Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijk terug. Hier werd een nieuw vreemdelingenlegioen gevormd van 2 regimenten, dat zich in 1837 bij de bestorming van Constantine onderscheidde. Ook in den Krim, waarheen in 1854 de beide regimenten verscheept werden, onderscheidden zij zich onder Bazaine. Na den Italiaanschen Oorlog in 1859 werden de regimenten ontbonden (1862), maar in 1864 opnieuw als vreemdelingenlegioen ingericht en 800 man daarvan aan de expeditie, naar Mexico toegevoegd. De rest vertrok naar Algerië om dit tegen de Mooren te beschermen. In 1870—1871 streed het vreemdelingenlegioen aan de Loire. Volgens de wet van den 4den Maart 1897 bestaat het thans uit 2 regimenten van 6 bataljons en 2 depótcompagnieën.

In Engeland werd, na de ontbinding van het Hannoversche leger, onder den naam van „King's German legion" een vreemdelingenlegioen uit Hannoveranen gevormd, dat in 1807 een sterkte van 17000 man had en vanaf 1805 op bijna alle Europeesche slachtvelden heeft dienst gedaan. Gedurende den Krimoorlog vormde Engeland uit soldaten van het ontbonden Holsteinsche leger weder een Duitsch legioen, dat, later door generaal Sutterheim gedeeltelijk naar Britsch-Kaffraria overgebracht, daar koloniseerde en vergeten werd.

Vreemde Oosterlingen in Insulinde. Zie Oosterlingen, Vreemde.

Vreemde woorden zijn woorden, uit een vreemde taal overgenomen en worden in alle talen aangetroffen, die met andere in aanraking komen. Is het aantal vreemde woorden in een taal zeer groot, zoodat het overeenkomt met het aantal inheemsche

woorden, ol ait overtreft, dan noemt men zulk een taal gemengd. Dit is bijv. met het Engelsch, waarin zeer vele Romaansche woorden voorkomen, het geval. Woorden, die vroeg ontleend zijn, hebben meestal geheel het karakter van inheemsche woorden aangenomen. Dikwijls wordt zulk een woord later nog eens opnieuw overgenomen. Zulke verschillende vormen, zooals pijler en pilaar, outer en altaar, noemt men dubbelvormen of doubletten. Over de schrijfwijze van de vreemde woorden bestaat geen eenstemmigheid; die, welke reeds vroeg ontleend zijn en niet meer als vreemde bestanddeelen worden gevoeld (leenwoorden), schrijft men als de inheemsche, de overige, de eigenlijke vreemde woorden, behouden meestal de schrijfwijze van de taal, waaruit zij overgenomen worden.

Vrees. Zie Angst.

Vreeswijk, een gemeente in de provincie Utrecht, 812 H.A. groot met (1910) 2417 inwoners, wordt begrensd door de Utrechtsche gemeenten IJselstein, Jutfaas, Houten, Schalkwijk en Tul en 't Waal en door de Zuid-Hollandsche gemeenten Vianen en Hagestein. De bodem bestaat uit klei en alluviaal zand. De Lek vormt in het Z. de grens met Zuid-Holland. De voornaamste middelen van bestaan zijn: veeteelt, scheepvaart, handel en landbouw. Tot de gemeenten behoort het dorp Vreeswijk, het landgoed De Wiers en een aantal andere buitenverblijven en verstrooide huizen.

Het dorp Vreeswijk ontstond aan de vaart, die de Utrechtenaren in de 12de eeuw naar de Lek aanlegden. In 1373 werd de vaart verbreed en uitgediept. Tevens werden er de sterkte Gildenburg en andere vestingwerken aangelegd, waarvan echter niets is overgebleven. Schutsluizen verbinden den Vaartschen Rijn met de Lek en het Merwedekanaal. Vreeswijk

is door een tramlijn met Utrecht verbonden. Men vindt er een Hervormde kerk, een Roomsch-Katholieke kerk en een schipbrug. Over het bezit van Vreeswijk werd vroeger herhaaldelijk strijd gevoerd tusschen Vianen en Utrecht.

Vriemoet, Emo Lucius, een Nederlandsch oriëntalist, geboren te Emden in 1699, studeerde te Utrecht in de theologie, was achtereenvolgens predikant te Loenen en te Harlingen en werd in 1730 hoogleeraar te Franeker. Hij schreef onderscheidene werken over Hebreeuwsche en Arabische taaien letterkunde en werd vooral bekend door zijn „Athenarum Frisiacarum libri duo" (1758). Hij overleed in 1760.

Vriendschap is de wederzijdsche toegenegenheid van personen, welke voortvloeit uit wederzijdsche waardeering en berust op wederzijdsch vertrouwen. Tusschen personen, die in maatschappelijk of geestelijk opzicht belangrijk van elkander verschillen, is vriendschap in den eigenlijken zin echter niet bestaanbaar. Het karakter der vriendschap hangt samen met den grondslag, waarop de wederzijdsche waardeering is tot stand gekomen. Tusschen de zuiver zakelijke vriendschap, die een betere behartiging van beider belangen bedoelt, en de vriendschap, welke haar grond vindt in innerlijke gevoelens en effecten, ligt een groot aantal schakeeringen.

Bij de oude Grieken en Romeinen stond, in verband met de betrekkelijke geringschatting van het huwelijk als ethisch instituut, de vriendschap (tusschen mannen) in hooge eere. Achilles en Patrokles, Orestes en Pylades zijn als voorbeelden van ware vrienden spreekwoordelijk geworden.

De oude wiisgeeren hielden zich beziff met het

onderzoek naar den aard der vriendschap. Bij de Germanen werd tusschen personen, meer nog tusschen eeheele geslachten. vriendschaD od leven en

dood gesloten. Esthetische vriendschapsverbonden (tusschen „schoone zielen") waren in de 2de helft van de 18de eeuw in Duitschland in zwang (de „Hainbund"). In onzen tijd is de vriendschap als zedelijke factor sterk achteruit gegaan.

Vriendschapseilanden. Zie Tonga-eilanden.

Vriendt, Frans de, genaamd Frans Floris, een Vlaamsch portret- en historieschilder, werd geboren te Antwerpen in 1518 of 1519 en overleed aldaar in 1570. Hij was een leerling van zijn vader, dén beeldhouwer Comelis Floris en later van Lamlert Lombard te Luik. In 1540 werd hij lid van het St. Lucasgilde te Antwerpen. Het jaar daarop ging hij naar Italië, waar vooral de werken van Michel Angelo grooten indmk op hem maakten. Hij schilderde nadien in den trant der Italiaansche meesters der hoog-renaissance. In 1647 was hij terug in Antwerpen en bleef daar, behoudens een uitstapje naar Holland, tot zijn dood werkzaam; Als leermeester was hij zeer gezocht Van zijn talrijke leerlingen noemen wij slechts Maerten de l os, Frans Francken 1 en Frans Pourbus. Werken van zijn band bevinden zich hier te lande o. a. in het Mauritshuis te 's Gravenbage en in het Museum Boymans te Rotterdam.

Vriendt, Juliaan de, een Belgisch schilder, geboren te Gent in 1842, ontving zijn opleiding van zijn vader en volgde zijn broeder op als bestuurder van de koninklijke academie van schoone kunsten van Antwerpen. Gedurende eenigen tijd was hij af-

Sluiten