Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engelsche vloot, die in het Parlements-gebouw te Londen gehangen hebben, tot zij door een brand irt 1834 vernietigd werden. Vroom streeft er niet naar, een zeestuk te geven zooals wij die van Simon de Vlieger. Willem van de Velde den Jcmge e. a. kennen, hij legt er zich meer bepaald op toe de schepen en hunne uitrusting zoo gedetailleerd en nauwkeurig mogelijk weer te geven en de zee is voor hem bijzaak Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam en in het Stedelijk museum te Haarlem.

Vroondiensten noemde men in de Middeleeuwen de diensten, die om niet of tegen een geringe vergoeding ten behoeve van particulieren of van de overheid verricht moesten worden. In ons land noemde men ze meestal heerendiensten (zie aldaar).

Vrouw is een volwassen persoon van het vrouwelijk geslacht. Zoowel de toestand als de behandeling der vrouw heeft in den loop der tijden belangrijke veranderingen ondergaan. Bij de Hebreeërs bewoonde de vrouw in het aartsvaderlijk tijdperk een afzonderlijk gedeelte der tent, maar volbracht ongesluierd, ook in tegenwoordigheid van vreemden, alle huiselijke bezigheden. Later hielden de vrouwen der aanzienlijken haar verblijf in een harem, werden door gesnedenen gestreng bewaakt en mochten alleen bij gastmalen en volksfeesten zich in den kring der mannen vertoonen. Bij de mindere standen leefden de vrouwen echter met de mannen samen en namen aan alles deel. Een groot aantal kinderen eerde haar, en de moeder, die een zoon gebaard had, beschouwde dat als een bijzondere gunst des hemels. Volgens Herodotos volbrachten de Egyptische vrouwen allerlei werkzaamheden buiten haar woning, terwijl de mannen zich bezig hielden met spinnen en weven. Vermoedelijk echter had dit alleen plaats bij de geringere standen, daar het werk bij de aanzienlijken door slaven en slavinnen werd verricht. In Griekenland waren in ouden tijd de vrouwen geroof- ■ de of gekochte slavinnen, te huis in het vrouwenver- i blijf opgesloten en bij het uitgaan gesluierd en door i een trouwen dienaar van haren meester vergezeld. < Dit was reeds in den tijd van Homeros eenigszins j veranderd; de vrouwen hadden toen wel een afzon- ( derlijk vertrek, maar dit bevond zich achter de zaal i der mannen, en zij waren met dezen aangezeten aan £ de tafel, behalve bij de aanwezigheid van gasten, < Ook namen zij deel aan offeranden en optochten, i verhoogden den luister der feesten door dansen en \ mochten zelfs verschijnen in de vergaderingen van r de oudsten des volks. Haar bezigheden bepaalden 1 zich tot het besturen der huiselijke aangelegenhe- d den, de opvoeding der kinderen, spinnen en weven, \ terwijl de huiselijke werkzaamheden, zooals ma- li len, bakken, koken, waterhalen, wasschen enz. \ door dienstmaagden werd verricht. Haar toestand v verbeterde nog, toen zij niet langer geroofd, maar o met een bruidschat aan den man gegeven werden, d Vrije keuze had zij echter als regel niet. In Sparta,' n waar de man zich zelden thuis bevond, genoot de k vrouw meer vrijheid en had zij in huis een erkend v gezag. De Spartaan sche maagden moesten even- a als de jongelingen, zich oefenen in het loopen, si klimmen, behandelen der werpschijf, het jagen en v het dansen, en het hierdoor gewekte eergevoel was a; een schild vóórhaar eerbaarheid, hoewelzij in lateren a; tijd evenzeer tot zedeloosheid vervielen. Bij de Ro- n:

XV

te meinen was de toestand der vrouwen over het geheel d beter dan bij de Grieken. Zij konden zich even vrij 't bewegen als de mannen. Intusschen bleef de vrouw n er onmondig op staatkundig gebied. In zaken had zij J» steeds een curator noodig en bij huwelijk verving de Ie man de plaats van haren vader. Later evenwel, toen n de mannen verwijfder werden, kwamen de vrouwen is tot grooter zelfstandigheid. Bij de Galliërs werden de '- vrouwen met grooten eerbied bejegend, en vooral bij n de Germanen, die haar, zooals Tacitus meldt, eenie germate als goddelijke wezens beschouwden. Zij woonden met de mannen samen, vergezelden deze in den strijd en wisten, op den wagenburg staande, e hun dapperheid aan te vuren, terwijl zij zorg droee gen voor de gewonden en ook wel deel namen aan 1 het gevecht. Binnenshuis waren zij meesteres. Zij . leidden het geheele bedrijf, verdeelden het werk on-

- der knechten en dienstmaagden en zorgden voor den

- maaltijd en voor de kleeding der mannen. Zij namen

- aan alle openbare vermaken deel en werden in be-

- langrijke aangelegenheden geraadpleegd. Haar i rechtskundige toestand hing samen met de sexebe-

• voorrechting. Haar vader of, naar haar huwelijk, ■ haar man, had het recht om haar te dooden, te ver-

• koopen en te tuchtigen. De beide eerste rechtsinstututen verdwenen later. Bovendien verkreeg toen de ongehuwde vrouw het eigendomsrecht.

Een hoogere plaats in de familie verkreeg de vrouw onder het Christendom. Vooral de Mariadienst bracht het zijne tot meerdere waardeering van de vrouw bij. \ oor God werd de vrouw de gelijke van den man. In den riddertijd was zij het onderwerp van een afzonderlijken eeredienst, had echter maatschappelijk weinig invloed. En hoewel thans de vrouw in economisch opzicht de gelijke van den man is, toch is haar rechtsmondigheid in vele staten erger begrensd dan de zijne. Zie verder Vrouwenbeweging.

Vrouwenbeweging noemt men het streven van de vrouwen naar het verwerven van een positie in de maatschappij, die meer in overeenstemming is met den toestand en de denkbeelden van onzen tijd. Deze beweging is eerst na de Fransche revolutie ontstaan. Zij is gedeeltelijk een gevolg van de moderne individualistische opvattingen van den nieuwen tijd, gedeeltelijk van de groote veranderingen, die door verschillende oorzaken op economisch

en sociaal gebied ontstonden. In de Middeleeuwen en in de eerste eeuwen van den Nieuwen Tijd vond de vrouw in de huishouding door het verwerken van de mwe produkten, in bakken, weven, spinnen enz. op het land en voor het grootste deel ook in de stad voldoende bezigheid. Ook voor de ongehuwde vrouw was er meestal werk genoeg; verder waren er talrijke kloosters en andere stichtingen, waar zij een toevlucht konden vinden. Met de toenemende arbeidsverdeeling en het ontstaan van de groot-industrie onderging de huishouding een geheele verandering, de behoefte aan vrouwelijke arbeidskrachten in huis nam meer en meer af. Bij de lagere standen en den kiemen burgerstand werd het werken in huis eerst vervangen door de huisindustrie, later door loonarbeid buitenshuis. Doordat vrouwenarbeid, die oorspronkelijk slechts als bijwerk werd betaald, tengevolge van de traditie goedkoop bleef, werd dikwijls aan vrouwen de voorkeur gegeven. De verminderde aanvraag naar mannelijke werkkrachten in verband met geringere verdiensten maakten, dat de verdien-

46

Sluiten