Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij „Etudes sur le désordre des finances"(1883) en „Etudes sur les excès de la spéculation a la fin du règne de Louis XIV"(1885).

Vukassovich, Philip, vrijheer von, een Oostenrijksch krijgsman, geboren in Slavonië in 1765, trad op jeugdigen leeftijd in Oostenrijkschen krijgsdienst, onderscheidde zich bij herhaling door zijn dapperheid en streed in 1789 als kolonel aan het hoofd van een vrijkorps tegen de Turken. In den omwentelingsoorlog maakte hij zich zeer verdienstelijk, werd in 1796 generaal-majoor en nam deel aan de gevechten tot ontzet van Mantua. Onder Wurmser verdedigde hij laatstgenoemde vesting en behaalde, nadat hij tot luitenant-veldmaarschalk was benoemd, nieuwe lauweren bij Aspern en Esslingen. In den slag bij Wagram (6 Juli 1809) werd hij zwaar gewond en gevangen genomen en overleed te Weenen weinige dagen daarna.

Vulcanisatie. Zie Caoutchouc.

Vulcanius, Bonaventura, wellicht eigenlijk Smid geheeten, een Vlaamsch geleerde, geboren te Brugge den 30Bten Juni 1538, studeerde te Leuven, werd secretaris van kardinaal Franciscus de Mendoza bisschop van Burgos, vertoefde na het overlijden van dezen bij diens broeder, den aartsbisschop van Toledo, en vond bij zijn terugkeer in 1570 de Nederlanden in opstand. Dientengevolge vestigde hij zich te Keulen, waar hij Latijnsche vertalingen van de geschriften van orderscheidene Grieksche kerkvaders in het licht gaf, waarna hij te Bazel en Genève dien arbeid voortzette. Van 1578—1610 was hij hoogleeraar in de Grieksche taal te Leiden. Behalve vertalingen van Grieksche schrijvers, verschenen eenige» werken in het Latijn van zijn hand, waaronder „De literis et lingua Getorum sive Gothorum, item de notis Longobardicis, quibus accesserunt specimina variarum linguarum"(1597). Hij overleed den 9den October 1613.

Vnlcanus (oudere vorm Volcanus) was bij de Romeinen de god van het vuur en van het smeden. Zijn bijnaam Mulciber doet hem kennen als brandblusscher. Toen men hem echter identificeerde met den Griekschen Hephaislos en tot god van het smeden maakte, werd deze bijnaam als „smelter" verklaard. Hij had te Rome een eigen flamen (Volcanalis), een gewijde plaats aan het comitium, het zoogenaamde Volcanalium (area Volcani) en een feest, gevierd op den 23sten Augustus, de Volcanalia, waarbij men als offer levende visschen in het vuur wierp en in den tijd der keizers in het Flaminische circus spelen hield.

Vulgata, eigenlijk Versio wlgata (verspreide overzetting"), noemt men de Latijnsche Bijbelvertaling, die in de R. Katholieke Kerk als gezaghebbend wordt beschouwd. Vóór deze had men als oudste Latijnsche vertaling de Versio Ilala, waarvan de sterk uiteenloopende lezingen aanleiding waren, dat paus Damasus den kerkvader Hiermymus met een herziening dier overzetting belastte. Deze verbeterde in 383 en 384 de vertaling der Evangeliën en wellicht ook die van het overige van het Nieuwe Testament en vertaalde daarop het Oude Testament uit den grondtekst. Langzamerhand verkreeg de bewerking van Hiermymus den voorrang boven andere vertalingen en den naam van Versio vulgata of communis. Maar ook deze vertaling deelde in het lot der voorgaande, zoodat Karei de Grooie Alcuin belastte met haar herziening, terwijl in de 13de eeuw de zooge¬

naamde Correctoria bibliea ontstonden, totdat, voornamelijk als gevolg van de bemoeiingen der Parijsche hoogeschool, een doorsneetekst werd vastgesteld, welke tot grondslag voor de eerste uitgaven in druk diende. In 1546 erkende het Concilie van Trente de Vulgata als de authentieke vertaling. Sixlus V deed daarop in 1590 te Rome een uitgave verschijnen, welke voor alle tijden de eenig geldende zou wezen. Intusschen verscheen reeds onder Ckmens VIII een nieuwe, onder den ouden titel „Biblia Sacra Vulgatae Editionis Sixti V. jussu recognita et edita", waarop in 1593 en 1598 weder twee officiëele uitgaven volgden. In den laatsten tijd heeft paus Pius X de Benedictijnen met de volledige herziening belast bij schrijven van kardinaal Bampolla aan pater Hemptinne in den „Osservatore Romano" van den 25Bten Mei 1907.

Valkanen of vuurspuwende bergen (zie de plaat) zijn zoodanige, die door een kanaal in verbinstaan of gestaan hebben met het binnenste der aarde, waar zich een gesmolten massa (magma) bevindt, die zij als vloeibare gesteenten (lava), als asch, gassen enz. uitwerpen (werkzame vulkanen) of uitgeworpen hebben (uitgedoofde vulkanen). Tot den vulkanischen aard van uitgedoofde vulkanen kan alleen uit hun bouw en uit het materiaal, waaruit zij bestaan, worden besloten. Somtijds worden vulkanen, welke bij menschenheugenis voor uitgedoofd golden, weder opnieuw werkzaam; zoodat men deze soort wel verdeeld in werkende en rustende vulkanen. De Vesuvius bijv. werd vóór zijn uitbarsting in 79 n. Chr. als een uitgedoofde vulkaan beschouwd en een tweede tijdperk van rust nam eerst een einde bij de geweldige uitbarsting van het jaar 1631. Zoo ook gold de Krakatau tot 1883 voor uitgedoofd. In het algemeen wisselen bij werkzame vulkanen tijdperken van rust af met de eigenlijke eruptieve perioden. Gedurende zulk een tijdperk van betrekkelijke rust wijzen uitwasemingen, vooral van waterdamp en van gassen (zwavelwaterstof, koolzuur enz.) op het voortduren der vulkanische werkzaamheden. Door ontleding van deze gassen en ook door hun inwerking op de gesteenten van den krater en van zijn omgeving ontstaan korstvormige afzettingen van zwavel, realgar, ijzerglans, salmiak enz. Hebben onder deze uitwasemingen zwavelverbindingen de overhand, dan noemt men zulke plaatsen solfatara's; is koolzuur het voornaamste gas, dan heet men ze mofetten, terwijl waterdamp, vermengd met andere gassen, fumarolen vormt. Verder worden in de tijdperken van rust zoogenaamde bommen, losgerukte brokken lavamassa uitgeworpen, welke in de lucht door een omwentelende beweging tot bolvormige massa's verharden. Van tijd tot tijd echter vermeerdert de hoeveelheid dezer uitgeworpen stoffen; trillingen van den kegel en van den geheelenberg,meestal ook aardschokken, kondigen een naderende uitbarsting aan, welke haar hoogtepunt bereikt in het uitstooten van dampen en ook van brandbare gassen (waterstof, kooloxyd enz.), gepaard gaande met het uitwerpen van steenen, zand en asch en gevolgd door het uitstroomen van lava uit een der voorhanden of uit een nieuw gevormde trechtervormige opening aan het uiteinde van het kanaal (krater) of uit spleten in den kegel. Met betrekking tot den warmtegraad, de mate van vloeibaarheid, de snelheid van beweging en van afkoeling en de hoeveelheid uitgeworpen materiaal, kan men geen algemeene regels

Sluiten