orde en rast in het leven van individuen, volken en staten, die niet gestoord wordt door het opzettelijk ingrijpen van menschen. Daarenboven wordt het woord vrede ook wel gebezigd in de beteekenis van vredesverdrag, namelijk van een plechtige overeenkomst, waarbij twee of meer staten verklaren, dat hun onderlinge oorlog een einde neemt, zonder dat een der contracteerende partijen daarbij haar onafhankelijkheid verliest (hierin verschilt een vredesverdrag met een verovering). De vrede maakt niet tijdelijk, want dan is hij slechts een wapenstilstand, maar voor goed een einde aan den oorlog. Hij wordt vooraf gegaan door vredesonderhandelingen, om tot de vaststelling te komen van zekere bepalingen of voorwaarden, waaronder de vrede zal worden hersteld. De definitieve vrede wordt vaak eerst gesloten na den voorloopigen vrede, die slechts de algemeene grondslagen van eerstgenoemden aanwijst, zonder nog in alle bijzonderheden te treden. Vredesverdragen, door gevolmachtigden gesloten, moeten door de betrokken mogendheden worden geratificeerd. Het recht om vrede te sluiten, is volgens de grondwet van de meeste staten een voorrecht van de Kroon; de volksvertegenwoordiging moet echter in zoo verre het verdrag goedkeuren, als daardoor de grondwet veranderd, stukken grondgebied afgestaan of het land lasten worden opgelegd.

Wegens de tallooze ellenden, door den oorlog te weeg gebracht,zijn ten allen tijde wijsgeeren en menschenvrienden er op bedacht geweest, een duurzamen, algemeenen vrede der volken tot stand te brengen (Wereldvrede). In ouden tijd zocht men dit doel te bereiken door het stichten van een wereldheerschappij. Cyrus was reeds op zijn wijze een apostel des vredes, toen hij optrok om het rijk der duisternis (Toeran) aan zijn rijk des lichts (Iran) te onderwerpen, en Alexander de Groote meende, dat het tijdperk van algemeenen vrede was aangebroken, toen hij Babyion, de stad van Semiramis, tot hoofdstad verhief van zijn uitgebreid gebied. Zelfs Rome, door tallooze oorlogen groot geworden, dacht, dat het den tempel van Janus zou kunnen sluiten en gesloten houden, toen zijn zegevierende legioenen tot aan de gewesten der Parthen en Aethiopiërs, der Germanen en Sarmaten waren doorgedrongen. Doch juist het denkbeeld, dat men door middel van het

zwaard tot een bestendigen vrede zou geraken, leidde telkens tot nieuwe oorlogen. Niet anders was het in de Middeleeuwen. Men wilde den vrede bestendigen door de wereldheerschappij der Duitsche keizers en in het Oosten door die der khalifen, waardoor telkens oorlogen ontstonden. Aan Hendrik IV van Frankrijk wordt ten onrechte het plan toegeschreven een Europeeschen statenbond te hebben willen vormen, waarvan de leden elkander in bedwang zouden houden. De eerste schrijver over den eeuwigen vrede was Charles Irenée Castel, abbé de Saint Pierre, wiens „Projet de paix perpétuelle entre les souverains chrétiens"(1713) groot opzien baarde. Na hem leverde Kant zijn geschrift: „Zum ewigen Frieden", waarin deze wijsgeer verlangt, dat in alle staten een gemeenschappelijke of althans een vertegenwoordigende regeeringsvorm tot stand kome, opdat er geen oorlog verklaard worde zonder toestemming des volks, verder dat het volkenrecht gebouwd worde op een verbond van vrije staten, hetwelk tevens een verbond des vredes moet wezen en eindelijk, dat een algemeen wereldburgerrecht worde ingevoerd ter bevordering van het vreedzaam onderling verkeer der burgers uit alle oorden der wereld. Onder de middelen, om den eeuwigen vrede te handhaven, noemt Kant de afschaffing der staande legers, de vermindering der staatsschulden, de bepaling, dat geen staat zich met den regeeringsvorm van andere staten mag bemoeien en het verbod, dat een zelfstandige staat door erfopvolging, koop, ruiling of schenking aan een anderen staat worde toegevoegd.

Het denkbeeld van een algemeenen wereldvrede nam in de laatste eeuwen meer en meer toe. Kwakers, Methodisten, Doopsgezinden enz. veroordeelden het geweld van wapens, als in strijd met de leer van Christus, en Democraten, Republikeinen enz. verkondigden een algemeene verbroedering der volken. Zelfs vond de leer van den eeuwigen vrede weerklank in de Kabinetten der Vorsten, en de zoogenaamde „Heilige Alliantie" werd gesloten met het doel, om een eeuwigen vrede tot stand te brengen. Verder werden in den loop van de 19de eeuw, vooral in Engeland, vele vereenigingen opgericht met het doel te bewerken, dat de oorlogen uit den weg geruimd worden door de uitspraken van internationale scheidsrechters. Te Londen werd de eerste in het leven geroepen door William Allen en ruim twintig Kwakers. Weldra ontstonden dergelijke vereenigingen in alle steden van Engeland. De eerste vergadering van afgevaardigden van vredesvereenigingen had plaats te Londen. De ziel van dien geheelen bond was de kwaker Elihu Burritt, die in 1847 het voorzitterschap bekleedde in een vergadering van „Vrienden des Vredes", welke aanleiding gaf tot de later gehouden vredescongressen te Brussel in 1848, te Parijs in 1849, te Frankfort aan den Main in 1850, te Londen in 1851, te Edinburg in 1853 enz. Ook Cdbden en Ducpétiaux bewogen zich in deze richting. Op aansporing van Burrit werden vereenigingen van vrouwen tot verspreiding van het denkbeeld van den algemeenen vrede in het leven geroepen, n. 1. in Engeland de Olive leaf soeieties en in Noord-Amerika den Bond of Broüierbood. Vertakkingen van deze spreiden zich uit over Nederland, België, Frankrijk en Duitschland. In den laatsten tijd heeft de International Arbitration and Peace Association te Londen ook op het vasteland vele leden gekregen. Andere vereenigingen zijn bijv. de Société fran^aise des amis

Sluiten